De regering moet concrete en meetbare regels opstellen voor de behoeften van vee in de AMvB Dierwaardige Veehouderij. De huidige regels zijn te vaag. Dit zorgt voor onzekerheid bij boeren en ondernemers. Ook is het lastig om de regels te controleren. Duidelijke regels zijn nodig voor een goede handhaving en zekerheid voor de sector.
Motie van het lid Den Hollander over geen open normen over de gedragsbehoeften van gehouden diersoorten
De kamer,
constaterende dat:
– de gewijzigde Wet dieren vraagt om een helder eindbeeld van
dierwaardigheid in 2040, op basis waarvan houderijsystemen kunnen
worden ontworpen en gevalideerd;
– de ontwerpAMvB Dierwaardige Veehouderij die helderheid niet biedt
door normen voor gedragsbehoeften van gehouden diersoorten open
te laten;
overwegende dat:
– banken, boeren, stalbouwers en andere ketenpartijen baat hebben bij
heldere voorschriften waar houderijsystemen in 2040 aan moeten
voldoen;
– open normen slecht handhaafbaar zijn en leiden tot onvoorspelbaarheid voor ondernemers;
verzoekt de regering de normen over de gedragsbehoeften van gehouden
diersoorten in de AMvB Dierwaardige Veehouderij te voorzien van
concrete, objectief meetbare en handhaafbare criteria, zodat rechtszekerheid voor ondernemers en een effectieve uitvoering en handhaving
worden geborgd.
Argumenten voor: De partij geeft de voorkeur aan doelsturing, bijvoorbeeld op basis van metingen, in plaats van een stapeling van middelvoorschriften [2]. De motie vraagt om concrete en objectief meetbare criteria, wat aansluit bij de voorkeur voor een aanpak op basis van metingen [2].
Argumenten tegen: De partij is kritisch op van bovenaf opgelegde eisen die weinig toevoegen aan doelsturing [1]. Als de gevraagde criteria worden geïnterpreteerd als middelvoorschriften (voorschriften over de manier van werken) in plaats van doelsturing (voorschriften over de gewenste uitkomst), zou de partij tegen kunnen stemmen [2].
Bronnen:
"De SGP is kritisch over van bovenaf opgelegde eisen voor grondgebondenheid in de melkveehouderij. Het doorkruist samenwerkingsverbanden met andere bedrijven en voegt weinig toe aan normen voor doelsturing."
"Gebieden waar de landbouw weinig problemen voor de waterkwaliteit veroorzaakt, worden niet aangewezen als kwetsbaar gebied voor de Nitraatrichtlijn. Het volgende actieprogramma voor de Nitraatrichtlijn bevat de volgende elementen: 1) meer doelsturing, bijvoorbeeld op basis van het stikstofbodemoverschot, in plaats van een stapeling van middelvoorschriften, 2) een gebiedsgerichte aanpak op basis van metingen, 3) meer ruimte voor het uitrijden van mest bij hoge gewasopbrengsten."