De regering moet eisen dat de EU streng optreedt tegen landen die niet meewerken aan de strijd tegen drugs. Landen helpen nu niet genoeg bij het opsporen en vervolgen van internationale drugscriminelen. De EU kan de samenwerking met deze landen verminderen of zelfs stoppen. Noodhulp via maatschappelijke organisaties moet hierbij wel worden uitgezonderd.
Motie van het lid Diederik van Dijk c.s. over optreden tegen landen die onvoldoende meewerken aan de bestrijding van internationale drugscriminaliteit
De kamer,
constaterende dat de Raad zal spreken over de implementatie van de
EU-antidrugsstrategie;
overwegende dat een effectieve bestrijding van internationale drugscriminaliteit vraagt om medewerking van derde landen aan opsporing,
vervolging en uitlevering, maar dat dit, onder meer vanuit Sierra Leone,
onvoldoende het geval is;
overwegende dat Nederland als internationaal logistiek knooppunt hierin
een bijzondere verantwoordelijkheid heeft;
verzoekt de regering zich er in Europees verband voor in te zetten dat de
EU consequent optreedt tegen landen die onvoldoende meewerken aan
de bestrijding van internationale drugscriminaliteit, waaronder indien
nodig door het opschorten of afbouwen van bilaterale samenwerkingsrelaties, met dien verstande dat noodhulp en steun via onafhankelijke
maatschappelijke organisaties en consortia hiervan worden uitgezonderd.
Argumenten voor: De partij wil een krachtige aanpak van drugsproductie, handel en de daarmee verbonden ondermijning [1][2]. Voor de bestrijding van drugscriminaliteit is volgens de partij internationale samenwerking noodzakelijk [3]. Daarnaast is het uitgangspunt van hun buitenlands beleid dat recht en rechtvaardigheid centraal staan, waarbij zij inzetten op het tegengaan van straffeloosheid en het versterken van de internationale rechtsorde [4]. De partij is bereid om politieke en economische instrumenten, zoals sancties, in te zetten om bepaalde regimes of situaties aan te pakken [4][5].
Argumenten tegen: De partij stelt wel dat diplomatieke kanalen bij het inzetten van tegenmaatregelen zoveel mogelijk opengehouden moeten worden [5], maar de fragmenten bevatten geen directe argumenten om tegen het opleggen van druk aan landen die niet meewerken aan de strijd tegen drugscriminaliteit te zijn.
Bronnen:
"Als we niet willen dat Nederland afglijdt tot een narcostaat, moeten we drugs zonder uitzondering verbieden en zorgen voor een stevige strafrechtelijke aanpak van productie en handel. Daarvoor is het ook nodig dat we adequaat kunnen inspelen op het verbieden van nieuwe vormen van (synthetische) drugs. Ondermijnende drugscriminaliteit en criminele uitbuiting zijn nauw met elkaar verweven. We willen voorkomen dat jongeren afglijden in de criminaliteit en verslaving. Bewustwordingscampagnes op scholen, persoonlijke begeleiding, een passend zorgaanbod en steun bij het vinden en behouden van opleiding en werk zijn daarbij van groot belang. Hogere (maximum)straffen"
"Nog altijd gaan in ons land mensenlevens, relaties en gezinnen kapot vanwege drugsgebruik. Bovendien gaat achter het gebruik van pillen, poeders, joints en andere verdovende middelen een wereld schuil van niets ontziende criminaliteit en ondermijning. De gevolgen daarvan beperken zich niet tot de onderwereld, maar zijn zichtbaar en voelbaar in het dagelijks leven, bijvoorbeeld verslaafde studenten die uitvallen of een gezin dat uit elkaar valt door drugscriminaliteit. Een belangrijke oorzaak ligt in de normalisatie van drugs in onze samenleving. Dat moet zo snel mogelijk stoppen."
"In tegenstelling tot wat het doorgeslagen vrijheidsdenken ons wijsmaakt, zijn sommige dingen niet bedoeld om te kopen of te verkopen. Dat geldt ook voor seksualiteit. In een samenleving waarin mensen tot bloei zijn gerechtvaardigd, met name voor zware en georganiseerde drugscriminaliteit. We vergroten de capaciteit bij politie en justitie voor de bestrijding van drugscriminaliteit, ook in internationale samenwerking. Ook moet duidelijk zijn dat (drugs) criminaliteit niet loont. Panden, boten, auto's, sieraden en wat er verder met misdaadgeld is gekocht, wordt afgepakt en geveild."
"Niet macht en eigenbelang, maar recht en rechtvaardigheid vormen de kern van ons buitenlands beleid. Internationale rechtsbeginselen, zoals nakoming van verdragen en bescherming van burgers conform het humanitair oorlogsrecht, staan daarbij voorop. Nederland is en blijft een actieve en betrouwbare partner in de internationale gemeenschap en van internationale gerechtshoven. Onze inzet is dan ook gericht op versterking en bescherming van de multilaterale rechtsorde, waaronder de VN, die onder grote druk staat. Nederland neemt - idealiter in Europees verband - een leidende rol in het aankaarten van mensenrechtenschendingen en het tegengaan van straffeloosheid. We bestrijden autocratische regimes met sancties. Mensenrechtenschendingen worden bestreden en daders berecht."
"We willen dat iedereen beter wordt van internationale handel. Internationale handel wordt in toenemende mate ingezet als een geopolitiek instrument. Nederland moet daarin niet naïef zijn en bij (dreigende) importheffingen met gelijke munt terugslaan middels gerichte, proportionele en effectieve tegenmaatregelen zonder verdere escalatie uit te lokken. Diplomatieke kanalen moeten hierbij zoveel mogelijk worden opengehouden. Ongewenste strategische afhankelijkheden worden in kaart gebracht en zo snel mogelijk afgebouwd. Alle internationale handel moet voldoen aan (internationale) gedragsregels, zoals de Wvedio (Wet verantwoord en duurzaam internationaal ondernemen). Voor deze wet blijven we strijden omdat we willen dat iedereen beter wordt van internationale handel."