Meer taken voor paraveterinairen

De regering moet onderzoeken of paraveterinairen (medisch assistenten voor dieren) meer taken zelfstandig mogen doen. Er is een tekort aan dierenartsen, terwijl de vraag naar zorg voor dieren groeit. Paraveterinairen hebben veel kennis die nu nog niet genoeg wordt gebruikt. Meer taken voor hen zorgt voor een betere zorg en lagere kosten voor dierhouders.

Motie van het lid Ten Hove over verkennen hoe de zelfstandige bevoegdheden van paraveterinairen kunnen worden verruimd

De kamer, constaterende dat de vraag naar diergeneeskundige zorg toeneemt en dat er sprake is van een groeiend tekort aan dierenartsen; overwegende dat paraveterinairen beschikken over specialistische kennis en vaardigheden die in de praktijk nog onvoldoende zelfstandig worden benut; overwegende dat het verruimen van de zelfstandige bevoegdheden van paraveterinairen kan bijdragen aan het efficiënter benutten van zorgcapaciteit voor dieren, kan leiden tot kostenreductie voor dierhouders en kan leiden tot een verlichting van de arbeidskrapte; verzoekt de regering om, in samenspraak met de sector, te verkennen op welke wijze de zelfstandige bevoegdheden van paraveterinairen kunnen worden verruimd.
24 juni | Markusz | Aangenomen: 150–0 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij benadrukt dat de samenleving niet kan zonder vakmensen [1]. Daarnaast wordt gesteld dat de structurele arbeidskrapte vraagt om een gezamenlijke aanpak waarbij werkgevers, werknemers en de overheid samen beslissen hoe arbeid anders georganiseerd kan worden [3]. Ook is er binnen de zorg aandacht voor het bevorderen van kosteneffectiviteit en het bieden van passende zorg [2].

Argumenten tegen: Er zijn in het programma geen argumenten te vinden tegen het verruimen van de bevoegdheden van paraveterinaren.

Bronnen:

  1. "Of het nu in de zorg, techniek of bouw is: onze samenleving en arbeidsmarkt kan niet zonder vakmensen. We zetten in op positieve beeldvorming en stimuleren jongeren om vol vertrouwen te kiezen voor het vmbo en het mbo. Er komt gericht beleid voor meer praktisch gericht onderwijs, bijvoorbeeld de techniekhavo. Het mbo moet toegankelijk zijn voor instromers zonder startkwalificatie na beoordeling door de opleiding. De samenwerking tussen mboinstellingen en werkgevers wordt versterkt, zodat elke jongere verzekerd is van een kwalitatief goede stageplaats, inclusief stagevergoeding."
  2. "Personeelstekorten, stijgende zorgkosten en vergrijzing dwingen om na te denken over wat passende zorg is en wat niet. Professionele zorg kan niet alles oplossen. Bovendien staat van te veel medische behandelingen niet vast of ze effectief zijn en voor wie. Daarnaast vergroot en/of verlengt overbehandeling het lijden van de patiënt. Kosten-effectiviteitsstudies die bepalend zijn voor de keuzes voor het zorgverzekeringspakket nemen daarom ook een betekenisvol leven als uitgangspunt. Het Zorginstituut krijgt meer instrumenten om dit te sturen zodat alleen passende zorg in het zorgverzekeringspakket zit. De arts bepaalt samen met de patiënt of behandelen echt nodig is voor goede zorg. Richtlijnen in de zorg zijn niet alleen gericht op 'doen', maar ook op 'laten'."
  3. "De krimpende beroepsbevolking, bestaande arbeidsmarktkrapte, grote maatschappelijke uitdagingen (bijvoorbeeld verduurzaming) en groeiende vraag naar personeel in publieke sectoren zoals defensie en zorg, is een grote puzzel voor de arbeidsmarkt en economie. Deze structurele krapte vraagt om een gezamenlijke, met 'de polder' gedragen, aanpak. Werkgevers, werknemers, overheid en maatschappelijke organisaties maken samen de arbeidsmarkt toekomstbestendig. In goed polderoverleg maken we eerlijke keuzes over hoe we arbeid anders organiseren, arbeid eerlijker verdelen en welke prioriteiten we stellen in publieke dienstverlening. Arbeidsmigratie is daarbij geen eenvoudig antwoordvoor de oplossing van onze structurele tekorten."