De regering moet de nieuwe regels voor de uitstoot van ammoniak en CO2 bij melkveebedrijven onafhankelijk laten onderzoeken. Deze regels hebben namelijk grote gevolgen voor verschillende soorten boeren. De regering moet de Kamer eerst informeren over de natuurwinst en de gevolgen voor de bedrijven voordat er definitieve besluiten worden genomen.
Motie van het lid Van der Plas over een onafhankelijke onderbouwing van de emissienorm
De kamer,
overwegende dat de emissienorm van 0,164 kilogram ammoniak en 92
kilogram CO2-eq per fosfaatrecht ingrijpende gevolgen kan hebben voor
melkveebedrijven, waaronder extensieve, grondgebonden en biologische
bedrijven;
verzoekt de regering voor deze norm onafhankelijk te laten onderbouwen
welke natuurwinst wordt bereikt, of hiermee de vergunningverlening
daadwerkelijk op gang komt en wat de gevolgen zijn voor verschillende
typen melkveebedrijven, en de Kamer hierover te informeren voordat er
onomkeerbare stappen worden gezet.
Argumenten voor: De partij stelt dat 'borgen van de aanpak' het sleutelwoord is, waarbij vooraf duidelijk moet zijn dat maatregelen leiden tot emissiereductie en natuurherstel [1]. Dit is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat vergunningen standhouden bij de rechter en dat de vergunningverlening daadwerkelijk weer op gang komt [1]. Daarnaast wil de partij af van onzekerheid en complexe berekeningen [2][3], wat aansluit bij de wens voor een duidelijke onderbouwing van de normen.
Argumenten tegen: De partij benadrukt dat de stikstofcrisis het land verlamt en dat de overheid moet zorgen voor voortvarende vergunningverlening om de bouw van woningen en infrastructuur weer mogelijk te maken [4]. Een verzoek om extra onafhankelijke onderbouwing zou gezien kunnen worden als een vertraging van deze noodzakelijke actie [4].
Bronnen:
"Bij alles wat we doen om uit het stikstofmoeras te komen is 'borgen van de aanpak' het sleutelwoord. Dit houdt in dat op voorhand duidelijk moet zijn dat beleid en maatregelen leiden tot een zekere reductie van schadelijke emissies, en daarmee bijdraagt aan natuurherstel. Dat is noodzakelijk om voorbij het additionaliteitsvereiste te komen. Pas dan komt vergunningverlening weer op gang en houden afgegeven vergunningen stand voor de rechter. Dat is dan ook de reden dat bij doelsturing op het boerenerf er altijd een stok achter de deur zal moeten staan, zodat de emissiereductie op voorhand geborgd is. Daarbij is het niet de bedoeling daadwerkelijk dierrechten te schrappen, wel om er zeker van te zijn dat er minder stikstof wordt uitgestoten en vergunningen weer kunnen worden verleend. Als een boerenbedrijf in alle redelijkheid te weinig doet om onder zijn emissieplafond uit te komen, dan is op dat moment minder dieren houden de consequentie. Daartegenover staat dat er 5 miljard euro extra uitgetrokken wordt om boeren te helpen bij doelsturing, extensivering, omschakeling naar biologische landbouw, agrarisch natuurbeheer en natuurherstel."
"Stikstofwetgeving moet in de praktijk werkbaar zijn. Sturen op neerslag van stikstof in de natuur (depositie) is onwerkbaar gebleken. Het herleiden van depositiewaardes naar bedrijven is immers uiterst ingewikkeld en onzeker. Daarom moeten er landelijke, sectorale en uiteindelijk bedrijfsspecifieke emissienormen worden vastgelegd. Natuurlijk geldt de kritische depositiewaarde nog als indicator van de staat van de natuur, maar als wettelijk doel om op te sturen is de KDW onverstandig gebleken. Op deze manier creëren we handelingsperspectief. Om de bouw van woningen en wegen los te trekken voeren we een houdbare NOx-bouwvrijstelling in. Dit alles gaat samen met ambitieus emissiereductiebeleid."
"Boeren moeten weer kunnen ondernemen. Er komt daarom zoveel mogelijk doelsturing in plaats van middelvoorschriften. Om de boer in zijn kracht te zetten, worden abstracte, landelijke doelen bedrijfsspecifiek gemaakt. De overheid werkt vanuit vertrouwen in het vakmanschap van de boer, en ondersteunt waar nodig. In plaats van bijvoorbeeld kalenderlandbouw, waarbij boeren op zandgrond verplicht zijn hun aardappels vóór 1 oktober te oogsten terwijl die nog niet volgroeid zijn, krijgt de boer zelf de ruimte om keuzes te maken die passen binnen de gestelde emissienormen. Het huidige stikstofbeleid is te veel gericht op de neerslag (depositie) van stikstof. Dit levert schijnzekerheid en complexe techniek op zoals het Aerius-model. Daar willen we van af. Om ondernemers aan de slag te laten gaan met stikstofreductie wordt er gestuurd op emissies. Duurzaamheidsdashboards zoals de Kringloopwijzer in de melkveehouderij en benchmarkingsinitiatieven in onder andere de akkerbouwsector worden verder uitgerold. Aan dergelijke instrumenten worden eerst beloningen en op termijn heffingen of sancties verbonden. We steunen jonge boeren en zij-instromers door bedrijfsovername makkelijker te maken, bijvoorbeeld met garantieregelingen. Kortlopende, vrije pacht wordt ontmoedigd en langlopende, loopbaanbestendige pacht gestimuleerd. De overheid helpt boeren die willen extensiveren actief aan de benodigde grond via de Nationale Grondbank."
"De stikstofcrisis verlamt ons land op allerlei vlakken. Inmiddels kunnen zelfs de broodnodige woningen niet meer worden gebouwd. Infrastructuur wordt niet aangelegd en de mogelijkheid om te ondernemen wordt beknot. De overheid heeft het recht op een dak boven het hoofd en een voortvarende vergunningverlening verwaarloosd. Daarom is het hoog tijd aan de slag te gaan met het verminderen van de stikstofuitstoot voor natuurherstel en eerlijke wetten voor rechtsherstel."