De regering moet in de nieuwe Jeugdwet zorgen dat informele steun van familie en vrienden centraal staat. Deze steun is een belangrijke basis voor de samenleving. Gemeenten moeten eerst kijken wat het sociale netwerk kan doen voordat ze professionele hulp inzetten. Het familiegroepsplan (een plan voor de ondersteuning van een gezin) moet echt van het gezin zijn, zodat zij zelf de regie houden.
Motie van het lid Stoffer over informele ondersteuning van gezinnen wettelijk borgen
De kamer,
constaterende dat in de consultatieversie van het wetsvoorstel Reikwijdte
Jeugdwet het belang van een infrastructuur voor informele steun aan
gezinnen wordt onderkend;
overwegende dat deze informele ondersteuning niet slechts een
aanvulling op professionele hulp is, maar een belangrijke pijler vormt van
een sterke sociale basis;
overwegende dat het familiegroepsplan bedoeld is om gezinnen en hun
sociale netwerk in staat te stellen zelf regie te voeren over ondersteuning
die nodig is;
verzoekt de regering om bij de verdere uitwerking van het wetsvoorstel
Reikwijdte Jeugdwet te borgen dat informele ondersteuning een
belangrijke pijler vormt van de sociale basis en dat gemeenten eerst de
mogelijkheden van informele steun en het sociale netwerk in kaart
brengen alvorens professionele hulp wordt ingezet;
verzoekt de regering tevens om de Jeugdwet zodanig vorm te geven dat
het familiegroepsplan expliciet wordt gepositioneerd als een plan van het
gezin en diens sociale netwerk en niet van de hulpverlening, zodat de
regie in beginsel bij de familie zelf ligt.
Argumenten voor: De partij stelt dat jeugdzorg aanvullend moet zijn en niet het startpunt [1]. In het vangnet rondom kinderen zijn ouders, gemeenschappen en verenigingen cruciaal [1]. Daarnaast wil de partij dat lichte hulpvragen zoveel mogelijk in de eigen omgeving worden opgepakt, bijvoorbeeld via het gezin of informele netwerken [2]. Tevens legt de partij de nadruk op het centraal stellen van het kind in plaats van de zorgaanbieder [1].
Argumenten tegen: Het programma biedt geen argumenten om professionele hulp als eerste optie te gebruiken boven informele steun of om de regie bij de hulpverlening te laten in plaats van bij het gezin.
Bronnen:
"Op dit moment maakt één op de zeven jongeren gebruik van jeugdzorg en de mentale gezondheid van onze jongeren en jongvolwassenen staat breed onder druk. Het CDA wil een integrale aanpak bij hulp voor gezinnen, waarbij aandacht is voor een stabiele basis, zoals huisvesting, goed onderwijs, de impact van social media en het gezin. In het vangnet om kinderen heen zijn ouders, gemeenschappen en verenigingen cruciaal. Jeugdzorg moet aanvullend zijn, niet het startpunt. We zetten het kind centraal, niet de zorgaanbieder. Jongeren moeten zoveel als mogelijk mee kunnen praten over wat zij denken dat nodig is en wie hun daarbij kan steunen. De zorgprofessionals geven we meer ruimte en vertrouwen."
"We willen lichte hulpvragen zoveel mogelijk in de eigen omgeving oppakken: via gezin, school, huisarts, wijkteam of informele netwerken. We investeren in verenigingen, maatschappelijk werk en andere ondersteunende instanties. Het CDA wil de eigen bijdrage die wordt ingevoerd vooral toepassen bij lichte jeugdzorg. Dit mag niet ten koste gaan van het gebruik van jeugdzorg door kansarme gezinnen. De huisarts heeft de rol van poortwachter. Als er andere hulp nodig is, wordt het kind via een versterkte eerste lijn naar andere passende hulp doorverwezen."