Recht doen aan de Molukse gemeenschap

De regering moet in gesprek gaan met de Molukse gemeenschap. De Minister-President heeft excuses aangeboden voor de behandeling van de eerste generatie Molukkers. Het Ministerie van Defensie heeft daarom een bijzondere verantwoordelijkheid. Er moet onderzocht worden hoe de Minister van Defensie recht kan doen aan de Molukse gemeenschap en de KNIL-militairen (militairen in het koloniale leger).

Motie van het lid Van Baarle over inventariseren hoe de minister van Defensie verantwoordelijkheid kan nemen om recht te doen aan de Moluks-Nederlandse gemeenschap en Molukse KNIL-militairen

De kamer, constaterende dat de Minister-President excuses heeft gemaakt voor de behandeling van de eerste generatie Molukkers en de MoluksNederlandse gemeenschap; overwegende dat het Ministerie van Defensie hierin een bijzondere verantwoordelijkheid heeft; verzoekt de regering om in gesprek met de Moluks-Nederlandse gemeenschap te inventariseren hoe de Minister van Defensie nadrukkelijk verantwoordelijkheid kan nemen om recht te doen aan de MoluksNederlandse gemeenschap en Molukse KNIL-militairen.
22 juni | DENK | Aangenomen: 150–0 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma PvdD

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij stelt dat de staat een morele plicht heeft om onrecht te erkennen en te herstellen [3]. In het programma is een duidelijke tendens te zien waarbij de regering excuses aanbiedt en verantwoordelijkheid neemt voor onrecht of fouten uit het verleden, zoals bij de Q-koor-epidemie [1], de situatie in West-Papoea [2] en de afstandsmoeders [4]. Daarnaast legt de partij de nadruk op het centraal stellen van de perspectieven van slachtoffers en nabestaanden [3][6] en het vormgeven van oplossingen in overleg met de betrokkenen [5].

Argumenten tegen: Het programma bevat geen informatie die wijst op een afwijzing van het erkennen van historisch onrecht of het aangaan van gesprekken met getroffen gemeenschappen.

Bronnen:

  1. "De regering biedt excuses aan voor de wijze waarop de Q-koortsepidemie na 2007 is aangepakt, erkent haar verantwoordelijkheid voor het nalaten van adequate voorzorgsmaatregelen en vergoedt ruimhartig alle schade aan de slachtoffers."
  2. "De Nederlandse regering erkent dat zij historische fouten heeft gemaakt ten aanzien van mensenrechten en het zelfbeschikkingsrecht van de inwoners van West-Papoea."
  3. "De Nederlandse staat heeft niet alleen een juridische maar ook een morele plicht om dit onrecht te erkennen en te herstellen. De genocide van Srebrenica is, mede door de aanwezigheid van 60.000 Bosnische Nederlanders, onderdeel geworden van onze geschiedenis. Het is van groot belang dat we leren van deze geschiedenis en van de verhalen van overlevenden en nabestaanden. Zij laten zien waartoe ultranationalisme, haatspraak en dehumanisering kunnen leiden. Want de geschiedenis herhaalt zich helaas nog steeds."
  4. "De overheid biedt financiële compensatie en excuses aan de afstandsmoeders die tussen de jaren '50 en '90 gedwongen hun kind hebben afgestaan."
  5. "Gedupeerden van het toeslagenschandaal worden ruimhartig gecompenseerd. Naast financiële compensatie ligt de focus ook op emotioneel herstel, gelijkwaardigheid. In het hersteltraject wordt maatwerk geboden dat alle vijf sociale domeinen bestrijkt: zorg, werk, inkomen, wonen en onderwijs. Collectieve oplossingen worden voortaan in overleg met betrokkenen vormgegeven. Herstel mag geen nieuw schandaal worden. Uithuisgeplaatste kinderen en hun ouders worden, waar mogelijk, snel herenigd. Er komt een fonds waaruit slachtoffers van uithuisplaatsing (ouders en kinderen) hun afgebroken opleiding kunnen afmaken."
  6. "De genocide van Srebrenica krijgt structureel aandacht in het geschiedenisonderwijs, waarbij ook het perspectief van slachtoffers en nabestaanden centraal staat."