Mbo-studenten betrekken bij talentstrategie

De regering moet mbo-studenten betrekken bij de nationale talentstrategie. Dit plan moet zorgen dat het onderwijs beter aansluit op de arbeidsmarkt. Studenten moeten zelf kunnen meepraten over hun toekomst. Alleen zo weet de overheid wat zij nodig hebben voor een goede studiekeuze.

Motie van de leden Van der Plas en Tseggai over mbo-studenten en hun vertegenwoordigers actief betrekken bij de nationale talentstrategie

De kamer, constaterende dat het kabinet werkt aan een nationale talentstrategie, gericht op een betere aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt; overwegende dat een succesvolle studiekeuze vraagt om keuzevrijheid, goede informatie over kansen en perspectieven en betrokkenheid van studenten zelf bij beleid dat hen raakt; verzoekt de regering om mbo-studenten en hun vertegenwoordigers uit verschillende regio’s, leerwegen en sectoren actief te betrekken bij de talentstrategie en daarbij in kaart te brengen wat studenten zelf nodig hebben voor een gemotiveerde en succesvolle studiekeuze.
23 juni | BBB | Aangenomen: 150–0 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij zet sterk in op het belang van het mbo en het beroepsonderwijs voor de samenleving en de arbeidsmarkt [1][2]. Zij willen jongeren stimuleren om met vertrouwen voor het mbo te kiezen [1] en streven naar een versterkte samenwerking tussen mbo-instellingen en werkgevers [1]. Daarnaast wordt het belangrijk geacht dat bedrijven actief betrokken worden bij het onderwijs [2].

Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten tegen het betrekken van studenten bij beleid of tegen het verbeteren van de aansluiting tussen onderwijs en de arbeidsmarkt.

Bronnen:

  1. "Of het nu in de zorg, techniek of bouw is: onze samenleving en arbeidsmarkt kan niet zonder vakmensen. We zetten in op positieve beeldvorming en stimuleren jongeren om vol vertrouwen te kiezen voor het vmbo en het mbo. Er komt gericht beleid voor meer praktisch gericht onderwijs, bijvoorbeeld de techniekhavo. Het mbo moet toegankelijk zijn voor instromers zonder startkwalificatie na beoordeling door de opleiding. De samenwerking tussen mboinstellingen en werkgevers wordt versterkt, zodat elke jongere verzekerd is van een kwalitatief goede stageplaats, inclusief stagevergoeding."
  2. "We investeren volop in het beroepsonderwijs en geven ruimte aan jonge ondernemers. Dat is nodig, nu veel kennis met pensioen gaat. Elke provincie verdient een techniekhavo en technasia. Bedrijven worden via samenwerkingen actief betrokken bij het onderwijs, zowel in het voortgezet als vervolgonderwijs. We stimuleren ondernemerschap vanuit het hoger en wetenschappelijk onderwijs, bijvoorbeeld door het mogelijk maken van afspraken over het intellectueel eigendom van tijdens een studie ontwikkelde innovaties."