De regering moet meer investeren in de circulaire economie en beleid maken voor producten die langer meegaan en makkelijker te repareren zijn. Hergebruik en reparatie verminderen de vraag naar nieuwe grondstoffen. Dit maakt de economie sterker en minder afhankelijk van andere landen.
Motie van de leden Kostić en Teunissen over investeringen in circulaire infrastructuur intensiveren
De kamer,
constaterende dat hergebruik en reparatie de vraag naar primaire
grondstoffen aanzienlijk kunnen verminderen;
overwegende dat Nederland hiermee zowel zijn strategische autonomie
als economische weerbaarheid versterkt;
overwegende dat reparatie van bijvoorbeeld elektronica nu vaak wordt
belemmerd door hoge kosten, beperkte beschikbaarheid van onderdelen
en restricties vanuit producenten;
verzoekt de regering om investeringen in circulaire infrastructuur te
intensiveren, en beleid te ontwikkelen dat ontwerp voor reparatie en
langere levensduur stimuleert, waarbij onder andere worden meegenomen:
– versterking van het recht op reparatie;
– maatregelen om reparatie financieel aantrekkelijker te maken;
– minimumvereisten voor levensduur en repareerbaarheid van
producten.
Argumenten voor: De partij maakt expliciet melding van het "Recht op reparatie" [1] en streeft naar een situatie waarin producten duurzaam en repareerbaar zijn [1][2]. Ze willen dat niet-repareerbare producten van de markt worden geweerd en dat fabrikanten verplicht worden om tien jaar lang reserveonderdelen en service te bieden [1][2]. Ook het stimuleren van de circulaire economie en het tegengaan van geplande veroudering sluit aan bij hun standpunten [3][2]. Daarnaast staat een 'Rentmeesterseconomie' met een focus op duurzame, repareerbare producten centraal in hun visie [4].
Argumenten tegen: De partij geeft aan dat er voor bedrijven geen onnodig zware administratieve verplichtingen mogen worden opgetuigd [3] en dat de regeldruk voor ondernemers moet worden verminderd [4].
Bronnen:
"**Recht op reparatie.** Producten worden duurzaam en repareerbaar en dat wordt de norm. We moeten terug naar de situatie dat spullen (levens)lang meegaan. Niet-repareerbare gebruiksproducten worden geweerd en fabrikanten moeten tot tien jaar verplicht reserveonderdelen aanhouden en hierbij service bieden."
"De ChristenUnie is voor repareerbare een duurzame producten. We moeten terug naar de situatie dat mensen spullen kopen die (levens)lang meegaan. Niet-repareerbare gebruiksproducten worden geweerd van de Nederlandse markt: fabrikanten worden verplicht om tien jaar reserveonderdelen aan te houden en hierbij service te bieden. Hiermee gaan we 'geplande veroudering' van producten en onnodig milieubeslag tegen. We maken ons hard voor een Europese wettelijke grondslag die regelt dat producten én (online aanbieders) met minder dan 5 jaar garantie kunnen worden verboden op de Nederlandse markt. Waar nodig zetten we hiervoor ook nationaal stappen."
"Circulaire bedrijven hebben het zwaar terwijl de circulaire economie de toekomst is. Circulaire producten zijn duurder dan wegwerpproducten en de vraag blijft achter. Normering van de vraag op Europees niveau is noodzakelijk om het circulair maken van de economie te laten slagen. We stimuleren de circulaire capaciteit van de industrie, bijvoorbeeld met ketenafspraken. Ketenafspraken met onvoldoende resultaat, zoals statiegeld op blikjes, worden dwingender opgelegd. Producenten worden waar mogelijk verantwoordelijk voor identificeerbare stromen, zoals luiers of plastics. Bij dit alles is van belang dat een eerlijk speelveld ontstaat en dat geen onnodig zware administratieve verplichtingen worden opgetuigd. Bestaande, soms prille hergebruikketens worden indien nodig financieel ondersteund. Met verplichte bronscheiding of nasortering en een verbrandingsverbod op recyclebare materialen, blijven deze langer beschikbaar voor de economie. Er komt een heffing op het gebruik van nieuw plastic (virgin plastic), zodat hergebruik van plastic lonend wordt."
"We koesteren de rol van familiebedrijven, die vaak geworteld zijn in lokale gemeenschappen. Deze focus op welvaart in de brede zin van het woord draagt bij aan het bloeien van maatschappij, mens en milieu, ook op de lange termijn. Een Rentmeesterseconomie van genoeg, waarin vakmanschap en mooie, duurzame, repareerbare producten centraal staan. We zetten in op de nieuwe economie via innovatie en nemen afscheid van het consumentisme dat de grenzen van de schepping niet respecteert. We willen een einde aan de overconsumptie van goedkope prullaria die horen bij een wegwerpeconomie. De overheid reduceert de regeldruk en wordt een stabiele en betrouwbare partner voor bedrijven. Het uitblijven van (snelle) vergunningverlening, een gebrek aan netcapaciteit en veel regeldruk staan een goed ondernemersklimaat in de weg. Deze obstakels worden met vaart aangepakt, zie hiervoor hoofdstuk 2 'Nederland van het slot'."