Pauze op diepzeemijnbouw

De regering moet inzetten op een internationale pauze voor diepzeemijnbouw. Er is te weinig wetenschappelijke kennis over de gevolgen van deze mijnbouw. Ook worden de regels van de Internationale Zeebodemautoriteit (ISA) omzeild door sommige initiatieven. Een pauze helpt om internationale afspraken te beschermen en de oceaan te sparen.

Motie van de leden Van Oosterhout en Teunissen over inzetten op een internationale voorzorgpauze op diepzeemijnbouw

De kamer, overwegende dat het kabinet heeft aangegeven dat de wetenschappelijke kennis over de effecten van diepzeemijnbouw ontoereikend is en dat daarom een strikte toepassing van het voorzorgsbeginsel vereist is; overwegende dat Nederland partij is bij het VN-Zeerechtverdrag (UNCLOS) en activiteiten aldaar uitsluitend binnen het multilaterale kader van UNCLOS en de Internationale Zeebodemautoriteit (ISA) behoren plaats te vinden; constaterende dat dit multilaterale kader onder druk staat door initiatieven om diepzeemijnbouw buiten het mandaat van de ISA om te organiseren; constaterende dat de internationale roep om een voorzorgpauze op diepzeemijnbouw snel groeit in reactie op pogingen om dit buiten het ISA-kader mogelijk te maken, en dat Nederland zich hierin binnen Europa in een duidelijke minderheidspositie bevindt, aangezien inmiddels bijna twee derde van de Europese lidstaten vóór een dergelijke pauze is, de Europese Commissie expliciet oproept om deze te steunen, en het Europees parlement deze oproep reeds heeft bekrachtigd samen met ruim 40 gelijkgestemde landen wereldwijd; verzoekt de regering zich, conform de resolutie van het Europees parlement, in te zetten voor een internationale voorzorgpauze op diepzeemijnbouw en daarmee stelling te nemen tegen pogingen om de ISA te omzeilen.
18 juni | PvdD |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma DENK

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij maakt van het beschermen van de natuur een hard uitgangspunt [4]. Bovendien is de partij voorstander van internationale rechtvaardigheid [1][3] en vindt zij dat principes van het internationaal recht leidend moeten zijn bij internationale initiatieven [2]. Tot slot is de partij een pragmatische voorstander van de EU en steunt zij het aanpakken van uitdagingen in Europees verband [5].

Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma bevat geen specifieke informatie over diepzeemijnbouw of de Internationale Zeebodemautoriteit die tegen de motie zou kunnen pleiten.

Bronnen:

  1. "*Nederland moet samenwerken voor internationale rechtvaardigheid!*"
  2. "Ondersteuning van initiatieven die aansturen op een onmiddellijke wapenstilstand en vrede, waarbij principes van het internationaal recht leidend moeten zijn."
  3. "Als gastland van het Internationaal Gerechtshof en het Internationaal Strafhof dient Nederland altijd in te zetten op diplomatie, conflictbemiddeling en internationale gerechtigheid. Als DENK staan wij voor een land dat internationaal vooroploopt om deze waarden te dienen. Dat betekent dat Nederland een actieve en waardegedreven diplomatie moet voeren en ook op het gebied van ontwikkelingshulp verantwoordelijkheid moet nemen. De geopolitieke verhoudingen zijn onstuimig en we kunnen minder dan voorheen rekenen op oude bondgenootschappen. We zullen als Europa meer onze eigen verantwoordelijkheid moeten nemen. Dat betekent meer Europese samenwerking op internationaal gebied en op defensiegebied, zonder het verlies van onze eigen soevereiniteit. Dat geldt ook voor migratie, dat om een humane en duurzame aanpak vraagt. De oplossing ligt niet in een Europa dat zichzelf afsluit achter muren, maar in het creëren van legale migratieroutes en te investeren in klimaatrechtvaardigheid, het voorkomen van conflicten en het bevorderen van globale economische gelijkheid."
  4. "Bij handelsverdragen en handelsbeleid zijn fairtrade, mensenrechten en het beschermen van de natuur harde uitgangspunten. Ook mogen er geen oneerlijke consequenties voor onze eigen ondernemers zijn. Wij stappen daarom uit MERCOSUR, CETA en FTA, omdat deze principes onvoldoende geborgd zijn in deze handelsverdragen."
  5. "Wij zijn pragmatische voorstanders van de EU: als wij uitdagingen beter in Europees verband kunnen aanpakken, dan zijn wij daar een voorstander van. Wij hechten aan het borgen van inspraak van ons nationale parlement bij EU-regelgeving en hechten aan het behouden van onze soevereine zeggenschap over hoe ons land wordt bestuurd."