Geen tijdelijke huurcontracten meer

De regering moet voorkomen dat tijdelijke huurcontracten weer worden ingevoerd of uitgebreid. Deze contracten zorgen namelijk niet voor meer woningen of een betere doorstroming op de woningmarkt. In plaats daarvan leiden ze tot hogere huren, minder leefbaarheid en grote onzekerheid voor huurders.

Motie van de leden Jimmy Dijk en Beckerman over tijdelijke huurcontracten niet opnieuw voeren of verbreden

De kamer, constaterende dat de Wet doorstroming huurmarkt 2015 in 2021 door Companen is geëvalueerd en dat uit die evaluatie bleek dat tijdelijke contracten niet leiden tot meer aanbod of betere doorstroming, maar wel tot snellere huurstijging, afname van leefbaarheid en grote onzekerheid onder huurders; verzoekt de regering tijdelijke huurcontracten niet opnieuw in te voeren of te verbreden.
10 juni | SP |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma PvdD

Stemverwachting: voor (erg zeker, 95%)

Argumenten voor: De partij wil de doorstroming bevorderen om wachtlijsten te verkorten [1]. Daarnaast stelt de partij dat wonen geen verdienmodel mag zijn en dat de liberalisering van de huurmarkt de woningcrisis heeft veroorzaakt [5]. Om hoge huren en speculatie tegen te gaan, wil de partij maatregelen invoeren om de verdeling van woningen te sturen [2], huren voor de komende vijf jaar bevriezen [3] en het woningwaarderingsstelsel (WWS) dwingend maken voor alle woningen om excessieve prijzen tegen te gaan [4].

Argumenten tegen: Er is in de verstrekte fragmenten geen informatie te vinden die een argument vormt tegen het niet invoeren of verbreden van tijdelijke huurcontracten.

Bronnen:

  1. "Dat mensen nu soms vijftien jaar moeten wachten op een sociale huurwoning is onacceptabel. Door meer woonruimte te creëren en doorstroming te bevorderen, verkorten we de wachtlijsten. Jongeren kunnen in hun geboorteplaats blijven wonen en ouderen kunnen wonen dicht bij hun naasten."
  2. "Huizen zijn om in te wonen, niet om een slaatje uit te slaan. Steeds meer mensen komen in de knel door hun hoge huur, of kunnen geen aanspraak maken op een huurwoning. Huisjesmelken en speculeren maken we onaantrekkelijk door maatregelen in te voeren waarmee (lokaal) gestuurd kan worden op de verdeling van woningen."
  3. "De huren worden voor de komende vijf jaar bevroren. Ook in de vrije sector worden de maximale huurprijzen beperkt. We schrappen de winstbelasting voor woningcorporaties en geven hen extra financiële steun. Hierdoor kunnen woningcorporaties huren bevriezen om wonen betaalbaar te houden en nieuwe sociale huurwoningen te bouwen."
  4. "Er blijven mogelijkheden om de huurprijzen te maximeren. We maken het woningwaardenstelsel (WWS) dwingend, zodat we excessieve huurprijzen tegengaan en voorkomen dat huisbazen het puntensysteem voor kamers omzeilen. Huurwoningen in de vrije sector gaan ook onder het WWS vallen. Het WWS wordt voor alle woningen verplicht."
  5. "Met een eerlijke verdeling van ruimte zijn we er nog niet. Wonen is geen verdienmodel. Maar dat is het wel geworden door bestuurspartijen. Met de verhuurdersheffing en de liberalisering van de huurmarkt werden woningzoekenden een nieuw verdienmodel en kregen huisjesmelkers en speculanten vrij baan. Dit heeft de woningcrisis veroorzaakt. Dat jongeren steeds meer moeite hebben om hun eerste huis te kopen is geen natuurwet, maar een politieke keuze."