Ruimte voor boeren met goed dierenwelzijn

Het kabinet moet regels versoepelen en een langetermijnvisie tot 2040 maken voor boeren die investeren in dierenwelzijn. De huidige regels en de onzekerheid over de toekomst maken vernieuwing te moeilijk. Hierdoor kunnen boeren niet goed investeren in verbeteringen, zoals betere huisvesting of meer buitenloopruimte voor hun dieren.

Motie van het lid Den Hollander over regels versoepelen die innovaties voor het verbeteren van dierenwelzijn in de weg staan

De kamer, overwegende dat: – boeren die richten op een dierwaardige veehouderij vaak positieve effecten hebben op bodemgezondheid en milieu; – koplopers behoefte hebben aan financiële zekerheid, oftewel een verdienmodel voor hun product; – er een gebrek is aan juridische ruimte voor innovaties en eerlijke concurrentievoorwaarden om integrale, dierwaardige systemen te realiseren; verzoekt het kabinet: – te kijken naar het versoepelen van regels die de innovaties voor het verbeteren van dierenwelzijn in de weg staan; – te zorgen voor vergunningen voor het realiseren van verbeteringen in dierenwelzijn, zoals buitenlopen en alternatieve huisvesting; – te komen met een langetermijnvisie voor een duidelijk en stabiel beleid van de overheid richting 2040, zodat koplopers weten dat hun investeringen toekomstbestendig zijn.
18 juni | VVD | Aangenomen: 149–0 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma VVD

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij wil dat wet- en regelgeving werkbaar wordt gemaakt en pleit voor het vervangen van open normen in de wetgeving door duidelijke richtlijnen [1]. Ze steunen het stroomlijnen van procedures voor innovaties en het creëren van regelluwe proeftuinen [2]. Ook wil de partij af van middelvoorschriften en toe naar doelsturing, waardoor ondernemers de ruimte krijgen om via innovaties aan doelen te voldoen [5][6]. Er wordt expliciet benoemd dat er weer vergunningen moeten komen voor agrariërs om met innovaties aan de slag te gaan [3]. Daarnaast benadrukt de partij dat de politiek duidelijkheid moet geven over de toekomst, zodat boeren weten waar ze aan toe zijn en kunnen investeren [4][7].

Argumenten tegen: Het programma biedt geen argumenten om tegen het versoepelen van regels voor innovatie, het verstrekken van vergunningen voor verbeteringen of het bieden van langetermijnzekerheid te stemmen.

Bronnen:

  1. "Stappen naar een dierwaardige veehouderij: Open dierenwelzijnsnormen in de wetgeving worden zoveel mogelijk vervangen door duidelijke richtlijnen op basis van wetenschappelijke inzichten. We vragen van de sector een verbetering van de wijze waarop dieren worden gehouden. Vanzelfsprekend met een werkbaar tijdpad voor investeringen. Het convenant en de onafhankelijke Autoriteit Dierwaardige Veehouderij moeten hier een belangrijke rol bij spelen."
  2. "Ruim baan voor innovatieve voedselproductie: We kijken met optimisme naar ontwikkelingen zoals precisiefermentatie, kweekvlees en nieuwe genomische technieken zoals CRISPR-Cas. Maar de rigide toelatingsprocedures in de EU zorgen voor deze novel foods voor enorme belemmeringen. De overheid moet er alles aan doen om dit te stroomlijnen, bijvoorbeeld door aan te dringen op een speciale procedure voor start- ups. Ook willen we regelluwe proeftuinen en adequate financiering via, onder andere, een investeringsmaatschappij voor start- en scale-ups. We willen tevens Europese goedkeuring voor andere innovaties zoals duurzame vangsttechnieken in de visserij, RENURE en groene gewasbeschermingsmiddelen."
  3. "Wet- en regelgeving werkbaar maken: Op het moment dat een structurele emissiereductie wettelijk is geborgd, zorgt de overheid voor de noodzakelijke randvoorwaarden. Zo worden PAS-melders, ondernemers die te goeder trouw hebben gehandeld maar nu zonder vergunning zitten, gelegaliseerd met bijvoorbeeld een juridisch houdbare rekenkundige ondergrens. We willen per sector bekijken of een drempelwaarde mogelijk is - om te beginnen voor de bouw, die slechts tijdelijk een geringe uitstoot veroorzaakt. Er moeten weer vergunningen komen voor agrariërs om aan de slag te gaan met stikstofreducerende innovaties, waarvan het grote potentieel recent is aangetoond door onderzoek van de Wageningen Universiteit. En uiteindelijk moeten we waar mogelijk af van de eenzijdige focus op stikstof door op basis van onafhankelijke en langdurige monitoring de feitelijke staat van de natuur leidend te maken bij vergunningverlening."
  4. "Als liberalen willen we dat boeren, tuinders en vissers de vrijheid krijgen om te ondernemen. Maar zij zien alsmaar beperkende regels op zich afkomen, terwijl juridische uitspraken en handhavingsverzoeken voor onzekerheid zorgen. De politiek moet daarom duidelijkheid geven over de toekomst, zodat (jonge) boeren weten waar ze aan toe zijn en kunnen investeren in hun bedrijf. Dat kan in samenwerking en in vertrouwen met de betrokken partijen. In het belang van voedselzekerheid op Europees niveau maken we de keuzes die weer ruimte geven voor ondernemerschap."
  5. "Ondernemerschap op basis van doelsturing: We willen een agrarische sector die past bij de draagkracht van de omgeving. Vervuiling en emissies willen we waar nodig dus verminderen. Daarvoor zijn middelvoorschriften, zoals verplichte oogstdata, makkelijk voor de overheid, maar die beperken ondernemerschap. We gaan de handen ineenslaan met het bedrijfsleven om over te gaan op afrekenbare doelen en metingen op bedrijfsniveau. Doelen op het gebied van bodemvruchtbaarheid en waterkwaliteit worden het uitgangspunt van ons bemestingsbeleid. Op het moment dat doelsturing aantoonbaar tot resultaat leidt, schaffen we middelvoorschriften af."
  6. "De boer aan het roer: Op basis van een nationaal stikstofemissieplafond krijgen landbouwbedrijven een reductiedoelstelling met afrekenbare normen per hectare of per dier. Agrarische ondernemers worden dan niet meer afgerekend op modelmatig berekende neerslag, maar kunnen hun emissies monitoren en krijgen de ruimte om te voldoen aan een heldere doelstelling op een manier die past bij hun bedrijf. Bijvoorbeeld met extensivering, managementmaatregelen of stikstofreducerende innovaties."
  7. "Nederland zit bovendien op een stikstofslot. Ondernemers snakken naar ruimte en duidelijkheid. Boeren zitten al te lang in onzekerheid. Recent onderzoek toont aan dat de stikstofproblematiek tot tientallen miljarden euro's aan economische schade leidt. We moeten daarom op korte termijn concrete resultaten boeken om te voorkomen dat de bouw van woningen en wegen langer stilligt en dat boeren in nog meer onzekerheid komen. Keuzes die leiden tot forse vermindering van de stikstofuitstoot en het werkbaar maken van de complexe wet- en regelgeving zijn noodzakelijk, zodat Nederland van het slot gaat. Alleen dan krijgen onze ondernemers de broodnodige ruimte om te groeien."