Bescherming en ruimte voor zeekabels op zee

De regering moet in het Programma Noordzee 2028–2033 genoeg ruimte en vaste routes reserveren voor nieuwe telecom- en datakabels. Ook moet de overheid het aanvragen van vergunningen voor deze kabels sneller en voorspelbaarder maken. Dit is nodig omdat zeekabels onmisbaar zijn voor de economie, de zorg en de veiligheid van Nederland.

Motie van het lid Van den Berg over in het Programma Noordzee 2028-2033 voldoende ruimte, voorkeurstracés en beschermingszones voor nieuwe telecom- en datakabels borgen

De kamer, constaterende dat Nederland door ruimtegebrek, vergunningstrajecten en hoge aanlandingskosten minder aantrekkelijk wordt als aanlandingslocatie voor nieuwe zeekabels; overwegende dat zeekabels niet alleen telecominfrastructuur zijn, maar vitale infrastructuur voor economie, zorg, betalingsverkeer, logistiek, kennisinstellingen en veiligheid; overwegende dat in het Programma Noordzee 2028–2033 keuzes worden voorbereid over ruimtegebruik op de Noordzee; verzoekt de regering om in het Programma Noordzee 2028–2033 expliciet voldoende ruimte, voorkeurstracés en beschermingszones voor nieuwe telecom- en datakabels te borgen; verzoekt de regering tevens om voor nieuwe zeekabelaanlandingen een procesaanpak uit te werken waarmee vergunningverlening voorspelbaarder en sneller kan verlopen zonder veiligheids- en natuurtoetsen over te slaan.
17 juni | JA21 | Aangenomen: 127–22 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma JA21

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 85%)

Argumenten voor: De partij beschouwt digitalisering en kunstmatige intelligentie als cruciale kansen voor de economie en wil voorkomen dat Nederland achterop raakt [1][3]. Daarnaast ziet de partij cyberveiligheid en de bescherming van kritieke infrastructuur als essentieel voor zowel de economische weerbaarheid als de nationale veiligheid [6][4]. De partij pleit bovendien voor het versnellen van vergunningsprocedures, met name voor strategische sectoren, om de industrie toekomstbestendig te maken [2] en innovatie te stimuleren door minder belemmerende regelgeving [5].

Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma biedt geen argumenten om tegen de motie te stemmen.

Bronnen:

  1. "De wereld verandert dankzij nieuwe technologie zoals kunstmatige intelligentie (AI) en opkomende robotisering in een razend tempo. Terwijl andere landen grote inves -teringen doen in digitalisering en kunstmatige intelligentie, dreigt Nederland achterop te raken. Het succes van ons bedrijfsleven hangt voor een groot deel af van of we meekomen op de digitaliseringsgolf, maar veel onderne -mers worstelen nog met de digitale transitie. Tegelijkertijd groeit onze digitale afhankelijkheid van buitenlandse techbedrijven en staat onze arbeidsmarkt voor een om -slag door automatisering en AI."
  2. "Vergunningsprocedures versnellen voor onder andere stikstof en aansluitingen op het energienet. Door hierbij voorrang te geven aan strategische sectoren zoals defensie maken we onze industrie toekomstbestendig."
  3. "Digitalisering en kunstmatige intelligentie bieden enorme kansen voor onze economie, maar dan moet de overheid wel meebewegen en ondernemers de ruimte geven om te groeien en te innoveren. Nederland moet een topspeler worden op het gebied van technologie en heeft daartoe het potentieel."
  4. "Economische weerbaarheid. Cyberveiligheid als voorwaarde voor herindustrialisatie en strategische autonomie."
  5. "De Nederlandse defensie-industrie versterken door minder belemmerende regelgeving en vergunningseisen, en door het verstrekken van langdurige opdrachten. Zo stimuleren we innovatie en werkgelegenheid in eigen land."
  6. "Cyberveiligheid is nationale veiligheid. Nederland is kwets -baar. Een digitale aanval kan onze energievoorziening, ha -vens of democratie platleggen. In NAVO-verband is daarom afgesproken dat 1,5% van het BBP moet worden geïnves -teerd in cyberveiligheid, kritieke infrastructuur en innova -tie. JA21 staat achter deze afspraak en zet in op een stevige en centrale aanpak van deze investering onder één verantwoordelijk ministerie, met één vaste Kamercommissie, en onder scherpe toetsing op effectiviteit."