Meer reparatie en circulaire economie

De regering moet meer investeren in de circulaire economie en beleid maken voor producten die langer meegaan en makkelijker te repareren zijn. Hergebruik en reparatie verminderen de vraag naar nieuwe grondstoffen. Dit maakt de economie sterker en minder afhankelijk van andere landen.

Motie van de leden Kostić en Teunissen over investeringen in circulaire infrastructuur intensiveren

De kamer, constaterende dat hergebruik en reparatie de vraag naar primaire grondstoffen aanzienlijk kunnen verminderen; overwegende dat Nederland hiermee zowel zijn strategische autonomie als economische weerbaarheid versterkt; overwegende dat reparatie van bijvoorbeeld elektronica nu vaak wordt belemmerd door hoge kosten, beperkte beschikbaarheid van onderdelen en restricties vanuit producenten; verzoekt de regering om investeringen in circulaire infrastructuur te intensiveren, en beleid te ontwikkelen dat ontwerp voor reparatie en langere levensduur stimuleert, waarbij onder andere worden meegenomen: – versterking van het recht op reparatie; – maatregelen om reparatie financieel aantrekkelijker te maken; – minimumvereisten voor levensduur en repareerbaarheid van producten.
30 juni | PvdD | Aangenomen: 89–61 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma PvdD

Stemverwachting: voor (erg zeker, 100%)

Argumenten voor: De partij wil dat producten langer meegaan en eenvoudig te repareren zijn door strengere eisen te stellen aan het ontwerp [1]. Zij steunen het recht op reparatie [1] en willen reparatie financieel aantrekkelijker maken door de dubbele btw op refurbished producten te schrappen [2] en een circulariteitsbijdrage in te voeren die reparatie goedkoper maakt [5]. Daarnaast pleit de partij voor het beschermen van de levensduur van producten via verplichte garanties van tien jaar en een verbod op het opzettelijk verkorten van de levensduur [3]. Het verminderen van grondstoffengebruik staat hierbij centraal [4].

Argumenten tegen: Het programma biedt geen argumenten om tegen de motie te stemmen.

Bronnen:

  1. "Er komen strengere eisen voor het ontwerp van nieuwe producten. Producten moeten gemaakt worden van zo min mogelijk materialen en de materialen moeten bewezen veilig zijn om te worden hergebruikt. Ook moeten producten zo lang mogelijk meegaan en eenvoudig te repareren zijn, de Right to Repair wetgeving wordt nageleefd."
  2. "De dubbele btw op producten die voor hergebruik en refurbishment opnieuw op de markt worden gezet, wordt geschrapt. De industrie en de bouw gaan verplicht materialenpaspoorten gebruiken. De overheid stimuleert de tweedehands markt, ruil- en deelplatformen en reparatiediensten."
  3. "Er komen verplichte productgaranties van tien jaar in plaats van twee jaar, en verbod op opzettelijk verkorten van productlevensduur. Dit vermindert het energie- en materiaalgebruik drastisch."
  4. "Er komt een Grondstoffenwet met bindende verplichtingen voor het terugdringen van grondstoffengebruik."
  5. "Kringloopbedrijven worden gestimuleerd om zoveel mogelijk producten te repareren of upcyclen en materiaalstromen te hergebruiken. Er komt een circulariteitsbijdrage op alle lineaire producten (producten waar geen circulair systeem voor is). Zo kunnen reparatie en circulaire producten goedkoper worden. Leidingwater is 300 keer minder CO2-vervuilend dan verpakt mineraalwater. De overheid investeert in publieke watertappunten."