De regering moet iedereen die langer dan drie maanden in Nederland werkt of studeert verplicht Nederlands laten leren. Taalbeheersing is nodig om mee te doen in de samenleving. Ook voorkomt het gevaarlijke situaties op de werkvloer. De verantwoordelijkheid voor dit taalonderwijs moet bij de werkgever of de onderwijsinstelling liggen.
Motie van het lid Jimmy Dijk over de taaleis uitbreiden zodat iedereen die langer dan drie maanden in Nederland komt werken of studeren, Nederlands moet leren
De kamer,
constaterende dat het beheersen van een gemeenschappelijke, in ons
land de Nederlandse, taal cruciaal is om onderdeel te worden van een
gemeenschap en mee te komen in de Nederlandse samenleving;
constaterende dat het onvoldoende beheersen van de Nederlandse taal
op de werkvloer tot gevaarlijke situaties leidt;
verzoekt de regering de taaleis uit te breiden zodat iedereen die langer
dan drie maanden in Nederland komt werken of studeren, verplicht
Nederlands moet leren;
verzoekt de regering de verantwoordelijkheid van dit verplichte taalonderwijs bij de onderwijsinstelling of werkgever neer te leggen die iemand
naar Nederland haalt.
Argumenten voor: De partij wil veel strenger toezien op het beheersen van de Nederlandse taal en stelt dat migranten een verplichte taalcursus moeten volgen [1]. Het leren van de taal wordt beschouwd als een voorwaarde voor wie in Nederland wil wonen en bijdragen aan de samenleving [3]. Daarnaast wordt de Nederlandse taal gezien als de primaire voertaal die actief beschermd moet worden [2]. Voor arbeidsmigratie wordt bovendien gesproken over samenwerking met werkgevers [4].
Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma bevat geen directe argumenten tegen het verplichten van taalonderwijs of het leggen van de verantwoordelijkheid hiervoor bij werkgevers of onderwijsinstellingen.
Bronnen:
"Migrant Nederlandse taal machtig is. We zien nu grote groepen migranten die de Nederlandse taal niet machtig zijn en daardoor achterblijven in de samenleving. We gaan veel strenger toezien op het beheersen van de Nederlandse taal. Migranten dienen een verplichte taalcursus te volgen en minimaal B1-niveau te behalen."
"Nederlands als norm. Hoewel Engels belangrijk is in internationale samenwerking, blijft Nederlands onze voertaal die actief wordt beschermd. Alle academische disciplines bieden Nederlandstalig onderwijs aan op universiteiten en hogescholen. Gebruik van Engels is toegestaan wanneer dit voor de betreffende studie onontkoombaar is."
"Bij een gedeelde cultuur hoort ook gedeelde verantwoordelijkheid. Wie in Nederland wil wonen, hoort mee te doen. Inburgeren, de taal leren, werk zoeken en bijdragen aan de samenleving. Dat is geen keus, maar een voorwaarde. Wie hier wil blijven, moet hier willen zijn - en zich ook zo gedragen. Onze normen en waarden zijn niet onderhandelbaar. Wij zijn gastvrij, maar niet grenzeloos. Wie zich thuis voelt in Nederland, hoort daar ook verantwoordelijkheid bij te nemen."
"Gerichte en doelmatige arbeidsmigratie. Voor sommige sectoren, zoals de bouw, techniek, zorg en horeca, zijn arbeidsmigranten noodzakelijk. Binnenlandse arbeid en migratie binnen de EU volstaan daarvoor niet altijd. BBB wil daarom een zorgvuldig, selectief en circulair arbeidsmigratiebeleid van buiten de EU, gericht op vakmensen met aantoonbare economische en maatschappelijke meerwaarde; van verpleegkundigen tot elektriciens en van lassers tot gespecialiseerde koks. Ambacht en praktisch vakmanschap verdienen net zoveel erkenning als academische kennis. Arbeidsmigratie moet bijdragen aan het oplossen van knelpunten op de arbeidsmarkt, zonder te leiden tot overbelasting van integratie en huisvesting. We maken daarbij onderscheid tussen arbeidsmigratie en andere vormen van migratie, zoals asiel- en gezinsmigratie. Circulaire arbeidsmigratie, waarbij vakmensen tijdelijk legaal in Nederland werken en daarna terugkeren, biedt kansen voor wederzijdse ontwikkeling. Dit vraagt om duidelijke selectiecriteria en samenwerking met werkgevers, gebaseerd op behoefte, vaardigheden en maatschappelijke impact. Arbeidsmigratie moet gericht zijn op die beroepsgroepen waar structurele tekorten bestaan én waar de inzet van vakbekwame mensen bijdraagt aan duurzame economische ontwikkeling. Huisvesting van arbeidsmigranten moet mogelijk zijn bij het bedrijf waarvoor zij werken, mits fatsoenlijk en tegen marktconforme prijzen."