De regering moet vóór eind 2026 een herstelplan maken voor voormalige ZIKOS-jongeren en hun nabestaanden. Deze jongeren hebben ernstige psychische schade opgelopen door hun tijd in de gesloten jeugdzorg. Ook hebben nabestaanden te weinig excuses en nazorg gekregen. De overheid is verantwoordelijk voor deze groep.
Motie van het lid El Abassi over een herstel- en ondersteuningsplan voor voormalige ZIKOS-jongeren en hun nabestaanden
De kamer,
constaterende dat uit het rapport Eenzaam gestorven blijkt dat voormalige
jongeren van de ZIKOS-afdelingen nog altijd kampen met ernstige
psychische schade en dat nabestaanden aangeven onvoldoende
erkenning, excuses en nazorg te hebben ontvangen;
overwegende dat de overheid een bijzondere verantwoordelijkheid draagt
voor jongeren die onder haar verantwoordelijkheid in gesloten jeugdzorg
verbleven;
verzoekt de regering om vóór het einde van 2026 te komen met een
herstel- en ondersteuningsplan voor voormalige ZIKOS-jongeren en hun
nabestaanden, inclusief passende nazorg, erkenning en onafhankelijke
ondersteuning.
Argumenten voor: De partij vindt dat de overheid de verantwoordelijkheid moet nemen voor schade die door haar beleid is veroorzaakt en streeft naar het inlossen van een 'ere schuld' [1]. Zij benadrukken dat de overheid naast de bewoner moet staan om ervoor te zorgen dat mensen krijgen waar ze recht op hebben [3]. Daarnaast pleit de partij voor daadkrachtige uitvoering van hersteltrajecten en brede ondersteuning voor mensen die gedupeerd zijn door overheidsfalen [2]. Tot slot wordt expliciet vermeld dat gesloten jeugdzorg zorgvuldig moet worden afgebouwd [4].
Argumenten tegen: Er zijn in de verstrekte tekst geen argumenten te vinden die tegen de motie stemmen.
Bronnen:
"De voortgang van de dossiers wordt online inzichtelijk voor de bewoner. Onuitlegbare verschillen in het aardbevingsgebied worden conform het rapport Van Geel weggenomen. Hiervoor stellen we 1,8 miljard euro beschikbaar. De maatregelen uit de kabinetsreactie 'Nij Begun' op het enquêterapport worden zo spoedig mogelijk uitgevoerd, om de ereschuld in te lossen. Dit wordt, samen met uitvoering van de Sociale en Economische agenda, in de Groningenwet vastgelegd. Koste wat het kost en zo lang het duurt is het uitgangspunt. Er is blijvende aandacht voor de psychische gevolgen van de gaswinning, in het bijzonder voor het (mentaal) welzijn van kinderen en jongeren in het aardbevingsgebied. Er komt een Groningenfonds om het geld langjarig beschikbaar te houden voor Groningen. Het inlossen van de ereschuld vindt plaats in goed overleg met inwoners van Groningen. Met het Groningse erfgoed (zoals kerken, huizen en dorpsaanzichten) wordt zorgvuldig omgegaan."
"Gedupeerde ouders van het kinderopvangtoeslagschandaal snakken naar een einde van hun hersteltraject, dat al vele jaren voortduurt. De ChristenUnie wil daadkrachtige uitvoering van een uniform schadekader, snellere schikkingen op basis van onafhankelijke schade-expertise en harmonisering van de brede ondersteuning voor ouders bij de gemeenten."
"Er wordt geen gas meer gewonnen uit de Groninger gasvelden. Nederland heeft jarenlang geprofiteerd van de gaswinning in Groningen. Hoewel de gaswinning is gestopt, werken de gevolgen nog jaren door: de aarde schudt nog steeds, scheuren blijven zichtbaar in huizen en in de levens van Groningers. De overheid heeft de schadeafhandeling en versterkingsopgave met verschillende regelingen, grondslagen, werkwijzen en normen in de loop der jaren nodeloos ingewikkeld gemaakt. De schadeafhandeling en versterkingsopgave moeten milder, makkelijker en menselijker uitgevoerd worden. De Groninger en zijn of haar verhaal centraal staan, in plaats van een dossier of een nummer. De overheid (IMG en NCG) blijft daarom naast de bewoner staan om ervoor te zorgen dat ze krijgen waar ze recht op hebben."
"Uithuisplaatsing is een buitengewoon ingrijpende gebeurtenis, juist omdat die de bloedband en het diepe emotionele verbond tussen ouder en kind verbreekt. Niet voor niets is het recht op gezinsleven verankerd in mensenrechtenverdragen. Uithuisplaatsing is een allerlaatste optie wanneer de veiligheid van een kind op het spel staat. Samen met de jongere en de ouder(s) moet eerst alles op alles worden gezet om te voorkomen dat dit nodig is. Jeugdzorgorganisaties die hier succesvol werk van maken, worden beloond. Als uithuisplaatsing onvermijdelijk is, zijn pleeggezinnen en gezinshuizen te prefereren boven opvang in een instelling. Er wordt zo snel als mogelijk gewerkt aan wat er nodig is om een kind weer bij de eigen ouders op te laten groeien. De rechtsbescherming van kinderen en ouders wordt fors verbeterd. Gesloten jeugdzorg wordt zorgvuldig afgebouwd. Er komt passende aanvullende financiering voor het toekomstscenario Kind- en gezinsbescherming, waarbij professionals in de keten veel beter samenwerken rond een gezin. Een stelselwijziging is geen doel op zich."