De regering moet zorgen dat er in elke regio meer verschillende beroepsopleidingen zijn op het vmbo. Nu bieden veel scholen te weinig keuzes aan. Hierdoor hangt de toekomst van een leerling te veel af van de plek waar hij of zij woont. Dit is niet eerlijk en beperkt de kansengelijkheid.
Motie van de leden Moorman en Rooderkerk over een plan om het aanbod van beroepsprofielen op het vmbo in verschillende regio's te verhogen
De kamer,
constaterende dat twee derde van de vmbo-scholen slechts drie van de
tien beroepsgerichte profielen aanbiedt;
overwegende dat dit kansengelijkheid in de weg staat, omdat de kansen
die vmbo-leerlingen hebben afhangen van de regio waar zij wonen;
verzoekt de regering met een plan te komen om het aanbod van verschillende beroepsprofielen op het vmbo in verschillende regio’s te verhogen,
en de Kamer hier zo snel mogelijk over te informeren.
Argumenten voor: De partij benadrukt dat het beroepsonderwijs essentieel is voor de samenleving en de arbeidsmarkt [1]. Om de kansengelijkheid te bevorderen, wil de partij investeren in extra middelen voor scholen met achterstanden [4] en streven naar een rechtvaardigere verdeling van kansen voor ieder kind [3]. Daarnaast is het een prioriteit om de voorzieningen, waaronder onderwijs, in elke regio op peil te houden of te verbeteren [2], waarbij de partij kritisch is op de huidige achterstanden in bepaalde regio's [5]. Specifiek wordt genoemd dat elke provincie recht heeft op technisch onderwijs, zoals een techniekhavo [6], wat aansluit bij de wens voor een beter regionaal aanbod [2].
Argumenten tegen: Er zijn in de verstrekte fragmenten geen argumenten te vinden die tegen het vergroten van het aanbod van beroepsprofielen of de regionale spreiding daarvan pleiten.
Bronnen:
"Of het nu in de zorg, techniek of bouw is: onze samenleving en arbeidsmarkt kan niet zonder vakmensen. We zetten in op positieve beeldvorming en stimuleren jongeren om vol vertrouwen te kiezen voor het vmbo en het mbo. Er komt gericht beleid voor meer praktisch gericht onderwijs, bijvoorbeeld de techniekhavo. Het mbo moet toegankelijk zijn voor instromers zonder startkwalificatie na beoordeling door de opleiding. De samenwerking tussen mboinstellingen en werkgevers wordt versterkt, zodat elke jongere verzekerd is van een kwalitatief goede stageplaats, inclusief stagevergoeding."
"Investeringen van het Rijk moeten meer bijdragen aan sterke regio's. Het Rijk stelt met regiodeals geld beschikbaar om de kwaliteit van leven, wonen en werken in de regio te verhogen. Uitvoeringsorganisaties van het Rijk worden door heel het land gevestigd. Elke regio heeft genoeg OV, zorg- en onderwijsvoorzieningen en krijgt hiervoor geld van het Rijk. Zo houden we gebieden leefbaar. We behouden de toeslag voor kleine scholen. Hogescholen krijgen geld om kleine en kwetsbare opleidingen in de regio overeind te houden. We houden posten voor spoedeisende hulp en andere vormen van acute zorg open door het hele land."
"Ieder kind, ongeacht thuissituatie, achtergrond of leerproblemen, heeft recht op goed onderwijs dat bijdraagt aan een brede ontwikkeling, met ondersteuning die aansluit bij zijn of haar mogelijkheden. De behoefte van het kind staat centraal. We blijven stappen zetten richting inclusiever onderwijs, waarbij alle kinderen zoveel mogelijk naar dezelfde school gaan. Voorwaarde is dat de scholen dit kunnen doen zonder bureaucratie en geschuif met budgetten. Er wordt gekeken naar wat een kind nodig heeft om tot leren te komen en niet naar labels en indicaties. Dit vraagt nauwe samenwerking tussen onderwijs, ouders, jeugdhulpverlening en zorg, met bijbehorende gecombineerde financieringsstromen. Schoolgebouwen dienen beter te worden ingericht op inclusief onderwijs. De overheid zorgt voor voldoende speciaal onderwijs (primair en voortgezet) in elke regio, inclusief volwaardig voortgezet speciaal onderwijs op havo- en vwo-niveau. In het primair onderwijs komt een landsdekkend passend onderwijsaanbod voor (hoog)begaafden met een extra ondersteuningsbehoefte om schooluitval in deze groep terug te dringen. Er wordt aandacht besteed aan soepele terugkeer en doorstroming naar regulier onderwijs, waarbij het leerrecht van kinderen even centraal staat als de leerplicht. Door in te zetten op later selecteren zal de overgang van PO naar VO soepeler verlopen en worden de kansen voor ieder kind eerlijker. Daarvoor kan nu al ingezet worden op brede en verlengde brugklassen."
"Voor het creëren van gelijke kansen is het belangrijk om gericht te investeren. Via de bekostiging en het onderwijsachterstandenbeleid blijven we extra middelen vrijmaken voor scholen waar veel uitdagingen en achterstanden zijn. De ouderbijdrage blijft vrijwillig en de inspectie ziet erop toe dat scholen dit respecteren, niet discrimineren, en dat het vrijwillig karakter voor iedereen duidelijk is. Komen scholen tekort, dan kunnen ze worden gecompenseerd zodat er geen onacceptabele verschillen tussen scholen ontstaan. Het is onwenselijk als er een omvangrijk buitenschools circuit van bijlesorganisaties ontstaat ('schaduwonderwijs'), mede als symptoom van een prestatiecultuur. Als een leerling bijles of extra ondersteuning nodig"
"De Rijksoverheid heeft de verschillende regio's te lang aan hun lot overgelaten en soms zelfs bewust achterstanden gecreëerd. Door te weinig te investeren in werkgelegenheid, huisvesting, bereikbaarheid of het in stand houden van het voorzieningenniveau. Of door, zoals in Groningen, alleen maar te focussen op de (financiële) belangen van de Rijksoverheid, in plaats van de belangen van de regio en haar inwoners. De Rijksoverheid staat letterlijk en figuurlijk op grote afstand van de inwoners van de Veenkoloniën, Zeeuws-Vlaanderen of Twente. En dit geldt voor veel meer regio's."
"We investeren volop in het beroepsonderwijs en geven ruimte aan jonge ondernemers. Dat is nodig, nu veel kennis met pensioen gaat. Elke provincie verdient een techniekhavo en technasia. Bedrijven worden via samenwerkingen actief betrokken bij het onderwijs, zowel in het voortgezet als vervolgonderwijs. We stimuleren ondernemerschap vanuit het hoger en wetenschappelijk onderwijs, bijvoorbeeld door het mogelijk maken van afspraken over het intellectueel eigendom van tijdens een studie ontwikkelde innovaties."