Mbo-studenten betrekken bij talentstrategie

De regering moet mbo-studenten betrekken bij de nationale talentstrategie. Dit plan moet zorgen dat het onderwijs beter aansluit op de arbeidsmarkt. Studenten moeten zelf kunnen meepraten over hun toekomst. Alleen zo weet de overheid wat zij nodig hebben voor een goede studiekeuze.

Motie van de leden Van der Plas en Tseggai over mbo-studenten en hun vertegenwoordigers actief betrekken bij de nationale talentstrategie

De kamer, constaterende dat het kabinet werkt aan een nationale talentstrategie, gericht op een betere aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt; overwegende dat een succesvolle studiekeuze vraagt om keuzevrijheid, goede informatie over kansen en perspectieven en betrokkenheid van studenten zelf bij beleid dat hen raakt; verzoekt de regering om mbo-studenten en hun vertegenwoordigers uit verschillende regio’s, leerwegen en sectoren actief te betrekken bij de talentstrategie en daarbij in kaart te brengen wat studenten zelf nodig hebben voor een gemotiveerde en succesvolle studiekeuze.
23 juni | BBB | Aangenomen: 150–0 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma VVD

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij wil dat opleidingen goed aansluiten op de vraag van de arbeidsmarkt [4] en wil de aansluiting op de arbeidsmarkt verbeteren [2]. Daarnaast is het benutten van talenten op de arbeidsmarkt door middel van de juiste begeleiding en ondersteuning een doelstelling [6]. Ook wil de partij het mbo een toekomstbeeld geven [1] en het mbo-onderwijs verbeteren, bijvoorbeeld door betere begeleiding [3].

Argumenten tegen: De partij geeft aan dat studenten en instellingen hun eigen keuzes moeten kunnen maken zonder te veel sturing van de overheid [1] en wil geen inhoudelijke bemoeienis, maar enkel richting geven [5].

Bronnen:

  1. "Ons mbo, hbo en wetenschappelijk onderwijs bruist van de gouden handen en de knappe koppen. Als we in de toekomst willen innoveren hebben we hun kennis en kunde hard nodig. We vertrouwen erop dat instellingen en studenten hun eigen keuzes kunnen maken, zonder een overheid die te veel stuurt. Tegelijkertijd ontslaat dat de politiek niet van de plicht om, in periodes waarin arbeidsmarkttekorten, richting te geven. De VVD wil de stap naar voren zetten: het is tijd voor een toekomstbeeld voor het mbo, hbo en wetenschappelijk onderwijs."
  2. "Kiezen voor het juiste internationaal talent: Internationaal talent is belangrijk voor onze kenniseconomie, zeker in sectoren met een arbeidsmarkttekort. Maar we kunnen het aantal internationale studenten niet ongericht laten groeien. Daarom moeten we dat beperken tot studenten, wetenschappers en kenniswerkers in vakgebieden waar we een tekort hebben en die we hard nodig hebben zoals technologie, bètawetenschappen, AI en wiskunde. We beperken het aantal internationale studenten in andere sectoren. Door een nauwe samenwerking met het bedrijfsleven te stimuleren en de aansluiting op de arbeidsmarkt te verbeteren, willen we internationaal talent in Nederland houden."
  3. "We gaan voor het allerbeste mbo-onderwijs: Basisvaardigheden blijven prioriteit in het mbo. We zetten bevoegde leraren in voor taal-, reken- en burgerschapslessen. We behouden de subsidie om mbo'ers op de werkvloer op te leiden. We stimuleren bedrijven die investeren in eigen, gespecialiseerde opleidingen en gaan dergelijke bedrijfsscholen deels bekostigen. We maken de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) aantrekkelijker met betere begeleiding, meer instroommomenten en flexibeler wisselen tussen beroepsopleidende leerweg (BOL) en BBL. Om voortijdig schoolverlaten of groenpluk te voorkomen, verbeteren we de financiële positie van BBL'ers. Ook in de BOL-opleiding wordt meer in de praktijk opgeleid."
  4. "Kansrijk opleiden: We leiden studenten kansrijk op, waarbij opleidingen goed aansluiten op de vraag van de arbeidsmarkt. We stimuleren hogescholen en universiteiten om op te leiden voor de arbeidsmarktbehoefte en laten een deel van de bekostiging afhangen van het baanperspectief van afgestudeerde studenten."
  5. "Geen inhoudelijke bemoeienis, wel richting geven: Om de aansluiting op de arbeidsmarkt te verbeteren gaat de overheid meer sturen op de verdeling van aantallen studenten over opleidingen. De bekostiging moet gebaseerd worden op de capaciteit. We gaan instellingen vragen meer samen te werken, zich te profileren op thema's en minder te concurreren op studentenaantallen. De Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek wordt daartoe gemoderniseerd, zodat instellingen hun aanbod makkelijker kunnen vernieuwen."
  6. "Iedereen heeft talenten: We kijken te vaak naar de arbeidsongeschiktheid van mensen terwijl we zouden moeten kijken naar hun arbeidsgeschiktheid. We willen dat mensen zoveel mogelijk aan het werk gaan, ook als dat in deeltijd is. We bieden daarvoor de juiste hulpmiddelen, begeleiding en ondersteuning, zodat iedereen zijn of haar talenten kan benutten op de arbeidsmarkt."