Betere natuurvergunning voor PAS-melders

De regering moet een permanente natuurvergunning regelen voor PAS-melders (bedrijven die onder het oude stikstofbeleid vallen). Nu moeten zij voldoen aan regels van 20 tot 30 jaar geleden. Dit remt investeringen in duurzaamheid en bedrijfsovernames. Een vergunning op basis van hun huidige bedrijfsvoering helpt bij de overgang naar een schonere toekomst.

Motie van de leden Goudzwaard en Grinwis over de verkenning naar een hedendaags referentiemoment met de hoogste prioriteit afronden

De kamer, constaterende dat het kabinet verkent of het hedendaagse referentiemoment een permanente vergunningsoplossing kan bieden voor PAS-melders en interim-mers; constaterende dat veel van hen geen natuurvergunning kunnen krijgen, omdat wordt getoetst aan een referentiemoment van 20 tot 30 jaar geleden, terwijl hun huidige bedrijfsvoering binnen de geldende milieutoestemmingen is ontwikkeld; overwegende dat dit investeringen in verduurzaming, bedrijfsontwikkeling en bedrijfsovername belemmert en emissiereductie vertraagt; overwegende dat dit hedendaags referentiemoment de natuurvergunning juridisch laat aansluiten bij de feitelijk bestaande bedrijfsvoering, zonder extra stikstofemissies, mits emissiereductie en natuurherstel juridisch zijn geborgd; verzoekt de regering deze verkenning met de hoogste prioriteit af te ronden en, indien uitvoerbaar en juridisch houdbaar, spoedig te vertalen in beleidsregels waarmee PAS-melders en interim-mers, na invulling van het additionaliteitsvereiste, een onherroepelijke natuurvergunning verkrijgen op basis van hun feitelijke bestaande bedrijfsvoering; verzoekt de regering de Kamer hierover uiterlijk bij de behandeling van de Spoedwet vervangen omgevingswaarde stikstof te informeren.
1 juli | JA21, CU | Aangenomen: 124–26 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 95%)

Argumenten voor: De partij wil boerenbedrijven die PAS-melder zijn legaliseren met een natuurvergunning [1]. Hierbij wordt ingezet op het hanteren van realistische referentiedata [1]. De partij stelt expliciet dat legalisering moet samengaan met natuurherstel en een geborgd emissiereductieplan om te voldoen aan het additionaliteitsvereiste [1][3]. Daarnaast streeft de partij naar werkbare wetgeving die ondernemers perspectief biedt en zorgt dat vergunningverlening weer op gang komt wanneer er aantoonbare stikstofreductie is [2][5][4].

Argumenten tegen: De partij geeft in de beschikbare fragmenten geen argumenten om tegen de verkenning van een vergunningsoplossing voor PAS-melders te stemmen.

Bronnen:

  1. "boerenbedrijven die PAS-melder zijn niet over de juiste vergunningen. We zetten alles op alles om deze groep ondernemers te legaliseren met een natuurvergunning. Zo moeten de provincies gebiedsgericht met voorrang vrijgekomen stikstofruimte ter beschikking stellen aan deze ondernemers. Daarvoor moet wel voldaan worden aan het additionaliteitsvereiste. Legalisering kan daarom niet losstaan van op natuurherstel gerichte maatregelen in combinatie met een geborgd emissiereductieplan. PAS-melders met een lage impact op de natuur worden via een versnelde, eenvoudige procedure gelegaliseerd. Op Europees niveau wordt ingezet op het hanteren van realistische referentiedata voor de staat van de natuur."
  2. "Het kabinet dat na de verkiezingen aantreedt, moet Nederland van het slot halen. Met dappere keuzes, doortastend beleid, grootschalige investeringen in onderhoud, uitvoering, (energie)infrastructuur en duidelijke wetgeving, komt Nederland uit het stikstofmoeras en krijgen bedrijven perspectief op een duurzame toekomst."
  3. "Bij alles wat we doen om uit het stikstofmoeras te komen is 'borgen van de aanpak' het sleutelwoord. Dit houdt in dat op voorhand duidelijk moet zijn dat beleid en maatregelen leiden tot een zekere reductie van schadelijke emissies, en daarmee bijdraagt aan natuurherstel. Dat is noodzakelijk om voorbij het additionaliteitsvereiste te komen. Pas dan komt vergunningverlening weer op gang en houden afgegeven vergunningen stand voor de rechter. Dat is dan ook de reden dat bij doelsturing op het boerenerf er altijd een stok achter de deur zal moeten staan, zodat de emissiereductie op voorhand geborgd is. Daarbij is het niet de bedoeling daadwerkelijk dierrechten te schrappen, wel om er zeker van te zijn dat er minder stikstof wordt uitgestoten en vergunningen weer kunnen worden verleend. Als een boerenbedrijf in alle redelijkheid te weinig doet om onder zijn emissieplafond uit te komen, dan is op dat moment minder dieren houden de consequentie. Daartegenover staat dat er 5 miljard euro extra uitgetrokken wordt om boeren te helpen bij doelsturing, extensivering, omschakeling naar biologische landbouw, agrarisch natuurbeheer en natuurherstel."
  4. "Stikstofwetgeving moet in de praktijk werkbaar zijn. Sturen op neerslag van stikstof in de natuur (depositie) is onwerkbaar gebleken. Het herleiden van depositiewaardes naar bedrijven is immers uiterst ingewikkeld en onzeker. Daarom moeten er landelijke, sectorale en uiteindelijk bedrijfsspecifieke emissienormen worden vastgelegd. Natuurlijk geldt de kritische depositiewaarde nog als indicator van de staat van de natuur, maar als wettelijk doel om op te sturen is de KDW onverstandig gebleken. Op deze manier creëren we handelingsperspectief. Om de bouw van woningen en wegen los te trekken voeren we een houdbare NOx-bouwvrijstelling in. Dit alles gaat samen met ambitieus emissiereductiebeleid."
  5. "De stikstofproblematiek vraagt om duurzame mobiliteitsvormen. Het aantal vliegbewegingen in Nederland gaat naar beneden, ook de automobiliteit draagt bij. Industrieën met een hoge stikstofuitstoot krijgen, naast klimaatdoelen, bindende stikstofdoelen opgelegd. De regering maakt maatwerkafspraken met industriële piekbelasters. Ook worden er regionale stikstofbalansen opgesteld, zoals in Rijnmond en Chemelot, waar gebiedsspecifieke emissieplafonds gaan gelden. Industriële processen worden waar mogelijk verder geëlektrificeerd. In alle sectoren geldt dat aantoonbare stikstofreductie moet leiden tot vergunningverlening. In het stikstofbeleid gaan we daarom onderscheid maken tussen stikstofoxiden uit de pijp of uitlaat (NOx) en ammoniak uit dieren (NH3). Op die manier kan vergunningverlening voor bijvoorbeeld woningbouw en de aanleg van elektriciteitsnetten versneld worden. De relatief snelle daling van"