Meer techniekonderwijs op alle vmbo-scholen

De regering moet zorgen dat techniekonderwijs op alle vmbo-scholen in de onder- en bovenbouw beschikbaar is. Het aanbod van technische opleidingen neemt nu af. Veel leerlingen maken hun keuze zonder echt met techniek te hebben gewerkt. Vroege kennismaking is nodig om interesse te krijgen voor techniek en een goede studiekeuze te maken.

Motie van het lid Kisteman over uitwerken hoe techniekonderwijs in de onder- en bovenbouw van alle vmbo-vestigingen kan worden aangeboden

De kamer, constaterende dat het kabinet in de beleidsbrief OCW 2026–2030 zowel praktijkgericht onderwijs als techniekonderwijs als belangrijke prioriteiten benoemt en inzet op kennismaking van alle jongeren met techniek; constaterende dat uit de evaluatie van Sterk Techniekonderwijs blijkt dat vroege kennismaking met techniek van belang is, zodat leerlingen hun belangstelling voor techniek kunnen ontwikkelen en dit kunnen meenemen in hun latere profiel- en studiekeuze; constaterende dat het aanbod van de beroepsgerichte profielen in het vmbo, inclusief de drie harde technische profielen BWI, PIE, en M&T, verschraalt; overwegende dat veel leerlingen in het vmbo hun profielkeuze nu maken zonder structureel met techniek te hebben kennisgemaakt, omdat veel vmbo-scholen geen technieklicentie hebben; verzoekt de regering uit te werken hoe techniekonderwijs in de onder- en bovenbouw van alle vmbo-vestigingen aangeboden kan worden, en hierover te rapporteren in de eerstvolgende voortgangsrapportage.
10 juni | VVD |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma D66

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij wil het vmbo versterken en meer waardering geven aan vaardigheden die gericht zijn op de praktijk [1]. De partij benadrukt dat jongeren meer tijd moeten krijgen om hun talent te ontdekken [2] en wil voorkomen dat jongeren te vroeg worden vastgezet in keuzes die hun kansen later bepalen [6]. Daarnaast ziet de partij techniek als een belangrijke sector om de krapte op de arbeidsmarkt aan te pakken [3] en wil de partij meer focus en regie op technologie en innovatie [4]. Tevens wil de partij investeren in gelijke kansen op school [5].

Argumenten tegen: Er zijn in het verkiezingsprogramma geen argumenten te vinden die tegen het uitbreiden van techniekonderwijs op het vmbo gericht zijn.

Bronnen:

  1. "We versterken het vmbo en geven extra steun aan de groep kwetsbare leerlingen, vooral in de basisberoepsgerichte leerweg. We versterken de basisvaardigheden. We zorgen ook voor meer waardering van vaardigheden die gericht zijn op de praktijk."
  2. "D66 doorbreekt dit. Dat doen we door te kiezen voor hoge verwachtingen, gelijke kansen en goede gebouwen om in te leren. Kinderen en jongeren krijgen meer tijd om hun talent te ontdekken, doordat we later selecteren en onderwijs op maat écht laten werken. Leraren krijgen het vertrouwen en de ruimte in hun vak. Studenten krijgen meer zekerheid, zoals met een hogere aanvullende beurs voor mbo'ers en meer studentenhuisvesting. We investeren in goede schoolgebouwen die ook duurzaam en toegankelijk zijn en we versterken digitale vaardigheden én vergroten het leesplezier. En we investeren in mbo's, hogescholen en universiteiten, zodat we ook de toekomst aankunnen. Zo bouwen we aan onderwijs waar mensen altijd blijven leren, op een manier die bij ze past, van nul tot honderd jaar."
  3. "D66 wil een landelijke krapteaanpak. Samen met werkenden, ondernemers en de overheid stimuleren we mensen om over te stappen naar beroepen waar de krapte het grootst is. We beginnen met de zorg, het onderwijs en de techniek."
  4. "D66 wil een bewindspersoon voor Technologie en Innovatie, met een eigen begroting en een stevig mandaat. Daarmee zorgen we voor focus en regie binnen de overheid om onze maatschappelijke doelen te bereiken. Want technologie en innovatie zijn te belangrijk om versnipperd te blijven over verschillende ministeries."
  5. "We investeren in gelijke kansen op school. Daarom herstellen we het budget om onderwijsachterstanden aan te pakken. Dat is belangrijk voor programma's zoals de brede brugklas en de hulp voor kwetsbare leerlingen in het voortgezet onderwijs."
  6. "Maar die belofte wordt nu nog lang niet altijd waargemaakt. Door het lerarentekort vallen te vaak lessen uit. En te veel leerlingen gaan van school zonder goed te kunnen lezen, schrijven en rekenen. Tussen scholen zijn de verschillen groot: sommige scholen blinken jaar na jaar uit, andere blijven structureel achter. Jongeren worden te vroeg vastgezet in keuzes die hun kansen later bepalen. Leraren zijn te veel tijd kwijt aan bijzaken die niets met lesgeven te maken hebben. En scholen missen rust en een visie voor de lange termijn, omdat het beleid steeds verandert."