Aanpak landen die niet meewerken tegen drugs

De regering moet eisen dat de EU streng optreedt tegen landen die niet meewerken aan de strijd tegen drugs. Landen helpen nu niet genoeg bij het opsporen en vervolgen van internationale drugscriminelen. De EU kan de samenwerking met deze landen verminderen of zelfs stoppen. Noodhulp via maatschappelijke organisaties moet hierbij wel worden uitgezonderd.

Motie van het lid Diederik van Dijk c.s. over optreden tegen landen die onvoldoende meewerken aan de bestrijding van internationale drugscriminaliteit

De kamer, constaterende dat de Raad zal spreken over de implementatie van de EU-antidrugsstrategie; overwegende dat een effectieve bestrijding van internationale drugscriminaliteit vraagt om medewerking van derde landen aan opsporing, vervolging en uitlevering, maar dat dit, onder meer vanuit Sierra Leone, onvoldoende het geval is; overwegende dat Nederland als internationaal logistiek knooppunt hierin een bijzondere verantwoordelijkheid heeft; verzoekt de regering zich er in Europees verband voor in te zetten dat de EU consequent optreedt tegen landen die onvoldoende meewerken aan de bestrijding van internationale drugscriminaliteit, waaronder indien nodig door het opschorten of afbouwen van bilaterale samenwerkingsrelaties, met dien verstande dat noodhulp en steun via onafhankelijke maatschappelijke organisaties en consortia hiervan worden uitgezonderd.
16 juni | SGP, CDA, VVD | Aangenomen: 120–30 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma PVV

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij stelt dat de georganiseerde criminaliteit, waaronder de drugshandel, te veel vrij spel heeft in het land [1]. De motie die vraagt om een sterkere internationale aanpak van drugscriminaliteit draagt bij aan het bestrijden van deze problematiek [1].

Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten die de inzet van de EU voor een hardere aanpak van niet-coöperatieve landen bij de bestrijding van drugscriminaliteit afwijzen.

Bronnen:

  1. "De georganiseerde criminaliteit tiert welig in ons land: drugshandel, wapenhandel en mensenhandel. Groepen minderjarige Syriërs terroriseren onze steden: geweld, overlast en intimidatie. Vrouwen durven vaak niet meer over straat. Marokkanen zijn 5,5 keer vaker verdacht van een misdrijf dan Nederlanders; allochtonen zijn verdachte in 55% van alle geweldsmisdrijven; ruim 70% van alle gedetineerden is allochtoon. Dat is onacceptabel."