Meer ruimte voor Eurostar op Amsterdam Centraal

De regering moet de capaciteit van de UK Terminal op Amsterdam Centraal vergroten door e-gates (digitale paspoortcontroles) in te zetten. Nu passen er maar 250 mensen per trein, terwijl dit 650 moet zijn. Dit helpt Eurostar om eerlijker te concurreren met andere landen, omdat zij in Nederland extra kosten maken voor grenscontroles.

Motie van het lid Goudzwaard over uitbreiding van de capaciteit van de Eurostar UK Terminal op Amsterdam Centraal

De kamer, constaterende dat de directe treinverbinding tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk een belangrijke economische en maatschappelijke meerwaarde heeft voor Nederland; constaterende dat Eurostar jaarlijks een bijdrage levert aan de kosten van grenscontroles door de Koninklijke Marechaussee, in tegenstelling tot andere Europese landen; constaterende dat vanwege capaciteitsproblemen op de UK Terminal er met slechts 250 passagiers per trein gewerkt kan worden; overwegende dat de inzet van e-gates en verdere digitalisering de capaciteit van de UK Terminal kan vergroten zonder het verhogen van uitvoeringskosten ten behoeve van grenscontroles; overwegende dat internationale treinverbindingen vanuit Nederland op eerlijke wijze moeten kunnen concurreren met andere internationale vervoersmodaliteiten; verzoekt de regering ervoor zorg te dragen dat de capaciteit van de UK Terminal op Amsterdam Centraal, door de inzet van e-gates, wordt uitgebreid naar 650 passagiers per trein zoals eerder in het vooruitzicht gesteld; verzoekt de regering zich ervoor in te spannen dat Eurostar in Nederland onder vergelijkbare voorwaarden kan opereren als in de ons omringende landen, zodat een gelijk speelveld voor internationale treinverbindingen wordt bevorderd.
17 juni | JA21 | Verworpen: 74–75 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma BBB

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij stelt dat bereikbaarheid per spoor cruciaal is voor de economische concurrentiepositie van Nederland en geeft internationale treinverbindingen prioriteit [1]. Infrastructuur wordt gezien als essentieel voor de economie [2] en grensoverschrijdende spoorverbindingen worden benadrukt als middel om economische kansen te vergroten [3]. Daarnaast streeft de partij naar een economisch beleid dat gericht is op het versterken van het concurrentie- en verdienvermogen [4].

Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma biedt geen argumenten om tegen deze motie te stemmen.

Bronnen:

  1. "Bereikbaarheid per spoor en door de lucht is cruciaal voor de economische concurrentiepositie van Nederland. Spoorlijnen zijn de levenslijn voor bereikbaarheid. We zetten vooral in op vernieuwing. Internationale trein- en busverbindingen krijgen prioriteit als alternatief voor korteafstandsvluchten."
  2. "Nederland is groot geworden dankzij zijn sterke verbindingen over weg, water, spoor en lucht. Die infrastructuur is essentieel voor onze economie, woningbouw, energietransitie en nationale veiligheid. Maar de ruggengraat piept en kraakt: jarenlang beleid dat vooral gericht was op kostenbeheersing en stedelijke knooppunten heeft geleid tot achteruitgang in regio's en buitengebieden. Openbaar vervoer verdwijnt, voorzieningen sluiten en bereikbaarheid neemt af. BBB vindt dat dit anders moet: iedereen in Nederland, van Randstad tot Achterhoek en van Heuvelland tot de Wâlden, moet zich veilig, betaalbaar en betrouwbaar kunnen verplaatsen."
  3. "Snelle realisatie Nedersaksenlijn. De Nedersaksenlijn is een belangrijke spoorverbinding tussen Groningen, Emmen en Enschede. Deze lijn versterkt de bereikbaarheid van het oosten en noorden van Nederland, bevordert grensoverschrijdende samenwerking met Duitsland en vergroot de leefbaarheid en economische kansen in regio's die nu te vaak worden vergeten. De Nedersaksenlijn is niet alleen een investering in vervoer, maar ook in woningbouw, arbeidsmobiliteit en innovatie. Daarnaast draagt de lijn bij aan onze militaire en logistieke weerbaarheid."
  4. "De concurrentiekracht van Nederland neemt af door extra regelgeving, hoge lasten en een gebrek aan economisch strategisch beleid. Europese regels worden vaak vergaand doorvertaald en nationaal verzwaard. We zetten in op een economie die past bij de kracht van Nederland: slimme landbouw, technische innovatie, hoogwaardige productie en sterke regio's. Economisch beleid moet gericht zijn op versterking van ons concurrentie- en verdienvermogen."