De regering moet onderzoeken hoe bedrijven via een vrijwillig fonds kunnen bijdragen aan de begeleiding van arbeidsmigranten. Het IBO (het instituut voor arbeidsmigratiebeleid) noemt een fonds voor taal en huisvesting. Dit voorkomt dakloosheid in regio's met veel migranten en kost de overheid geen extra geld.
Motie van het lid Tijs van den Brink over vrijwillige bijdragen van bedrijven inzetten voor onder meer begeleiding en het voorkomen van dakloosheid in regio's met veel arbeidsmigranten
De kamer,
constaterende dat het ibo een vrijwillig fonds noemt waarmee bedrijven
kunnen bijdragen aan maatschappelijke kosten rond arbeidsmigratie;
overwegende dat dit geen nieuwe financiële claim op de rijksbegroting is;
verzoekt de regering met sociale partners, sectoren en gemeenten te
verkennen hoe vrijwillige bijdragen van bedrijven praktisch kunnen
worden ingezet voor taal, begeleiding, leefbaarheid en het voorkomen van
dakloosheid in regio’s met veel arbeidsmigranten.
Argumenten voor: De partij vindt dat werkgevers verantwoordelijk zijn voor de mensen die zij naar Nederland halen, wat verder gaat dan de werkvloer en ook huisvesting en onderwijs, zoals taallessen, omvat [1]. Er wordt gesteld dat de kosten en baten van arbeidsmigratie momenteel ongelijk verdeeld zijn, waarbij de voordelen bij de werkgevers liggen en de kosten bij de samenleving [3]. De partij wil dat bedrijven betalen voor de negatieve maatschappelijke effecten die zij veroorzaken [4]. Daarnaast zet de partij zich in voor het bevorderen van de leefbaarheid in wijken en het tegengaan van dakloosheid onder arbeidsmigranten [2][3].
Argumenten tegen: De partij stelt in het programma dat werkgevers verplicht meebetalen aan huisvesting en onderwijs [1], terwijl de motie vraagt om te verkennen hoe vrijwillige bijdragen ingezet kunnen worden.
Bronnen:
"Goed werkgeverschap vereist huisvesting en onderwijs van arbeidsmigranten. Goed werkgeverschap vereist huisvesting en onderwijs van arbeidsmigranten. EU-burgers die hier werken verdienen dezelfde bescherming, fatsoenlijke huisvesting, en toegang tot zorg als iedereen. De checklist gelijke behandeling EU-burgers moet in alle gemeenten bekend zijn en gebruikt worden, zodat EU-burgers toegang krijgen tot sociale voorzieningen als zij daar recht op hebben. Werkgevers zijn verantwoordelijk voor de mensen die ze van ver halen om in Nederland te werken. Dit gaat verder dan alleen de omstandigheden op de werkvloer. Daarom gaan werkgevers verplicht meebetalen aan huisvesting en onderwijs, zoals taalles, ook voor meekomende gezinsmigranten."
"De leefbaarheid van wijken bevorderen. In veel wijken zien we de gevolgen van overbewoning en uithuiszetting. Regelmatig worden arbeidsmigranten op wisselende locaties gehuisvest waardoor zij geen binding krijgen met de buurt. Daarom moet er een huisvestingsverordening komen in gemeenten om verkamering tegen te gaan, zoals wordt gedaan in Roosendaal, en het huurrecht moet ook voor arbeidsmigranten gaan gelden. Om dakloosheid en overlast tegen te gaan komt er een structureel programma voor de opvang van nietrechthebbende EU-arbeidsmigranten. Zo wordt deze groep begeleid naar werk of naar het land van herkomst."
"Minder laagbetaalde arbeidsmigratie. Er worden jaarlijks steeds meer arbeidsmigranten naar Nederland gehaald. Twee derde van hen is afkomstig uit de EU. Zij hebben vaak laagbetaalde banen. De kosten en baten van arbeidsmigratie zijn niet eerlijk verdeeld. De voordelen liggen vooral bij werkgevers en de kosten bij de samenleving en de arbeidsmigrant. Zo worden te veel huizen verkamerd voor arbeidsmigranten, worden arbeidsmigranten uitgebuit met slecht werk, en ondervinden buurtbewoners overlast van overbewoning en dakloze migranten."
"Minder subsidies voor sectoren met veel arbeidsmigranten. Onrechtvaardige fiscale voordelen voor sectoren schaffen we af, ook voor sectoren met veel arbeidsmigranten. Sommige sectoren met veel arbeidsmigranten doen ook een groot beroep op de schaarse ruimte in Nederland en zijn vervuilend. Bedrijven gaan betalen voor deze negatieve maatschappelijke effecten. Dat leidt tot minder arbeidsmigratie en is goed voor het milieu. Gemeenten moeten nieuwe bedrijvigheid met laagbetaalde arbeid kunnen weren."