De regering moet gemeenten verplichten om lokaal antidiscriminatiebeleid te maken. Het wetsvoorstel Bijstand bij discriminatie geeft gemeenten nu te weinig macht en verantwoordelijkheid om discriminatie aan te pakken.
Motie van het lid Van Baarle over lokaal antidiscriminatiebeleid verplicht stellen
De kamer,
constaterende dat de VNG waarschuwt dat het wetsvoorstel Bijstand bij
discriminatie onvoldoende recht doet aan de rol van gemeenten;
verzoekt de regering de rol van gemeenten in de aanpak van discriminatie
wettelijk te verankeren door lokaal antidiscriminatiebeleid verplicht te
stellen.
Argumenten voor: De ChristenUnie verzet zich tegen discriminatie en racisme [1] en wil de wet- en regelgeving om dit tegen te gaan aanscherpen [2]. Het wettelijk verankeren van de rol van gemeenten in de aanpak van discriminatie sluit hierbij aan. Daarnaast vindt de partij dat gemeenten de ruimte moeten hebben om lokaal beleid te voeren op belangrijke maatschappelijke gebieden [3][4].
Argumenten tegen: De partij stelt dat het Rijk gemeenten ruimte, vertrouwen en voldoende geld moet geven voor hun taken en hanteert het principe dat er 'geen taken zonder knaken' mogen zijn [3]. Als het verplicht stellen van lokaal antidiscriminatiebeleid gepaard gaat met nieuwe taken voor gemeenten zonder dat daar een toereikend budget tegenover staat, kan de partij tegen stemmen [3].
Bronnen:
"De mens is naar het evenbeeld van God geschapen en iedereen deelt in menselijke waardigheid. De ChristenUnie stelt zich daarom teweer tegen het kwaad van racisme, antisemitisme en discriminatie op basis van levensovertuiging, geslacht, handicap of op welke grond dan ook. We zijn als mensen in deze wereld in verscheidenheid aan elkaar gegeven. Daarom staat de ChristenUnie voor een overheid die initiatieven stimuleert die het samenleven in verscheidenheid bevorderen en"
"scherpen we wet- en regelgeving om racisme en discriminatie tegen te gaan verder aan."
"De Rijksoverheid moet recht doen aan gemeenten als eerste overheid. Van alle overheden krijgen burgers vaak het meest te maken met de eigen gemeente, van de wieg tot het graf. Het Rijk geeft gemeenten daarom ruimte, vertrouwen en voldoende geld om hun werk te kunnen doen. De Rijksoverheid stopt met het overhevelen van taken aan gemeenten zonder toereikend budget en herstelt waar dit de afgelopen jaren is misgegaan: geen taken zonder knaken. Gemeenten worden beter gefinancierd zodat ze ruimte hebben voor eigen beleid."
"Het aantal mensen en kinderen dat in armoede leeft moet sterk omlaag. Voor een beter armoedebeleid is het advies van de Commissie Sociaal Minimum de leidraad. Het sociaal minimum moet voldoende zijn om van rond te kunnen komen. Periodiek wordt getoetst of het sociaal minimum nog voldoende is. Ook wordt het niet-gebruik van regelingen teruggedrongen (bijvoorbeeld via gegevensuitwisseling). De verschillen in armoederegelingen tussen gemeenten zijn nu te groot en een aantal verschillende regelingen te ingewikkeld. Dit moet eenvoudiger. Gemeenten moeten adequate financiƫle middelen hebben om goed, lokaal toegespitst armoedebeleid te voeren. De Rijksoverheid gaat weer werken met een doelstelling om de (kinder)armoede te verlagen in plaats van armoede niet te laten toenemen."