De regering moet in de nieuwe Jeugdwet zorgen dat informele steun van familie en vrienden centraal staat. Deze steun is een belangrijke basis voor de samenleving. Gemeenten moeten eerst kijken wat het sociale netwerk kan doen voordat ze professionele hulp inzetten. Het familiegroepsplan (een plan voor de ondersteuning van een gezin) moet echt van het gezin zijn, zodat zij zelf de regie houden.
Motie van het lid Stoffer over informele ondersteuning van gezinnen wettelijk borgen
De kamer,
constaterende dat in de consultatieversie van het wetsvoorstel Reikwijdte
Jeugdwet het belang van een infrastructuur voor informele steun aan
gezinnen wordt onderkend;
overwegende dat deze informele ondersteuning niet slechts een
aanvulling op professionele hulp is, maar een belangrijke pijler vormt van
een sterke sociale basis;
overwegende dat het familiegroepsplan bedoeld is om gezinnen en hun
sociale netwerk in staat te stellen zelf regie te voeren over ondersteuning
die nodig is;
verzoekt de regering om bij de verdere uitwerking van het wetsvoorstel
Reikwijdte Jeugdwet te borgen dat informele ondersteuning een
belangrijke pijler vormt van de sociale basis en dat gemeenten eerst de
mogelijkheden van informele steun en het sociale netwerk in kaart
brengen alvorens professionele hulp wordt ingezet;
verzoekt de regering tevens om de Jeugdwet zodanig vorm te geven dat
het familiegroepsplan expliciet wordt gepositioneerd als een plan van het
gezin en diens sociale netwerk en niet van de hulpverlening, zodat de
regie in beginsel bij de familie zelf ligt.
Argumenten voor: De partij wil investeren in jeugdzorg die vrij is van bureaucratie en waarbij jongeren zeggenschap krijgen over hun eigen zorg [3]. Daarnaast is er aandacht voor mantelzorgers [1], het versterken van de zorg in de buurt [2] en het belang van een sterk fundament in de eerstelijnszorg [4], wat aansluit bij de focus op informele en lokale ondersteuning.
Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma biedt geen argumenten om tegen het versterken van informele steun of het geven van regie aan gezinnen te stemmen.
Bronnen:
"Iedereen recht op passende ondersteuning. Gemeenten krijgen voldoende geld om zorg te bieden aan ouderen, mensen met een beperking en mantelzorgers. De eigen bijdrage schaffen we af. Er komt een gemeentelijk basis pakket voor huishoudelijke hulp, begeleiding, dagbesteding en respijtzorg. De specialistische jeugdzorg wordt weer landelijk gefinancierd, zodat kinderen overal de zorg krijgen die nodig is. We investeren in goede en passende gehandicaptenzorg voor iedereen die dit nodig heeft."
"De ggz hoort in de buurt. In elke regio zorgen we voor voldoende ggzopnameplekken en ambulante teams. Bij een crisis komt er altijd professionele opvang, niet gelijk de politie. De wachttijden worden aangepakt en er komt structurele versterking van personeel en voorzieningen. De wachttijden worden aangepakt en er komt structurele versterking voor (opleiding van) het) personeel en voorzieningen. We maken van ggzondersteuning een vast onderdeel van de zorg in de buurt. Met voldoende behandelcapaciteit en aandacht voor kinderen, jongeren en mensen met complexe problematiek. Zorg mag daarbij niet afhangen van bureaucratische regels of een label op basis van een handboek voor aandoeningen (zoals de DSM). Behandelaars krijgen de ruimte om passende zorg te bieden op basis van hun professionele oordeel. Daarnaast zal er op tal van plekken meer aandacht moeten komen voor de mentale gezondheid van mensen, van jongeren tot gepensioneerden."
"Goede jeugdzorg die helpt. We hebben allemaal weleens hulp nodig in ons leven. We moeten klaarstaan voor jongeren met goede jeugdzorg waar je op kunt vertrouwen. Daarom investeren we in de jeugdzorg en maken we deze zorg vrij van wachtlijsten, marktwerking en bureaucratie. Jongeren krijgen zeggenschap over hun zorg."
"Investeren in de hele eerste lijn. De eerstelijnszorg - van fysiotherapie en verloskunde tot tandzorg en wijkverpleging - vormt samen met de huisarts het fundament van ons zorgstelsel. Toch staan veel eerstelijnszorgverleners onder zware druk; zo overweegt een groot deel van de fysiotherapeuten te stoppen door lage tarieven en hoge werkdruk. Wij investeren in de hele eerste lijn, maken de zorg weer toegankelijk en betaalbaar, en geven zorgverleners de ruimte om hun werk goed te doen."