De regering moet onderzoeken of buitenlandse artsen een lening kunnen krijgen voor de BI-toets (een test voor hun BIG-registratie). De kosten voor deze test zijn nu een grote drempel voor veel zorgverleners. Een lening helpt hen om sneller aan de slag te gaan in de Nederlandse zorg. Dit is nodig om het grote personeelstekort in de zorg aan te pakken.
Motie van het lid Vervuurt over onderzoeken of een leenfaciliteit kan worden ingezet om de kosten van de BI-toets tijdelijk voor te financieren
De kamer,
constaterende dat de regering voornemens is de kosten van de beroepsinhoudelijke toets (BI-toets) voor de BIG-registratie van buitenlandse artsen
bij de aanvrager neer te leggen;
constaterende dat voor veel statushouders en andere buitenlandse
zorgprofessionals de voorgenomen kosten een grote financiële drempel
kunnen vormen;
overwegende dat zorgprofessionals die de BI-toets succesvol afronden
doorgaans snel aan de slag kunnen in de Nederlandse zorg en daarmee
uitzicht hebben op een inkomen, waarmee deze kosten kunnen worden
terugbetaald;
overwegende dat Nederland te maken heeft met grote personeelstekorten
in de zorg;
verzoekt de regering te onderzoeken of een leenfaciliteit, tegen kostprijs,
kan worden ingezet om de kosten van de BI-toets tijdelijk voor te
financieren, en de Kamer hierover te informeren.
Argumenten voor: De partij wil recht doen aan migranten die op zoek zijn naar werk of een betere toekomst [3]. Daarnaast is het belangrijk om (top)sectoren te voorzien van internationaal talent [4]. Het aanbieden van een leenfaciliteit kan bovendien helpen voorkomen dat mensen in een problematische financiële situatie terechtkomen [2].
Argumenten tegen: De partij benadrukt dat het huidige migratiebeleid zorgt voor druk op sociale voorzieningen en dat bepaalde groepen hoge kosten met zich meebrengen [1].
Bronnen:
"Onze samenleving ondervindt de gevolgen van het falende (migratie)beleid: druk op sociale voorzieningen, woningtekorten en gebrekkige integratie. Arbeidsmigranten worden vaak ondergebracht in te kleine woningen. Vluchtelingen wachten te lang op een beslissing en worden met hun kinderen van de ene tijdelijke plek naar de andere verplaatst, met hoge kosten tot gevolg. Kwetsbare wijken in grote steden kampen met zware integratieproblemen en in Ter Apel en Budel is overlast van een kleine groep, vaak kansloze, asielzoekers. Ondertussen komt de regering niet met werkende en werkbare wetsvoorstellen, die recht doen aan migrant en samenleving. Terwijl deze er wel zijn."
"Om te voorkomen dat iemand opnieuw terugvalt in een problematische financiële situatie is nazorg van belang. Nazorg krijgt daarom een betere wettelijke verankering in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, bijvoorbeeld door het betrekken van werkgevers. Gemeentelijke en commerciële kredietverleners mogen niet bovenmatig verdienen aan het verstrekken van kredieten. De maximale kredietrente moet omlaag. De kredietpercentages mogen voortaan maximaal 3% meer dan de kapitaalmarktrente bedragen."
"De bevolkingsgroei in Nederland wordt de laatste jaren uitsluitend veroorzaakt door migratie (studie-, arbeids-, en asielmigratie). De overheid heeft hier nauwelijks sturing aan gegeven. Waar er al beleid was, betrof dat vaak stimulerende maatregelen, zoals verengelsing van het onderwijs of het aantrekken van goedkope arbeidskrachten. Het politieke debat over migratie blijft ondertussen steken in patstellingen, oneliners en verkiezingsretoriek, zonder echte oplossingen. Migranten zijn in dat debat een economische factor, een bedreiging of een object van mededogen. De ChristenUnie ziet hen als een schepsel van God. Een mens op zoek naar een betere toekomst, werk of studie willen we recht doen. Dat kan betekenen dat iemand zich hier - al dan niet tijdelijk - mag vestigen. Maar wie geen blijvende plek heeft in de Nederlandse samenleving en ook terug kan, moet terugkeren."
"Het opleiden van Nederlandse studenten vormt de kerntaak van Nederlandse universiteiten; we zetten daarom in op vermindering van het aantal studiemigranten. Nederland verwelkomt talent uit het buitenland, maar is geen (bekostigde) opleidingsplaats voor iedere student die zich meldt. Dit legt in sommige steden een te grote druk op beschikbare voorzieningen. Het aanbieden van Nederlandstalig bacheloronderwijs is het uitgangspunt. Om (top)sectoren van internationaal talent te kunnen voorzien, maken we in lijn met de inzet van Universiteiten van Nederland (UNL) een landelijke afweging welke studies en bijpassende studiemigratie daarvoor verantwoord en nodig zijn. Hierover maken we in internationaal verband nieuwe afspraken. We passen het financieringsmodel aan om te voorkomen dat internationale studenten nodig zijn voor het voortbestaan van studies of instellingen. Zie ook het punt 'Studiemigratie' in paragraaf 10.3."