De regering moet onderzoeken of beginnende officieren van justitie en rechters een maatschappelijke diensttijd kunnen doen bij sociale advocaten (advocaten voor mensen met een laag inkomen). Er is nu een groot tekort aan deze advocaten. Dit brengt het recht op rechtsbijstand uit de Grondwet in gevaar.
Motie van het lid Abdi c.s. over onderzoeken hoe een maatschappelijke diensttijd voor beginnende officieren van justitie en rechters kan worden ingevoerd
De kamer,
constaterende dat het recht op rechtsbijstand als een harde belofte aan
burgers verankerd is in de Grondwet;
constaterende dat dit recht momenteel ernstig onder stuk staat door het
ernstige tekort aan sociaal advocaten in diverse rechtsgebieden, dat ook
ongelijk verdeeld is over het land;
van mening dat wij één rechtsbestel hebben en het toegang tot recht van
wezenlijk belang is voor onze democratische rechtsstaat;
verzoekt de regering te onderzoeken hoe een maatschappelijke diensttijd
voor beginnende officieren van justitie en rechters kan worden ingevoerd,
waarbij zij gedurende een periode werkzaam zijn in de sociale advocatuur.
Argumenten voor: De partij beschouwt toegang tot het recht als de kern van de democratische rechtsstaat [1] en wil de sociale advocatuur duurzaam versterken [1]. Daarnaast steunt de partij het concept van Maatschappelijke Diensttijd als een manier om een bijdrage te leveren aan de samenleving [2][3] en streeft zij naar een betrokken samenleving [4].
Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma biedt geen argumenten tegen het versterken van de sociale advocatuur of het gebruik van maatschappelijke diensten.
Bronnen:
"Toegang tot het recht raakt de kern van onze democratische rechtsstaat. We zetten in op alternatieve vormen van geschilbeslechting waar dat kan (zoals mediation), en zetten in op het voorkomen van doorprocederen. We continueren de extra investering die is gedaan in het versterken van de sociale advocatuur, gedifferentieerde tarieven naar inkomen, en zetten in op duurzame versterking van de sociale advocatuur in lijn van de commissieVan der Meer II."
"We behouden de Maatschappelijke Diensttijd (MDT) voor jongeren tussen twaalf en dertig jaar die niet deelnemen aan de militaire opkomstplicht 1. Zij zetten zich een deel van hun tijd in voor de samenleving of de zorg."
"Door de toenemende militaire dreigingen willen wij een heractivering van de militaire opkomstplicht, naar Scandinavisch model in aanvulling op het huidige dienjaar bij Defensie. Defensie schaalt versneld haar organisatie op om opkomstplichtigen een plek te kunnen bieden zodat tienduizenden plekken beschikbaar komen. Daarbij gaat de voorkeur uit naar jongeren die vrijwillig willen instappen. Overige jongeren kunnen een bijdrage leveren aan de Nederlandse samenleving en veiligheid door een Maatschappelijke Diensttijd, reservist te worden of deel te nemen aan buurtcrisisteams. Daarnaast krijgen alle jongeren aan het begin van hun vervolgopleiding een introductie in weerbaarheid. In alle vervolgopleidingen introduceren we een vak gericht op bewustwording en samenredzaamheid gericht op een oorlogssituatie toegepast op de opleiding die jongeren volgen."
"Ten slotte kiest het CDA voor een betrokken samenleving. Een fatsoenlijk land is een land waar we omzien naar elkaar en respect hebben voor de ander. We hebben een stevige agenda om onze waarden en normen nieuw gewicht te geven. We willen meer aandacht en minder regels voor de zachte krachten: verenigingen, vrijwilligers en mantelzorgers. Met een dienstplicht en stevige inburgering zorgen we dat iedereen meedoet. We versterken onze democratie en koesteren tradities."