De regering moet onderzoeken hoe innovatieve kernenergie onderdeel kan worden van het IPCEI-programma. IPCEI is een Europese regeling waarmee landen grote innovatieprojecten kunnen steunen met subsidie. Dit is nodig om te voorkomen dat Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen achterop raken bij andere Europese landen.
Motie van de leden Van den Berg en Flach over onderzoeken hoe nnovatieve civiele kernenergie onderdeel kan worden van de IPCEI en het daarbij behorende staatssteunkader
De kamer,
constaterende dat innovatieve civiele kernenergie, waaronder SMR’s,
AMR’s, generatie-lV-technologie, nucleaire waardeketens en afvaloplossingen, kan bijdragen aan CO2-arme energie, industriële warmte,
energiezekerheid, strategische autonomie en kennisopbouw;
constaterende dat de huidige DEI+ volgens de regering niet goed aansluit
op innovatieve kernenergietechnologieën vanwege subsidieplafonds en
Europese staatssteunkaders;
constaterende dat de regering de IPCEI-route voor innovatieve nucleaire
technologieën verkent, met ruimere staatssteunmogelijkheden tot en met
first industrial deployment;
overwegende dat Nederland moet voorkomen dat bedrijven, kennisinstellingen en toeleveranciers achterop raken terwijl andere Europese landen
hun nucleaire innovatieketen versterken;
verzoekt de regering te onderzoeken op welke wijze innovatieve civiele
kernenergie onderdeel kan worden van de IPCEI en het daarbij behorende
staatssteunkader, en daarbij kansrijke Nederlandse projecten, bedrijven en
kennisinstellingen, benodigde cofinanciering, budgettaire consequenties
en mogelijke dekking, selectiecriteria, tijdpad en eventuele aanvullende
nationale instrumenten in kaart te brengen, en de Kamer hierover vóór
Prinsjesdag 2026 te informeren.
Argumenten voor: De partij ziet grote kansen in de ontwikkeling van kleine modulaire kernreactoren (SMR's) en wil toponderzoeksinstellingen inzetten om deze innovatie aan te jagen [1]. Daarnaast wil de partij de ontwikkeling van SMR's stimuleren en streeft zij ernaar om de kosten beheersbaar te houden door in Europa de krachten te bundelen [2]. Dit sluit aan bij de wens om Nederlandse instellingen actief te laten aansluiten bij Europese technologieprogramma's [4]. Verder ondersteunt de motie de doelstellingen van de partij om via de energietransitie strategische autonomie te vergroten [3] en om schone technologieën te ontwikkelen [5].
Argumenten tegen: Er zijn in de verstrekte fragmenten geen argumenten gevonden om tegen de motie te stemmen.
Bronnen:
"We willen Nederlandse toponderzoeksinstellingen beter in stelling brengen om innovatie aan te jagen. Wij zien grote kansen op het gebied van onder andere technologieën als groene chemie, waterstof, synthetische brandstoffen, groen gasproductie, efficiëntere CO₂-vrije opslag en flexibiliteit, negatieve emissies en kleine modulaire kernreactoren."
"We gaan door met de ontwikkeling van twee nieuwe kerncentrales. De bouw vindt zorgvuldig en in goed overleg met de omgeving plaats. We onderzoeken en stimuleren de ontwikkeling van kleine, modulaire kernreactoren (SMR's) en houden de kosten beheersbaar door in Europa de krachten te bundelen met andere geïnteresseerde landen."
"Er liggen ook kansen: door de energietransitie worden we strategisch autonomer. Innovatief ondernemerschap geeft Nederland een voortrekkerspositie. Een overheid die levert door een stevige inzet op groene industriepolitiek en beleid zo toepast dat problemen daadwerkelijk worden opgelost. Door creativiteit en innovatie te omarmen en hoopvol te kijken naar wat wij allemaal wél kunnen doen op het gebied van klimaatmitigatie, -adaptatie en duurzaamheid. Zo bouwen we samen met overheid, industrie en samenleving een land dat we kunnen doorgeven."
"We geven het Groeifonds een nieuwe impuls en investeren daarmee in nieuwe technologieën die nodig zijn voor de toekomst. Nederlandse toponderzoeksinstellingen brengen we actief in stelling en sluiten aan bij Europese technologieprogramma's, zoals het Digital Europe Program."
"We vertalen de Clean Industrial Deal naar Nederland voor het ontwikkelen van schone technologieën, circulaire productie en de vermindering van CO₂-uitstoot."