De regering moet de digitale zelfstandigheid van de zorg vergroten. De zorg is nu te afhankelijk van enkele grote technologiebedrijven. Dit zorgt voor risico's op datalekken, uitval en onredelijk hoge kosten. Daarom moet de regering de macht van deze bedrijven, vooral die van buiten Europa, verminderen.
Motie van de leden Bushoff en Kathmann over de digitale autonomie van de zorgsector structureel en aantoonbaar vergroten
De kamer,
constaterende dat afhankelijkheden van een of enkele techbedrijven in de
zorg de sector kwetsbaar maken voor datalekken, uitval, verstoring en
onredelijk hoge kosten;
verzoekt de regering om samen met het veld als doel te stellen om de
digitale autonomie van de zorgsector structureel en aantoonbaar te
vergroten en hier samen plannen voor uit te werken;
verzoekt de regering om hiertoe de huidige marktconcentraties in het
ICT-landschap, met name van niet-Europese bedrijven, in kaart te brengen
en deze met prioriteit af te bouwen, en de uitkomsten in Q1 van 2027 met
de Kamer te delen.
Argumenten voor: De partij wil dat toezichthouders de concentratie van risico's bij ICT-dienstverleners in kaart brengen [1] en stelt verplichte diversificatie van IT-leveranciers en cloud-diensten voor essentiële sectoren voor [2]. Het verhogen van de digitale autonomie en het zelfstandig kunnen inschatten van IT-afhankelijkheden is een expliciet doel [3]. Daarnaast wil de partij de afhankelijkheid van niet-Europese commerciële platforms zoals Microsoft, Amazon of Google verminderen door over te stappen op EU-alternatieven en open source [4]. Om de afhankelijkheid van niet-EU-technologie concreet en meetbaar te maken, wordt een 'Digital Sovereignty Score' voorgesteld [6]. Ook het stimuleren van open source en open standaarden wordt gezien als een middel om de afhankelijkheid van leveranciers te verminderen [5].
Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma biedt geen argumenten om tegen de motie te stemmen.
Bronnen:
"Toezichthouders worden verplicht om de concentratie van risico's van ICT-dienstverleners bij overheden en organisaties die onze vitale infrastructuur ondersteunen in beeld te brengen. In de financiële sector is dit al vereist met de Digital Operational Resilience Act. ICT-bedrijven die als een zeer hoog concentratierisico worden beoordeeld, krijgen een extra belastingafdracht van de omzet. Hierdoor krijgen kleine innovatieve bedrijven een eerlijkere kans om een alternatief hiervoor te ontwikkelen."
"We moeten concentratierisico's beheersen. We verplichten diversificatie van kritieke IT-leveranciers en cloud-diensten voor overheden en essentiële sectoren. Deze mogen met maximaal 40% afhankelijk zijn van één leverancier en moeten verplichte exitstrategieën en Software as a Service (SaaS) escrow hebben. Zo voorkomen we situaties van een te grote afhankelijkheid van één leverancier ('vendor lock-in'). Op die manier wordt de dienstverlening voor inwoners van Nederland en de EU gewaarborgd."
"Nederland moet net als alle EU-lidstaten zelfstandig in staat zijn de impact van afhankelijkheden in de IT-levenssfeer op waarde in te schatten en te begrijpen. Daarvoor moeten we het beoogde kennisniveau op het gebied van digitale autonomie verhogen binnen de overheid en de private sector."
"De overheid geeft het goede voorbeeld en is in 2030 volledig overgestapt op EU-alternatieven voor haar digitale infrastructuur. De Nederlandse overheid streeft scherpe en haalbare ambities na, zoals de plannen van Denemarken, om van Microsoft producten over te stappen naar open source software. Overheidsdata en publieke infrastructuur moeten niet langer draaien op commerciële platforms zoals Microsoft, Amazon of Google."
"Interne expertise binnen de overheid moet haar afhankelijkheid van leveranciers en vitale bedrijven verminderen. De overheid kan het gebruik van open source en open standaarden mogelijk maken en stimuleren. We laten ons hierbij inspireren door goede voorbeelden uit andere EU-landen zoals Denemarken en Frankrijk."
"Met de Digital Sovereignty Score maken we de digitale afhankelijkheid van overheden inzichtelijk. Door jaarlijks te rapporteren in hoeverre publieke diensten afhankelijk zijn van niet-EU-technologie (zoals cloudinfrastructuur of software) en welke stappen zij zetten naar open source en Europese alternatieven, maken we digitale autonomie concreet en meetbaar. Dit gebeurt al in Estland, waar de digitale 'volwassenheid' structureel wordt geëvalueerd via landelijke criteria zoals herbruikbaarheid, veiligheid en onafhankelijkheid van leveranciers. Zo'n transparant scoresysteem versterkt de sturing van het beleid, stimuleert hergebruik van publieke digitale infrastructuur en maakt afhankelijkheden zichtbaar."