De regering moet onderzoeken of er een landelijke maximale termijn moet komen voor middenhuurwoningen. Nu is er alleen een minimale termijn van tien jaar. Duidelijke regels geven investeerders zekerheid. Dit is nodig om de bouw van nieuwe woningen financieel haalbaar te houden en genoeg woningen te bouwen.
Motie van het lid Nobel c.s. over een landelijke maximumtermijn onderzoeken voor de instandhouding van middenhuurwoningen
De kamer,
constaterende dat voor middenhuurwoningen een minimale instandhoudingstermijn van tien jaar wordt voorgesteld, maar geen maximale
termijn;
overwegende dat hierdoor verschillen kunnen ontstaan in de wijze
waarop gemeenten instandhoudingstermijnen voor middenhuurwoningen toepassen;
overwegende dat een evenwichtige instandhoudingstermijn van belang is
voor de financiële haalbaarheid van nieuwe middenhuurprojecten en
daarmee voor de realisatie van voldoende middenhuurwoningen;
overwegende dat duidelijke en voorspelbare landelijke kaders bijdragen
aan uitvoerbaarheid voor gemeenten en investeringszekerheid voor
professionele verhuurders, zoals institutionele beleggers;
verzoekt de regering een landelijke maximumtermijn te onderzoeken voor
de instandhouding van middenhuurwoningen.
Argumenten voor: De partij streeft naar de bouw van tienduizenden woningen in het middensegment met een huur tot maximaal 1.200 euro per maand [1]. Het creëren van duidelijke kaders en investeringszekerheid zou in theorie kunnen bijdragen aan de realisatie van dit ambitieuze bouwprogramma.
Argumenten tegen: De partij wil door middel van een groot publiek investeringsprogramma juist minder afhankelijk worden van commerciële investeerders [3]. De motie richt zich specifiek op het bieden van investeringszekerheid aan professionele verhuurders en institutionele beleggers, wat haaks staat op het doel om de afhankelijkheid van deze partijen te verkleinen [3]. Daarnaast legt de partij de nadruk op de bescherming van huurders, zoals het voorkomen van explosieve huurstijgingen [2] en het beschermen van huurders tegen 'huisjesmelkers' via een verhuurvergunning [4].
Bronnen:
"Gunstige financiering voor middenhuur. We zorgen voor extra investeringsruimte door gunstige leningen voor de bouw van tienduizenden woningen met een huur tot maximaal 1.200 euro per maand. Op korte termijn kan dat als het Rijk en gemeenten garantstaan voor deze leningen, zoals Rotterdam gaat doen. Op lange termijn kan een speciaal fonds garantstaan (het Waarborgfonds Sociale Woningbouw), na goedkeuring van de EU."
"Huren betaalbaar houden. Als je eenmaal een woning hebt, wil je zekerheid dat je de huur kunt blijven betalen en dat je genoeg overhoudt voor andere uitgaven. We willen ervoor zorgen dat de lonen harder stijgen dan de huren. In tijden van hoge inflatie mogen de huren dan niet te hard stijgen. Om explosieve huurstijgingen te voorkomen, komt er een wettelijke bovengrens aan de toegestane huurstijging."
"Een investeringsprogramma voor tienduizenden betaalbare woningen. Als we sneller meer betaalbare woningen van topkwaliteit willen bouwen, is een ambitieus publiek investeringsprogramma nodig. Alleen zo hebben we voldoende slagkracht om betaalbaar te bouwen en worden we minder afhankelijk van commerciële investeerders. We willen daarom de komende jaren genoeg middelen uittrekken voor ongekende investeringen in woningbouw."
"Huurders verdienen zekerheid. De vaste huurovereenkomst blijft de norm, zoals we hebben afgesproken in de Wet vaste huurcontracten. We zijn tegen voorstellen die de onzekerheid voor huurders vergroten. Tijdelijke contracten zorgden namelijk voor hoge huurstijgingen en stress, en zorgden niet voor meer woningen. In het hele land gaat de verhuurvergunning gelden om huurders te beschermen tegen foute huisjesmelkers."