De regering moet in gesprek gaan met de Molukse gemeenschap. De Minister-President heeft excuses aangeboden voor de behandeling van de eerste generatie Molukkers. Het Ministerie van Defensie heeft daarom een bijzondere verantwoordelijkheid. Er moet onderzocht worden hoe de Minister van Defensie recht kan doen aan de Molukse gemeenschap en de KNIL-militairen (militairen in het koloniale leger).
Motie van het lid Van Baarle over inventariseren hoe de minister van Defensie verantwoordelijkheid kan nemen om recht te doen aan de Moluks-Nederlandse gemeenschap en Molukse KNIL-militairen
De kamer,
constaterende dat de Minister-President excuses heeft gemaakt voor de
behandeling van de eerste generatie Molukkers en de MoluksNederlandse gemeenschap;
overwegende dat het Ministerie van Defensie hierin een bijzondere
verantwoordelijkheid heeft;
verzoekt de regering om in gesprek met de Moluks-Nederlandse gemeenschap te inventariseren hoe de Minister van Defensie nadrukkelijk
verantwoordelijkheid kan nemen om recht te doen aan de MoluksNederlandse gemeenschap en Molukse KNIL-militairen.
Argumenten voor: De partij stelt dat de erkenning van het gedeelde verleden de basis vormt voor een gezamenlijke toekomst [1]. Verder benadrukt de partij dat militairen die zich inzetten voor de veiligheid meer erkenning verdienen [2] en dat zij zich blijven inzetten voor de nazorg voor veteranen [2].
Argumenten tegen: De partij biedt op basis van de beschikbare fragmenten geen argumenten om tegen de motie te stemmen.
Bronnen:
"Wij zijn één Koninkrijk, waar iedereen meedoet en elke stem telt. Inwoners van Aruba, Curaçao, Sint-Maarten, Bonaire, Sint-Eustatius en Saba hebben recht op een leven met bestaanszekerheid, vrij van armoede en van de dreiging van klimaatverandering. De erkenning van ons gedeelde verleden vormt de basis voor onze gezamenlijke toekomst. Geen punt, maar een komma. Dat was de belofte van het Nederlandse kabinet bij het aanbieden van excuses voor het slavernijverleden. Een belofte die D66 centraal stelt in het bouwen aan betere relaties binnen het Koninkrijk."
"Onze sterkste kracht zijn onze militairen. Met hun inzet maken ze het verschil. Mensen die zich dag en nacht voor onze veiligheid inzetten, vaak in gevaarlijke omstandigheden, verdienen meer erkenning en beloning. We staan voor een diverse en inclusieve krijgsmacht en blijven ons inzetten voor de nazorg voor veteranen."