De regering moet zorgen dat omwonenden volwaardig worden betrokken bij de landelijke gesprekstafel gezondheid en industrie. De belangen van burgers worden momenteel onvoldoende beschermd tegenover de belangen van de industrie. Omwonenden moeten daarom tijdig en duidelijk worden geïnformeerd. Dit is nodig voor een betere werking en meer steun voor de gesprekstafel.
Motie van het lid Kostić c.s. over omwonenden volwaardig en evenwichtig betrekken bij de landelijke gesprekstafel gezondheid en industrie
De kamer,
constaterende dat er een landelijke gesprekstafel gezondheid en industrie
wordt ingericht waarin onder andere bedrijven, overheden en
omwonenden samenkomen;
overwegende dat het draagvlak en de effectiviteit van de gesprekstafel
mede afhankelijk zijn van de mate waarin omwonenden gehoord worden
en invloed ervaren op de opzet en werkwijze van de tafel;
overwegende dat de aanleiding van de actieagenda was dat de onafhankelijke OVV concludeerde dat de belangen van burgers onvoldoende
worden beschermd ten opzichte van de belangen van de industrie;
verzoekt de regering om te waarborgen dat omwonenden volwaardig en
evenwichtig worden betrokken bij de werkwijze van de landelijke
gesprekstafel en hen steeds op tijd en transparant te informeren, zodat
hun inbreng bijdraagt aan het versterken van de effectiviteit en het
draagvlak van de tafel.
Argumenten voor: De partij spreekt zich uit voor een verbeterde informatievoorziening zodat de volksvertegenwoordiging meer sturing kan geven [2] en hecht waarde aan decentrale besluitvorming [6].
Argumenten tegen: De partij wil de industrie beschermen door regeldruk, 'eindeloze vergunningsprocedures' en belemmerende vergunningseisen te verminderen [3][4]. Daarnaast wijst de partij 'symboolbeleid' af [1][5].
Bronnen:
"Deze trend bedreigt niet alleen banen en welvaart, maar ook onze strategische autonomie. Een land zonder sterke industrie wordt afhankelijk van anderen voor essentiële pro -ducten en technologie. JA21 wil de uittocht van bedrijven stoppen door onze industrie weer een eerlijke kans te geven. Realisme, welvaart en strategische autonomie zijn onze pri -oriteiten in plaats van symboolbeleid dat bedrijven wegjaagt."
"Naast de reeds ingebouwde controlemechanismen in de rapportages door ministeries moeten de Eerste en Tweede Kamer betere handvatten krijgen om subsidia -riteit te waarborgen binnen Europese verordeningen en richtlijnen. JA21 staat voor een Europese Unie die trouw blijft aan het subsidiariteitsbeginsel. Er moet onderzocht worden hoe de informatievoorziening verbeterd kan worden opdat deze wetgeving ook een grotere rol kan spelen in het publieke debat. Wetgeving die in Nederland impact heeft, moet tijdig besproken worden in de Tweede Kamer, zodat de volksvertegenwoordiging sturing kan geven. Ministers en staatssecretarissen mogen geen Europese besluiten steunen zonder een mandaat van het parlement."
"We moeten de Nederlandse industrie koesteren. Onze hoogwaardige maakindustrie - van chemie tot voedingsmiddelen, van high-tech tot metaal - vormt de ruggengraat van onze welvaart. Toch zien we bedrijven sluiten of ver -trekken naar landen met lagere energiekosten en minder regeldruk. Industriebedrijven worstelen met netconges -tie, eindeloze vergunningsprocedures en energiekosten die torenhoog zijn vergeleken met onze buurlanden."
"De Nederlandse defensie-industrie versterken door minder belemmerende regelgeving en vergunningseisen, en door het verstrekken van langdurige opdrachten. Zo stimuleren we innovatie en werkgelegenheid in eigen land."
"Onze industrie beschermen door in te zetten op betaalbare en betrouwbare energie. We lossen netcongestie op en voorkomen dat bedrijven stilstaan omdat aansluiting op het stroomnet onmogelijk is. Symboolbeleid wijzen we af en we focussen op technologie en energiezekerheid."
"De minister dient zich niet alleen te richten op het efficiën -ter maken van de overheid, maar in de tweede plaats ook op het versterken van de wetgevende macht. Decentrale besluitvorming speelt hierin een belangrijke rol. Het subsidiari -teitsbeginsel, dat stelt dat een hogere overheid alleen taken op zich neemt als een lagere overheid daartoe niet in staat is, moet zo veel mogelijk nageleefd worden. De Minister voor"