Meer zeggenschap over defensiebedrijven

De regering moet het idee van een 'gouden aandeel' uitwerken. Met zo'n aandeel krijgt de overheid meer zeggenschap over defensiebedrijven. Dit is nodig om de nationale veiligheid te beschermen en te voorkomen dat publiek geld alleen naar de winst van bedrijven gaat. Het algemene belang moet altijd vooropstaan.

Motie van het lid Dobbe over een gouden aandeel om publieke zeggenschap te verkrijgen over defensiebedrijven

De kamer, overwegende dat publiek geld niet naar winsten moet wegstromen en de besteding hiervan dus geborgd moet zijn; overwegende dat het publieke belang altijd vooropstaat; overwegende dat de nationale veiligheid beschermd moet worden; verzoekt de regering het idee van een gouden aandeel uit te werken met als doel publieke zeggenschap te verkrijgen over defensiebedrijven, waarbij bovenstaande overwegingen worden meegenomen.
10 juni | SP | Verworpen: 34–116 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma GL-PvdA

Stemverwachting: voor (erg zeker, 95%)

Argumenten voor: De partij stelt dat veiligheid publieke sturing vereist en niet enkel aan de markt overgelaten mag worden [1]. Strategisch relevante defensiebedrijven moeten deels in publieke handen komen via staatsdeelnemingen om prijsopdrijving en excessieve winsten tegen te gaan, zodat gemeenschapsgeld bijdraagt aan collectieve veiligheid [1]. Bovendien wil de partij dat de overheid mede-aandeelhouder wordt van defensiebedrijven, zodat de winsten terugvloeien naar de samenleving [3]. Daarnaast wordt ingezet op transparantie en controle om verspilling en onnodige prijsstijgingen te voorkomen [2].

Argumenten tegen: Er zijn geen fragmenten in het verkiezingsprogramma die argumenten bevatten tegen het verkrijgen van publieke zeggenschap over defensiebedrijven of tegen het beschermen van publiek geld tegen winstmaximalisatie.

Bronnen:

  1. "Veiligheid vereist publieke sturing. Onze veiligheid is te belangrijk om alleen aan de markt over te laten. We investeren in een onafhankelijkere, moderne defensie-industrie in samenwerking met Europese partners met wie we gezamenlijk inkopen en ontwikkelen. We specialiseren in onze sterke sectoren. Voor Nederland betekent dit investeringen in maritieme en logistieke capaciteiten en de drone-, sensor-, cyber- en ruimtevaarttechnologie. Strategisch relevante defensiebedrijven komen deels in publieke handen via staatsdeelnemingen. We gaan zo prijsopdrijving en overwinsten tegen zodat gemeenschapsgeld bijdraagt aan collectieve veiligheid en niet eindigt in de portemonnee van wapenspeculanten."
  2. "Een verantwoord investeringsplan. Voor het opbouwen van een sterke krijgsmacht zijn forse investeringen nodig en veel tijd. Daar moet een verantwoord investeringsplan voor komen. Vooraf moet duidelijk zijn waarin we gaan investeren, of deze investeringen het internationaal humanitair recht respecteren, en of defensie en de industrie dat geld ook goed kunnen uitgeven. Daarbij streven we naar maximale openbaarheid, onderzoeken we vooraf de belangen van de defensie-industrie en leggen we transparant vast hoe we mogelijke lobby-invloeden en belangenconflicten vermijden. Zo voorkomen we verspilling en onnodige prijsstijgingen. Ook kunnen we kosten besparen met betere samenwerking in Europa bij het inkopen van munitie en wapensystemen."
  3. "Een sterke krijgsmacht die ons beschermt. Een sterke krijgsmacht is onmisbaar als we autocraten willen afschrikken. We staan voor een historische verhoging van de uitgaven aan defensie. We houden ons aan de nieuwe NAVO-norm en groeien toe naar de afspraak om 3,5% van het bbp uit te geven aan defensie. De overheid wordt medeaandeelhouder van defensiebedrijven, zodat de winsten terugvloeien naar de samenleving. We betalen de hogere defensieuitgaven niet met bezuinigen op zorg, onderwijs, sociale zekerheid en pensioenen. De hogere defensieuitgaven betalen we door een eerlijke bijdrage te vragen van de rijkste Nederlanders. We gaan door met investeren in onze verzorgingsstaat en de verduurzaming van onze economie."