De regering moet de inlichtingendiensten (AIVD en MIVD) toestaan om 'positieve filtering' te gebruiken bij onderzoek onder de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017. Door internetverkeer specifiek te filteren, kunnen zij effectiever zoeken naar dreigingen. De ervaringen hiermee moeten worden gebruikt bij de herziening van de wet.
Motie van de leden Verkuijlen en Tijs van den Brink over het mogelijk maken dat het de AIVD en de MIVD wordt toegestaan om het systeem van positieve filtering zo spoedig mogelijk toe te passen
De kamer,
constaterende dat uit de resultaten van de invoeringstoets van de
Tijdelijke wet onderzoeken AIVD en MIVD naar landen met een offensief
cyberprogramma, bulkdatasets en overige specifieke voorzieningen blijkt
dat de diensten door toepassing van het verwervingssysteem van
positieve filtering met betrekking tot streaming- en downloadverkeer
effectiever onderzoek kunnen doen naar gekende en ongekende
dreigingen voor de nationale veiligheid;
overwegende dat het noodzakelijk en wenselijk is dat die uitvoeringspraktijk ook kan worden toegepast voor onderzoeken die door de diensten
worden gedaan onder de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten
2017;
overwegende dat dit geen wijziging behoeft van Wet op de inlichtingenen veiligheidsdiensten 2017 en dat de TIB en CTIVD hebben aangegeven
daartegen geen bezwaar te hebben;
kst-36263-49
ISSN 0921 - 7371
’s-Gravenhage 2026
Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 263, nr. 49
1
verzoekt de regering het mogelijk te maken dat het de AIVD en de MIVD
wordt toegestaan om het systeem van positieve filtering zo spoedig als
mogelijk toe te gaan passen, ook voor onderzoeken vallende onder de Wet
op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017, en de ervaringen met
deze toepassing te betrekken bij de verdere evaluatie van de tijdelijke wet
en de herziening van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten
2017.