De regering moet de samenwerking tussen het Rijk, provincies en gemeenten verbeteren bij besluiten met grote lokale gevolgen. Ook moeten inwoners tijdig en duidelijk worden geïnformeerd. Dit is nodig omdat grote besluiten goede afstemming tussen overheden vragen en burgers duidelijke informatie nodig hebben.
Motie van het lid Mooiman c.s. over de afstemming tussen Rijk, provincies en gemeenten versterken bij dossiers met grote gevolgen voor lokale gemeenschappen
De kamer,
overwegende dat besluiten met grote gevolgen voor lokale gemeenschappen vragen om zorgvuldige afstemming tussen betrokken
bestuurslagen;
overwegende dat duidelijke, eenduidige en transparante informatievoorziening richting inwoners van groot belang is;
verzoekt de regering bij dossiers met grote gevolgen voor lokale
gemeenschappen de afstemming tussen Rijk, provincies en gemeenten te
versterken en te bevorderen dat inwoners tijdig, transparant en eenduidig
worden geïnformeerd.
Argumenten voor: De partij pleit voor het subsidiariteitsbeginsel, waarbij taken zoveel mogelijk bij de laagst mogelijke overheid moeten liggen [4]. Daarnaast wil de partij dat de lokale democratie meer regie en toezicht krijgt op de uitvoering van taken [3]. Er is bovendien behoefte aan een betere informatievoorziening om het publieke debat te versterken [1] en om burgers meer zeggenschap en betrokkenheid te geven [2][5].
Argumenten tegen: De partij voert een strijd tegen de groei van de bureaucratie en de uitdijende overheid [2][6]. Er zou een argument kunnen zijn dat het versterken van de afstemming tussen het Rijk, provincies en gemeenten kan leiden tot meer administratieve complexiteit of extra overheidsstructuren, wat indruist tegen het streven naar een kleinere en efficiëntere overheid [6].
Bronnen:
"Naast de reeds ingebouwde controlemechanismen in de rapportages door ministeries moeten de Eerste en Tweede Kamer betere handvatten krijgen om subsidia -riteit te waarborgen binnen Europese verordeningen en richtlijnen. JA21 staat voor een Europese Unie die trouw blijft aan het subsidiariteitsbeginsel. Er moet onderzocht worden hoe de informatievoorziening verbeterd kan worden opdat deze wetgeving ook een grotere rol kan spelen in het publieke debat. Wetgeving die in Nederland impact heeft, moet tijdig besproken worden in de Tweede Kamer, zodat de volksvertegenwoordiging sturing kan geven. Ministers en staatssecretarissen mogen geen Europese besluiten steunen zonder een mandaat van het parlement."
"Onze plannen stellen alle Nederlanders in staat de schouders eronder te zetten op een manier die hen past. Daarvoor moet het vertrouwen tussen overheid en politiek hersteld worden: mensen moeten zelf zeggenschap krijgen, in plaats van een steeds verder uitdijende, ineffi -ciënte overheid die bepaalt wat goed voor hen is. Daarom pleit JA21 voor een Minister voor Overheidsefficiëntie en Autonomie. Dit is geen extra bestuurslaag, maar een instrument om de overheid kleiner en doeltreffender te maken."
"Volle aandacht verdient ook de wijze waarop de jeugdzorg functioneert. De beoogde transformatie van de jeugdzorg stagneert door een aantal knelpunten zoals het ontbreken van deskundigheid bij gemeenten, gebrek aan samenwer -king, geldtekort, administratieve rompslomp en aanbie -ders van zorg die in zwaar weer verkeren. Wat JA21 betreft wordt de samenwerking in de jeugdzorgregio's steviger aangezet en dienen de regie en dus het budget zo lokaal mogelijk te worden ingericht. Op die manier kan de lokale democratie scherper toezien op een kwalitatief goede uitvoering van de jeugdzorg."
"De minister dient zich niet alleen te richten op het efficiën -ter maken van de overheid, maar in de tweede plaats ook op het versterken van de wetgevende macht. Decentrale besluitvorming speelt hierin een belangrijke rol. Het subsidiari -teitsbeginsel, dat stelt dat een hogere overheid alleen taken op zich neemt als een lagere overheid daartoe niet in staat is, moet zo veel mogelijk nageleefd worden. De Minister voor"
"Overheidsefficiëntie en Autonomie dient hier actief op toe te zien. Dit levert niet alleen meer betrokkenheid en zeggenschap van burgers op, maar zorgt er ook voor dat de nationale overheid zich minder op detailniveau met de levens van mensen bezig zal houden."
"De minister voor Overheidsefficiëntie en Autonomie krijgt duidelijke taken: in de eerste plaats het terugdringen van de sluipende groei van de bureaucratie en het stoppen van de steeds snellere groei binnen ministeries en andere overheidsinstanties. De minister dient regels, instanties en het woud aan ongekozen adviesraden en overheidsorganen kritisch tegen het licht te houden, zodat onno -dige overheidsstructuren kunnen worden afgebouwd of samengevoegd. Zo kan de overheid zich weer concentreren op haar kerntaken, en niet ingrijpen waar de over -heid geen meerwaarde biedt. De slanke overheid die dit beleid op moet leveren is niet alleen goedkoper, maar ook efficiënter."