Aanpak landen die niet meewerken tegen drugs

De regering moet eisen dat de EU streng optreedt tegen landen die niet meewerken aan de strijd tegen drugs. Landen helpen nu niet genoeg bij het opsporen en vervolgen van internationale drugscriminelen. De EU kan de samenwerking met deze landen verminderen of zelfs stoppen. Noodhulp via maatschappelijke organisaties moet hierbij wel worden uitgezonderd.

Motie van het lid Diederik van Dijk c.s. over optreden tegen landen die onvoldoende meewerken aan de bestrijding van internationale drugscriminaliteit

De kamer, constaterende dat de Raad zal spreken over de implementatie van de EU-antidrugsstrategie; overwegende dat een effectieve bestrijding van internationale drugscriminaliteit vraagt om medewerking van derde landen aan opsporing, vervolging en uitlevering, maar dat dit, onder meer vanuit Sierra Leone, onvoldoende het geval is; overwegende dat Nederland als internationaal logistiek knooppunt hierin een bijzondere verantwoordelijkheid heeft; verzoekt de regering zich er in Europees verband voor in te zetten dat de EU consequent optreedt tegen landen die onvoldoende meewerken aan de bestrijding van internationale drugscriminaliteit, waaronder indien nodig door het opschorten of afbouwen van bilaterale samenwerkingsrelaties, met dien verstande dat noodhulp en steun via onafhankelijke maatschappelijke organisaties en consortia hiervan worden uitgezonderd.
16 juni | SGP, CDA, VVD | Aangenomen: 120–30 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma Volt

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 75%)

Argumenten voor: De partij wil de bevoegdheden van Europol uitbreiden om sneller en effectiever op te treden [5] en streeft naar een verplichting voor lidstaten om deel te nemen aan het Europees Openbaar Ministerie [3]. Ook wil de partij dat de EU-lidstaten zich aan de regels houden [2] en benadrukt zij dat samenwerking met andere landen noodzakelijk is omdat criminaliteit en dreigingen niet stoppen bij de grens [6]. Tevens is het actief opsporen van illegale geldstromen een prioriteit [1].

Argumenten tegen: De partij stelt dat de EU Afrika als een gelijkwaardige partner moet behandelen en dat samenwerking moet gericht zijn op respect voor de soevereiniteit van deze landen [4]. Het opschorten van bilaterale relaties als sanctie zou in strijd kunnen zijn met dit uitgangspunt van respectvolle en gelijkwaardige partnerschap [4].

Bronnen:

  1. "Europese bedrijven die opzettelijk verkeerde handelscijfers doorgeven, worden opgespoord en bestraft. Banken krijgen de taak om illegale geldstromen uit ontwikkelingslanden actief op te sporen onder de anti-witwasregels."
  2. "Nederland gaat zich in Europees verband inspannen om ook andere lidstaten zich aan de regels te laten houden."
  3. "Volt wil dat Nederland zich inzet voor een uitbreiding van de bevoegdheden en het werkterrein van het Europees Openbaar Ministerie (EOM). Volt wil een verplichting voor lidstaten om deel te nemen aan het EOM."
  4. "De EU moet Afrika als een gelijkwaardige partner behandelen. Samenwerking moet gericht zijn op door Afrikaanse landen zelf gekozen ontwikkeling, met respect voor hun soevereiniteit en welvaart. De EU helpt daarbij met leningen en investeringen via internationale en lokale ontwikkelingsbanken. Deze investeringen richten zich op het voorkomen van klimaatschade, het bestrijden van armoede en het versterken van democratie in de regio. Het geld gaat alleen naar projecten die financieel rendabel zijn en door de landen zelf worden uitgevoerd. Goede ambassades ter plekke zijn hiervoor belangrijk."
  5. "We breiden het mandaat van Europol uit tot een 'Europese FBI' met eigenstandige operationele bevoegdheden. Opsporingsdiensten kunnen daardoor veel sneller en effectiever optreden, zowel in het fysieke als in het digitale domein."
  6. "We investeren in weerbaarheid en bewustwording bij mensen, bedrijven en overheden. De politie krijgt betere opleidingen en we verlagen de werkdruk. De politie komt dichter bij burgers te staan, offline én online. We bouwen aan digitale veiligheid met investeringen in cyberweerbaarheid, ethisch hacken en minder afhankelijkheid van grote techbedrijven. En omdat dreigingen niet stoppen bij de grens, werken we nauwer samen met andere landen. Dit doen we onder andere door betere samenwerking tussen hulpdiensten in grensregio's. Zo versterken we onze samenleving als geheel en leggen we een stevige basis voor het bestrijden van criminaliteit en geweld."