Digitale zelfstandigheid in het onderwijs

De regering moet de digitale zelfstandigheid in het onderwijs vergroten en daar plannen voor maken. Scholen zijn nu te afhankelijk van grote buitenlandse techbedrijven zoals Microsoft en Google.

Motie van de leden Moorman en Kathmann over de digitale autonomie van het funderend onderwijs vergroten

De kamer, constaterende dat het kabinet een hoge ambitie heeft om de digitale autonomie van Nederland te vergroten in alle strategische sectoren; overwegende dat de totale dominantie van enkele niet-Europese techgiganten, zoals Microsoft en Google, in het funderend onderwijs een van de structurele oorzaken is van de huidige afhankelijkheid; verzoekt de regering om samen met het veld als doel te stellen om de digitale autonomie van het funderend onderwijs structureel en aantoonbaar te vergroten en hier samen plannen voor uit te werken.
10 juni | PRO | Aangenomen: 136–14 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma GL-PvdA

Stemverwachting: voor (erg zeker, 95%)

Argumenten voor: De partij wil voorkomen dat het onderwijs een marketingmachine wordt voor Big Tech [1]. Om onafhankelijker te worden van dominante techbedrijven, pleit de partij voor het gebruik van opensourcebesturingssystemen en -software in het onderwijs [1]. Daarnaast streeft de partij naar meer digitale autonomie door de afhankelijkheid van Amerikaanse en Chinese leveranciers te verkleinen en de voorkeur te geven aan Europese digitale diensten [2]. Ook wil de partij monopolies op Europese en nationale schaal verbreken om de macht van dominante bedrijven te beperken [3].

Argumenten tegen: Er zijn in de verstrekte teksten geen argumenten te vinden die tegen de motie ingaan.

Bronnen:

  1. "Onderwijs zonder marketing. Ons onderwijs is een verkapte marketingmachine voor Big Tech geworden. In plaats daarvan willen we leerlingen en studenten digitale vaardigheden leren die niet gebonden zijn aan producten van dominante marktpartijen die hun monopolies hiermee versterken. Onderwijs met opensourcebesturingssystemen en -software helpt een volgende generatie onafhankelijker te worden van dominante techbedrijven. Dit zal op termijn leiden tot een veerkrachtigere en veelzijdigere digitale economie."
  2. "Digitale autonomie en industriepolitiek in Europa. Nederland kent veel innovatieve ICT-bedrijven, maar is toch afhankelijk van Amerikaanse en Chinese leveranciers. Samen met Europese partners maken we haast met het bouwen van Europese alternatieven en het stallen van data op Europees grondgebied en zorgen we dat het uitsluitend onder Europees recht valt. Zo maken we de hele overheid minder afhankelijk van landen buiten de Europese Economische Ruimte en bergen we overheidsinformatie veiliger op. Om dit meer kracht bij te zetten investeren we in de Rijkscloud. Voor het stellen van prioriteiten in het bouwen aan digitale autonomie, kiezen we een risico-gedreven aanpak, waarbij we de gehele technologiestack in samenhang benaderen. We ondersteunen initiatieven voor Europese chipfabrieken en sturen bij de Europese Commissie aan op publieke garanties, zoals bij het InvestEU-programma. In Nederland omarmen we het ecosysteem van innovatieve mkb'ers en stimuleren start-ups in de tech-sector. De Rijksoverheid geeft als grootste IT-afnemer van het land de voorkeur aan Europese digitale diensten. Dat leidt tot hoogwaardige werkgelegenheid en versterkt de economie."
  3. "Aanpakken marktmacht. Dominante bedrijven mogen niet langer de vrije hand hebben in het opkopen van de concurrentie en het bepalen van onze leefwereld. Wij willen daarom monopolies op Europese en nationale schaal verbreken."