De regering moet inzetten op een internationale pauze voor diepzeemijnbouw. Er is te weinig wetenschappelijke kennis over de gevolgen van deze mijnbouw. Ook worden de regels van de Internationale Zeebodemautoriteit (ISA) omzeild door sommige initiatieven. Een pauze helpt om internationale afspraken te beschermen en de oceaan te sparen.
Motie van de leden Van Oosterhout en Teunissen over inzetten op een internationale voorzorgpauze op diepzeemijnbouw
De kamer,
overwegende dat het kabinet heeft aangegeven dat de wetenschappelijke
kennis over de effecten van diepzeemijnbouw ontoereikend is en dat
daarom een strikte toepassing van het voorzorgsbeginsel vereist is;
overwegende dat Nederland partij is bij het VN-Zeerechtverdrag
(UNCLOS) en activiteiten aldaar uitsluitend binnen het multilaterale kader
van UNCLOS en de Internationale Zeebodemautoriteit (ISA) behoren
plaats te vinden;
constaterende dat dit multilaterale kader onder druk staat door initiatieven
om diepzeemijnbouw buiten het mandaat van de ISA om te organiseren;
constaterende dat de internationale roep om een voorzorgpauze op
diepzeemijnbouw snel groeit in reactie op pogingen om dit buiten het
ISA-kader mogelijk te maken, en dat Nederland zich hierin binnen Europa
in een duidelijke minderheidspositie bevindt, aangezien inmiddels bijna
twee derde van de Europese lidstaten vóór een dergelijke pauze is, de
Europese Commissie expliciet oproept om deze te steunen, en het
Europees parlement deze oproep reeds heeft bekrachtigd samen met ruim
40 gelijkgestemde landen wereldwijd;
verzoekt de regering zich, conform de resolutie van het Europees
parlement, in te zetten voor een internationale voorzorgpauze op
diepzeemijnbouw en daarmee stelling te nemen tegen pogingen om de
ISA te omzeilen.
Argumenten voor: De partij wil de diepzee met rust laten als een van de laatste onaangetaste gebieden en staat geen activiteiten toe die schade toebrengen, zoals diepzeemijnbouw [1]. Daarnaast zet de partij zich internationaal in voor een blijvend verbod op diepzeemijnbouw [1] en wil zij dat Nederland leiderschap toont in het beschermen en herstellen van de oceanen [2]. Ook hanteert de partij het voorzorgsbeginsel als uitgangspunt wanneer wetenschappelijke gegevens onvoldoende zijn [3].
Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma bevat geen argumenten die tegen een voorzorgspauze op diepzeemijnbouw zouden pleiten.
Bronnen:
"De diepzee is een van de laatste onaangetaste gebieden op Aarde. Deze gebieden laten we met rust en we staan geen activiteiten toe die schade toebrengen, zoals diepzeemijnbouw. Ook de ruimte wordt beschermd tegen de rooftocht naar nieuwe grondstoffen. Nederland zet zich internationaal in voor een blijvend verbod op diepzeemijnbouw en ruimtemijnbouw."
"Nederland moet dit verdrag alsnog ondertekenen en ratificeren. Nederland moet leiderschap tonen in het beschermen en herstellen van onze zeeën en oceanen."
"Het voorzorgsbeginsel wordt leidend in het visserijbeleid. Dit houdt in dat we niet meer vissen vangen dan onafhankelijke ecologen verantwoord vinden. En als wetenschappelijke gegevens onvoldoende beschikbaar zijn, wordt er niet gevist."