De regering moet mbo-studenten betrekken bij de nationale talentstrategie. Dit plan moet zorgen dat het onderwijs beter aansluit op de arbeidsmarkt. Studenten moeten zelf kunnen meepraten over hun toekomst. Alleen zo weet de overheid wat zij nodig hebben voor een goede studiekeuze.
Motie van de leden Van der Plas en Tseggai over mbo-studenten en hun vertegenwoordigers actief betrekken bij de nationale talentstrategie
De kamer,
constaterende dat het kabinet werkt aan een nationale talentstrategie,
gericht op een betere aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt;
overwegende dat een succesvolle studiekeuze vraagt om keuzevrijheid,
goede informatie over kansen en perspectieven en betrokkenheid van
studenten zelf bij beleid dat hen raakt;
verzoekt de regering om mbo-studenten en hun vertegenwoordigers uit
verschillende regio’s, leerwegen en sectoren actief te betrekken bij de
talentstrategie en daarbij in kaart te brengen wat studenten zelf nodig
hebben voor een gemotiveerde en succesvolle studiekeuze.
Argumenten voor: De partij streeft naar een betere aansluiting tussen het mbo en de arbeidsmarkt [2][3] en wil de verbinding met de praktijk versterken [3]. Daarnaast zet de partij in op nauwe samenwerking tussen het onderwijsveld en werkgevers [2][3][1] en houdt de partij rekening met regionale verschillen [2][4]. Het betrekken van studenten en hun vertegenwoordigers bij de talentstrategie sluit aan bij deze focus op samenwerking en de verbetering van de aansluiting op de arbeidsmarkt.
Argumenten tegen: Er zijn in het verkiezingsprogramma geen fragmenten te vinden die aangeven dat de partij tegen het betrekken van studenten bij beleid of tegen een talentstrategie is.
Bronnen:
"We maken met het onderwijsveld en werkgevers afspraken over het aantal studenten dat in Nederland na hun studie blijft werken."
"We zetten in op een nieuw mbo-pact voor langjarige zekerheid met een verbeterde bekostiging, meer samenwerking met het bedrijfsleven en werkgevers en een grotere rol op het gebied van leven lang ontwikkelen. Bekostiging van het mbo wordt meer langjarig, minder gestuurd op studentenaantallen en meer gebaseerd op samenwerking tussen instellingen met een grotere rol op het gebied van een leven lang ontwikkelen en een betere aansluiting op de arbeidsmarkt 2. We willen het mbo-opleidingsaanbod in krimpregio's waarborgen."
"We willen in het vmbo en het mbo blijven opleiden voor toekomstige banen en de verbinding met de praktijk versterken. Onderwijs en bedrijfsleven werken nauw samen met bijzondere aandacht voor techniekopleidingen en opleidingen gericht op zorg, onderwijs en kinderopvang."
"De behoefte aan internationale studenten verschilt per regio en per opleiding. In sommige regio's zijn internationale studenten nodig om een opleiding in stand te houden, in andere regio's is er een hoge druk op maatschappelijke voorzieningen, huisvesting en studentengemeenschappen. Wij ontwikkelen samen met het onderwijsveld een visie op aantallen internationale studenten per regio, op bekostiging en op betekenis voor regionale ecosystemen."