Aanpak van online pesten op scholen

De regering moet tijdens de Week tegen Pesten 2026 bewezen methoden en praktische hulp aanbieden aan scholen en ouders. Online pesten is erg schadelijk, omdat het 24 uur per dag doorgaat en lastig zichtbaar is voor volwassenen. Scholen hebben duidelijke instructies nodig om online pesten te voorkomen en aan te pakken.

Motie van het lid Armut c.s. over bewezen effectieve methoden voor de aanpak van online pesten actief onder de aandacht brengen van scholen

De kamer, constaterende dat in het coalitieakkoord is afgesproken pesten tegen te gaan met bewezen effectieve methoden; constaterende dat online pesten voor kinderen en jongeren niet ophoudt na schooltijd en vaak moeilijk zichtbaar is voor ouders en docenten; constaterende dat uit onderzoek blijkt dat de gevolgen van online pesten vaak nog heftiger kunnen zijn dan pesten op het schoolplein, onder meer omdat het 24 uur per dag door kan gaan; constaterende dat de Europese Commissie in februari 2026 een actieplan tegen cyberpesten heeft gepresenteerd, gericht op betere bescherming van kinderen en jongeren online; overwegende dat scholen behoefte hebben aan handelingsperspectief over welke aanpak werkt bij het voorkomen, signaleren en aanpakken van online pesten; verzoekt de regering om tijdens de Week tegen Pesten 2026 bewezen effectieve methoden, praktische handreikingen en goede voorbeelden voor de aanpak van online pesten actief onder de aandacht te brengen van scholen, en daarbij ook de rol van ouders te betrekken.
17 juni | CDA, D66 | Aangenomen: 123–26 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij vindt dat kinderen het recht hebben om veilig online op te groeien [1]. Er wordt gepleit voor het versterken van pedagogische relaties door nauwe samenwerking tussen ouders, scholen en andere instanties [3]. Hierbij wordt specifiek genoemd dat gezamenlijke opvoedgesprekken over thema's zoals social media een belangrijke rol spelen [3]. Daarnaast wordt de wens uitgesproken dat pedagogische ondersteuning beschikbaar is binnen de schoolomgeving [2].

Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma bevat geen argumenten die tegen het aanpakken van online pesten of het verstrekken van handreikingen aan scholen gericht zijn.

Bronnen:

  1. "Voor het eerst groeit een generatie grotendeels digitaal op. Naast de positieve kanten van de digitale wereld is dit een experiment met potentieel ontwrichtende gevolgen, voor kinderen én de samenleving als geheel. Kinderen hebben het recht veilig op te groeien, ook online. De overheid doet er veel aan om kinderen in de fysieke wereld tegen gevaar en ongezonde invloeden te beschermen. Dit terwijl kinderen in de digitale wereld aan grote techbedrijven worden overgeleverd. Het terugdringen van de negatieve invloed van smartphones en social media is een zaak van de hele samenleving. De verantwoordelijkheid hoe om te gaan met smartphones en sociale media ligt in eerste instantie bij ouders, maar met duidelijke wettelijke omkadering. Dat betekent dat sociale media niet toegankelijk mogen zijn voor kinderen jonger dan 14 jaar. Adequate leeftijdsverificatie is noodzakelijk voor sociale media, platformen met expliciete content (porno, geweld), goksites, kopen van alcohol, BNPL-diensten. Ook moet het mogelijk zijn voor 18-jarigen om op een toegankelijke manier hun gegevens permanent te kunnen wissen. Sociale mediabedrijven worden verplicht hun producten minder verslavend te maken. Smartphones worden geweerd uit scholen en ouder-initiatieven zoals 'Smartphonevrij opgroeien' gestimuleerd."
  2. "Op school ontwikkelen kinderen en jongeren zich en doen ze belangrijke vaardigheden op voor het leven. Maar niet elk maatschappelijk probleem wordt opgelost door het onderwijs. We stoppen met over-diagnostisering en geven het onderwijs ruimte voor brede persoonsontwikkeling. Gemeenten, scholen en samenwerkingsverbanden werken samen aan een goede pedagogische basis, waarin pedagogische relaties worden aangegaan en op elkaar afgestemd. De pedagogische ondersteuning is binnen de school beschikbaar en wordt op een collectieve manier aangeboden en gefinancierd. Zo halen we zorg erbij in de eigen omgeving van het kind, in plaats van dat we kinderen verwijzen naar individuele zorgtrajecten buiten de school."
  3. "We investeren in nabije zorg die pedagogische relaties rond jeugd versterkt. Geen losse programma's, maar samenwerking tussen ouders, scholen, kerken en buurtorganisaties. Denk aan gezamenlijke opvoedgesprekken over thema's als social media en prestatiedruk en ondersteuning bij kinderen met onbegrepen gedrag. Kerken, scholen, lokale teams, opbouwwerkers en jongerenwerkers spelen daarin een belangrijke rol."