De regering moet een permanente natuurvergunning regelen voor PAS-melders (bedrijven die onder het oude stikstofbeleid vallen). Nu moeten zij voldoen aan regels van 20 tot 30 jaar geleden. Dit remt investeringen in duurzaamheid en bedrijfsovernames. Een vergunning op basis van hun huidige bedrijfsvoering helpt bij de overgang naar een schonere toekomst.
Motie van de leden Goudzwaard en Grinwis over de verkenning naar een hedendaags referentiemoment met de hoogste prioriteit afronden
De kamer,
constaterende dat het kabinet verkent of het hedendaagse referentiemoment een permanente vergunningsoplossing kan bieden voor
PAS-melders en interim-mers;
constaterende dat veel van hen geen natuurvergunning kunnen krijgen,
omdat wordt getoetst aan een referentiemoment van 20 tot 30 jaar
geleden, terwijl hun huidige bedrijfsvoering binnen de geldende milieutoestemmingen is ontwikkeld;
overwegende dat dit investeringen in verduurzaming, bedrijfsontwikkeling
en bedrijfsovername belemmert en emissiereductie vertraagt;
overwegende dat dit hedendaags referentiemoment de natuurvergunning
juridisch laat aansluiten bij de feitelijk bestaande bedrijfsvoering, zonder
extra stikstofemissies, mits emissiereductie en natuurherstel juridisch zijn
geborgd;
verzoekt de regering deze verkenning met de hoogste prioriteit af te
ronden en, indien uitvoerbaar en juridisch houdbaar, spoedig te vertalen
in beleidsregels waarmee PAS-melders en interim-mers, na invulling van
het additionaliteitsvereiste, een onherroepelijke natuurvergunning
verkrijgen op basis van hun feitelijke bestaande bedrijfsvoering;
verzoekt de regering de Kamer hierover uiterlijk bij de behandeling van de
Spoedwet vervangen omgevingswaarde stikstof te informeren.
Argumenten voor: De partij geeft de voorkeur aan doelsturing boven een stapeling van middelvoorschriften [3] en is kritisch op van bovenaf opgelegde eisen [1]. De motie streeft naar een oplossing die aansluit bij de feitelijke bedrijfsvoering, wat overeenkomt met de wens om naar risico's in de praktijk te kijken in plaats van louter theoretische gevaren [5]. Daarnaast steunt de partij regionale samenwerking voor uitstootreductie en natuurherstel [4], wat in de motie als voorwaarde is opgenomen. De motie ondersteunt bovendien de bedrijfsontwikkeling [2].
Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten die tegen het zoeken naar een praktische vergunningsoplossing of tegen de ondersteuning van bedrijfsontwikkeling pleiten.
Bronnen:
"De SGP is kritisch over van bovenaf opgelegde eisen voor grondgebondenheid in de melkveehouderij. Het doorkruist samenwerkingsverbanden met andere bedrijven en voegt weinig toe aan normen voor doelsturing."
"De overheid ondersteunt de ontwikkeling en toepassing van vernieuwende en brandveilige stalsystemen en maakt bijvoorbeeld een fiscale investeringsreserve voor stalvernieuwing mogelijk."
"Gebieden waar de landbouw weinig problemen voor de waterkwaliteit veroorzaakt, worden niet aangewezen als kwetsbaar gebied voor de Nitraatrichtlijn. Het volgende actieprogramma voor de Nitraatrichtlijn bevat de volgende elementen: 1) meer doelsturing, bijvoorbeeld op basis van het stikstofbodemoverschot, in plaats van een stapeling van middelvoorschriften, 2) een gebiedsgerichte aanpak op basis van metingen, 3) meer ruimte voor het uitrijden van mest bij hoge gewasopbrengsten."
"In verschillende gebieden, zoals de Foodvalley, wordt door gebiedspartijen, gemeenten en provincie al goed samengewerkt aan uitstootreductie, herstructurering en natuurherstel. Dat verdient alle steun en ruimte vanuit het Rijk."
"Het Europese toelatingsbeleid gaat wat de SGP betreft op de schop. Brussel moet niet kijken naar het potentiële gevaar van een werkzame stof, maar naar de risico's in de praktijk. Bij de beoordeling van werkzame stoffen en middelen wordt beter rekening gehouden met beschikbare alternatieven en de gevolgen voor geïntegreerde gewasbescherming en teelten."