Pauze op diepzeemijnbouw

De regering moet inzetten op een internationale pauze voor diepzeemijnbouw. Er is te weinig wetenschappelijke kennis over de gevolgen van deze mijnbouw. Ook worden de regels van de Internationale Zeebodemautoriteit (ISA) omzeild door sommige initiatieven. Een pauze helpt om internationale afspraken te beschermen en de oceaan te sparen.

Motie van de leden Van Oosterhout en Teunissen over inzetten op een internationale voorzorgpauze op diepzeemijnbouw

De kamer, overwegende dat het kabinet heeft aangegeven dat de wetenschappelijke kennis over de effecten van diepzeemijnbouw ontoereikend is en dat daarom een strikte toepassing van het voorzorgsbeginsel vereist is; overwegende dat Nederland partij is bij het VN-Zeerechtverdrag (UNCLOS) en activiteiten aldaar uitsluitend binnen het multilaterale kader van UNCLOS en de Internationale Zeebodemautoriteit (ISA) behoren plaats te vinden; constaterende dat dit multilaterale kader onder druk staat door initiatieven om diepzeemijnbouw buiten het mandaat van de ISA om te organiseren; constaterende dat de internationale roep om een voorzorgpauze op diepzeemijnbouw snel groeit in reactie op pogingen om dit buiten het ISA-kader mogelijk te maken, en dat Nederland zich hierin binnen Europa in een duidelijke minderheidspositie bevindt, aangezien inmiddels bijna twee derde van de Europese lidstaten vóór een dergelijke pauze is, de Europese Commissie expliciet oproept om deze te steunen, en het Europees parlement deze oproep reeds heeft bekrachtigd samen met ruim 40 gelijkgestemde landen wereldwijd; verzoekt de regering zich, conform de resolutie van het Europees parlement, in te zetten voor een internationale voorzorgpauze op diepzeemijnbouw en daarmee stelling te nemen tegen pogingen om de ISA te omzeilen.
18 juni | PvdD |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma SGP

Stemverwachting: tegen (onzeker, 50%)

Argumenten voor: Het verkiezingsprogramma bevat geen informatie die de motie ondersteunt.

Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma bevat geen informatie die de motie tegenwerkt.