Arbeidsmigratie meewegen in beleid

Het kabinet moet de afhankelijkheid van arbeidsmigratie meewegen bij het maken van besluiten. Veel sectoren in de Nederlandse economie zijn afhankelijk van arbeidsmigranten. Vooral laagbetaalde arbeidsmigratie is op de korte termijn essentieel voor de economie.

Motie van het lid Wiersma over de economische en maatschappelijke afhankelijkheid van arbeidsmigratie in alle sectoren nadrukkelijk meewegen in de besluitvorming

De kamer, constaterende dat verschillende sectoren binnen de Nederlandse economie afhankelijk zijn van arbeidsmigratie; van mening dat Nederland een kennisland is maar dat laagbetaalde arbeidsmigratie ook op de korte termijn essentieel is voor de Nederlandse economie; verzoekt het kabinet de economische en maatschappelijke afhankelijkheid van arbeidsmigratie in alle sectoren nadrukkelijk mee te wegen in de besluitvorming.
18 juni | BBB | Aangenomen: 90–59 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma GL-PvdA

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij wil de economie zo inrichten dat de vraag naar laagbetaalde arbeidsmigratie afneemt [1]. Zij pleiten expliciet voor een afweging waarbij, wanneer een bedrijf buitenlandse medewerkers nodig heeft, het economische belang wordt gewogen tegen de toenemende druk op de maatschappelijke voorzieningen [4]. Daarnaast willen zij dat bedrijven betalen voor de negatieve maatschappelijke effecten van hun bedrijvigheid [3].

Argumenten tegen: Het programma bevat geen directe argumenten tegen het meewegen van de economische en maatschappelijke afhankelijkheid, maar de partij streeft wel naar een vermindering van de afhankelijkheid van laagbetaalde arbeidsmigratie [2][1].

Bronnen:

  1. "Sturen op de economie. Het sturen op arbeidsmigratie begint bij de vraag welk soort bedrijvigheid we willen in Nederland. Bedrijvigheid die alleen kan bestaan bij de gratie van laagbetaald, slecht werk en uitbuiting moet innoveren of verdwijnen. Arbeidsmigratie is nu vooral een verdienmodel voor werkgevers in laagproductieve en vervuilende exportsectoren zoals de logistiek, (glas)tuinbouw, de vleessector en metaalindustrie. Wij willen de economie zo inrichten dat de vraag naar arbeidsmigratie in laagbetaalde banen afneemt."
  2. "We kiezen voor een efficiënt, rechtvaardig en betaalbaar asielstelsel, waarbij we aandacht hebben voor de snelle integratie van nieuwkomers en behoud van het draagvlak van de ontvangende samenleving. Wij sturen op minder arbeidsmigratie. Bedrijven die alleen kunnen bestaan dankzij laagbetaald werk en uitbuiting hebben in Nederland niets te zoeken."
  3. "Minder subsidies voor sectoren met veel arbeidsmigranten. Onrechtvaardige fiscale voordelen voor sectoren schaffen we af, ook voor sectoren met veel arbeidsmigranten. Sommige sectoren met veel arbeidsmigranten doen ook een groot beroep op de schaarse ruimte in Nederland en zijn vervuilend. Bedrijven gaan betalen voor deze negatieve maatschappelijke effecten. Dat leidt tot minder arbeidsmigratie en is goed voor het milieu. Gemeenten moeten nieuwe bedrijvigheid met laagbetaalde arbeid kunnen weren."
  4. "De regie terug bij gemeenten. Gemeenten moeten nieuwe bedrijvigheid of uitbreiding stop kunnen zetten als wijken sterk onder druk staan. Daarom willen wij een afwegingskader zodat (nieuwe) bedrijvigheid alleen mag als er genoeg huizen en voorzieningen zijn. Als een bedrijf buitenlandse medewerkers nodig heeft, weegt naast het economische belang ook de toenemende druk mee op de maatschappelijke voorzieningen."