De regering moet zorgen dat techniekonderwijs op alle vmbo-scholen in de onder- en bovenbouw beschikbaar is. Het aanbod van technische opleidingen neemt nu af. Veel leerlingen maken hun keuze zonder echt met techniek te hebben gewerkt. Vroege kennismaking is nodig om interesse te krijgen voor techniek en een goede studiekeuze te maken.
Motie van het lid Kisteman over uitwerken hoe techniekonderwijs in de onder- en bovenbouw van alle vmbo-vestigingen kan worden aangeboden
De kamer,
constaterende dat het kabinet in de beleidsbrief OCW 2026–2030 zowel
praktijkgericht onderwijs als techniekonderwijs als belangrijke prioriteiten
benoemt en inzet op kennismaking van alle jongeren met techniek;
constaterende dat uit de evaluatie van Sterk Techniekonderwijs blijkt dat
vroege kennismaking met techniek van belang is, zodat leerlingen hun
belangstelling voor techniek kunnen ontwikkelen en dit kunnen
meenemen in hun latere profiel- en studiekeuze;
constaterende dat het aanbod van de beroepsgerichte profielen in het
vmbo, inclusief de drie harde technische profielen BWI, PIE, en M&T,
verschraalt;
overwegende dat veel leerlingen in het vmbo hun profielkeuze nu maken
zonder structureel met techniek te hebben kennisgemaakt, omdat veel
vmbo-scholen geen technieklicentie hebben;
verzoekt de regering uit te werken hoe techniekonderwijs in de onder- en
bovenbouw van alle vmbo-vestigingen aangeboden kan worden, en
hierover te rapporteren in de eerstvolgende voortgangsrapportage.
Argumenten voor: De partij wil het techniekonderwijs versterken en leerlingen enthousiast maken voor een toekomst in de techniek [1]. Voor het vmbo wil de partij specifiek de inzet op regionale samenwerking versterken en ervoor zorgen dat ook daar mensen enthousiast gemaakt worden voor de techniek [1]. Daarnaast is het een doel van de partij om praktijkgericht werken in het voortgezet onderwijs te versterken [3]. De partij erkent ook dat de politiek de plicht heeft om richting te geven in periodes waarin er tekorten zijn op de arbeidsmarkt [2].
Argumenten tegen: De partij stelt dat instellingen en studenten hun eigen keuzes moeten kunnen maken zonder dat een overheid te veel stuurt [2]. Daarnaast wordt aangegeven dat er geen inhoudelijke bemoeienis van de overheid moet zijn [4].
Bronnen:
"Het versterken van techniekonderwijs: We richten ons onderwijs meer in op techniek en op het opleiden van vakpersoneel. Door leerlingen technische kennis en praktische vaardigheden te leren maken we hen enthousiast voor een toekomst in de techniek. We hebben een schreeuwend tekort aan vakmensen. We willen een landelijk dekkend netwerk van onderwijs in tekortsectoren en versterken de inzet op regionale samenwerking in het vmbo. We zorgen dat ook daar mensen enthousiast gemaakt worden voor de techniek. In plaats van het verplichte vak cultureel kunstzinnige vorming mogen leerlingen ook examen doen in een nieuw te ontwikkelen vak praktische techniek en technologie."
"Ons mbo, hbo en wetenschappelijk onderwijs bruist van de gouden handen en de knappe koppen. Als we in de toekomst willen innoveren hebben we hun kennis en kunde hard nodig. We vertrouwen erop dat instellingen en studenten hun eigen keuzes kunnen maken, zonder een overheid die te veel stuurt. Tegelijkertijd ontslaat dat de politiek niet van de plicht om, in periodes waarin arbeidsmarkttekorten, richting te geven. De VVD wil de stap naar voren zetten: het is tijd voor een toekomstbeeld voor het mbo, hbo en wetenschappelijk onderwijs."
"Praktijkgericht onderwijs: We versterken praktijkgericht werken in het voorgezet onderwijs. Zo komen leerlingen op alle niveaus in contact met het lokale en regionale bedrijfsleven."
"Geen inhoudelijke bemoeienis, wel richting geven: Om de aansluiting op de arbeidsmarkt te verbeteren gaat de overheid meer sturen op de verdeling van aantallen studenten over opleidingen. De bekostiging moet gebaseerd worden op de capaciteit. We gaan instellingen vragen meer samen te werken, zich te profileren op thema's en minder te concurreren op studentenaantallen. De Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek wordt daartoe gemoderniseerd, zodat instellingen hun aanbod makkelijker kunnen vernieuwen."