De regering moet uiterlijk eind 2026 een plan sturen om de digitale veiligheid te verbeteren. Nederland is namelijk gezakt op de National Cyber Security Index (een ranglijst voor digitale veiligheid) van de 20e naar de 36e plek. Verouderde software vormt een groot risico voor de digitale weerbaarheid van het land.
Motie van het lid El Boujdaini over een plan van aanpak voor de cyberweerbaarheid van Nederland
De kamer,
constaterende dat Nederland op de National Cyber Security Index (NCSI)
is gedaald van de 20ste naar de 36ste plek;
constaterende dat digitale veiligheid en weerbaarheid essentieel zijn voor
de bescherming van persoonsgegevens, de continuïteit van publieke
dienstverlening en het vertrouwen van burgers in de overheid;
overwegende dat het van belang is om inzicht te hebben in de maatregelen die worden genomen om de digitale weerbaarheid van Nederland
te versterken en de dalende positie op de NCSI te keren;
overwegende dat verouderde software en een gebrek aan legacyvernieuwing onze digitale veiligheid aantasten;
verzoekt de regering om de Kamer uiterlijk voor het einde van 2026 een
plan van aanpak te sturen waarin uiteen wordt gezet welke stappen het
kabinet zet om de relatief dalende cyberweerbaarheid van Nederland te
verbeteren en op welke wijze inzet op de legacyvernieuwing hieraan
bijdraagt.
Argumenten voor: De partij pleit voor een landelijke aanpak van cyberveiligheid waarbij de overheid investeert in cyberverdediging om vitale infrastructuur te beschermen [1]. Daarnaast wil de partij de digitalisering centraal coördineren en het beheer van de overheids-ICT op orde brengen door middel van een minister van digitale zaken en een Digitale Comptabiliteitswet [2]. Tevens streeft de partij naar digitale autonomie en een verminderde afhankelijkheid van buitenlandse leveranciers, waarbij de Rijksoverheid investeert in de Rijkscloud [3].
Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma bevat geen informatie die een plan voor het verbeteren van de cyberweerbaarheid of het aanpakken van verouderde ICT tegenwerkt.
Bronnen:
"Landelijke aanpak cyberveiligheid. De politie krijgt meer capaciteit om criminaliteit in de digitale wereld aan te pakken, zonder inbreuk te doen aan het recht op privacy. De overheid investeert in cyberverdediging om onze vitale infrastructuur te beschermen tegen cyberaanvallen. Bij kritieke bedrijven en organisaties voeren we regelmatig simulaties en trainingen uit, om voorbereid te zijn op grootschalige cyberaanvallen, storingen en noodsituaties waarbij digitale functies uitvallen."
"Minister van Digitale Zaken. De digitalisering gaan we centraal coördineren voor alle lagen van de overheid met een minister van digitale zaken. Om te functioneren als één digitale overheid, komt er een Digitale Comptabiliteitswet. Zo brengen we het overzicht en beheer van de overheids-ICT op orde. Met een betere informatiehuishouding wordt de wettelijke deadline voor Woo-verzoeken vaker gehaald."
"Digitale autonomie en industriepolitiek in Europa. Nederland kent veel innovatieve ICT-bedrijven, maar is toch afhankelijk van Amerikaanse en Chinese leveranciers. Samen met Europese partners maken we haast met het bouwen van Europese alternatieven en het stallen van data op Europees grondgebied en zorgen we dat het uitsluitend onder Europees recht valt. Zo maken we de hele overheid minder afhankelijk van landen buiten de Europese Economische Ruimte en bergen we overheidsinformatie veiliger op. Om dit meer kracht bij te zetten investeren we in de Rijkscloud. Voor het stellen van prioriteiten in het bouwen aan digitale autonomie, kiezen we een risico-gedreven aanpak, waarbij we de gehele technologiestack in samenhang benaderen. We ondersteunen initiatieven voor Europese chipfabrieken en sturen bij de Europese Commissie aan op publieke garanties, zoals bij het InvestEU-programma. In Nederland omarmen we het ecosysteem van innovatieve mkb'ers en stimuleren start-ups in de tech-sector. De Rijksoverheid geeft als grootste IT-afnemer van het land de voorkeur aan Europese digitale diensten. Dat leidt tot hoogwaardige werkgelegenheid en versterkt de economie."