Toekomst van arbeidsmigratie en de economie

De regering moet voor de herfstvakantie een beleidsbrief sturen over de toekomst van arbeidsmigratie en de economische structuur van Nederland. De hoeveelheid migranten die naar Nederland komen, hangt namelijk samen met de keuzes die het land maakt. Het rapport van de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 laat zien dat de economie bepaalt hoeveel migranten er komen.

Motie van het lid Ceder over een uiteenzetting van de toekomst op arbeidsmigratie langs de lijnen van het rapport van de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen

De kamer, overwegende dat de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 concludeerde dat de toekomst en omvang van arbeidsmigratie naar Nederland direct verband houdt met de keuzes rond de gewenste toekomstige economische structuur en de uitkomsten van het rapport van de staatscommissie door de Kamer en het kabinet breed omarmd zijn; verzoekt de regering om voor het herfstreces te komen met een beleidsbrief die de toekomst van arbeidsmigratie uiteenzet langs de lijnen van het rapport van de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen en uit te werken voor welke toekomstige economische structuur wordt gekozen in Nederland.
18 juni | CU | Aangenomen: 110–39 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma BBB

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij wil een gericht en doelmatig arbeidsmigratiebeleid dat specifiek is afgestemd op sectoren met tekorten en vakmensen met economische meerwaarde [1]. Hierbij is het essentieel dat migratie beheersbaar blijft en niet leidt tot ongecontroleerde groei [4]. De partij wil bovendien sturen op de soort migratie [3] en de economie versterken door in te zetten op de specifieke krachten van Nederland [5]. De motie, die vraagt om een koppeling tussen migratiebeleid en de toekomstige economische structuur, sluit aan bij deze wens voor sturing en doelmatigheid [1][5]. De partij refereert bovendien aan de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 [2].

Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten die tegen het maken van een beleidsplan over de koppeling tussen economische structuur en arbeidsmigratie zijn.

Bronnen:

  1. "Gerichte en doelmatige arbeidsmigratie. Voor sommige sectoren, zoals de bouw, techniek, zorg en horeca, zijn arbeidsmigranten noodzakelijk. Binnenlandse arbeid en migratie binnen de EU volstaan daarvoor niet altijd. BBB wil daarom een zorgvuldig, selectief en circulair arbeidsmigratiebeleid van buiten de EU, gericht op vakmensen met aantoonbare economische en maatschappelijke meerwaarde; van verpleegkundigen tot elektriciens en van lassers tot gespecialiseerde koks. Ambacht en praktisch vakmanschap verdienen net zoveel erkenning als academische kennis. Arbeidsmigratie moet bijdragen aan het oplossen van knelpunten op de arbeidsmarkt, zonder te leiden tot overbelasting van integratie en huisvesting. We maken daarbij onderscheid tussen arbeidsmigratie en andere vormen van migratie, zoals asiel- en gezinsmigratie. Circulaire arbeidsmigratie, waarbij vakmensen tijdelijk legaal in Nederland werken en daarna terugkeren, biedt kansen voor wederzijdse ontwikkeling. Dit vraagt om duidelijke selectiecriteria en samenwerking met werkgevers, gebaseerd op behoefte, vaardigheden en maatschappelijke impact. Arbeidsmigratie moet gericht zijn op die beroepsgroepen waar structurele tekorten bestaan én waar de inzet van vakbekwame mensen bijdraagt aan duurzame economische ontwikkeling. Huisvesting van arbeidsmigranten moet mogelijk zijn bij het bedrijf waarvoor zij werken, mits fatsoenlijk en tegen marktconforme prijzen."
  2. "Volgens de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 kan Nederland in 2050 maximaal 19 à 20 miljoen inwoners aan. Nederland telt nu ruim 18 miljoen inwoners. In het huidige tempo tikken we al rond 2031 (!) de 19 miljoen aan. Onze bevolkingsgroei is volledig te danken aan de komst van jaar na jaar meer dan 100.000 nieuwkomers. Minstens een kwart van de groei komt voort uit asielmigratie. Dat blijkt uit het migratiesaldo, het aantal mensen dat naar Nederland komt, minus het aantal mensen dat vertrekt. Asielmigranten blijven beduidend vaak langer in Nederland dan arbeidsmigranten en studiemigranten. Daardoor heeft asielmigratie beduidend grotere gevolgen voor de bevolkingsgroei en de samenstelling van de bevolking. Het ontbreekt ons aan de ruimte en de middelen om deze groei aan te kunnen."
  3. "Beleid inrichten op soort migratie. Als land moeten we behalve sturen op aantallen ook sturen op soort migratie. Dat vraagt om beleidsmatig onderscheid tussen vluchtelingen, arbeidsmigranten en asielmigranten."
  4. "Migratie beheersbaar maken. Groei is geen natuurverschijnsel en er zijn harde grenzen. Het is dringend nodig om grenzeloze groei te veranderen in beheersbaar migratiebeleid."
  5. "De concurrentiekracht van Nederland neemt af door extra regelgeving, hoge lasten en een gebrek aan economisch strategisch beleid. Europese regels worden vaak vergaand doorvertaald en nationaal verzwaard. We zetten in op een economie die past bij de kracht van Nederland: slimme landbouw, technische innovatie, hoogwaardige productie en sterke regio's. Economisch beleid moet gericht zijn op versterking van ons concurrentie- en verdienvermogen."