Behoud subsidie Nationaal Onderwijsmuseum

De regering moet binnen twee weken de structurele subsidie voor het Nationaal Onderwijsmuseum bevestigen. Dit is nodig om het museum te laten voortbestaan. De regering schendt het budgetrecht van de Kamer: het recht van de Kamer om over de uitgaven van de overheid te beslissen. De regering stopt de subsidie nu op basis van eigen voorkeuren, terwijl de wet een zwaarwegende reden eist.

Motie van de leden Stoffer en Mohandis over aan het Nationaal Onderwijsmuseum en de Kamer de vastgestelde structurele subsidie bevestigen

De kamer, overwegende dat het aangenomen amendement-Stoffer/Rooderkerk (36 800 VIII, nr. 77) een structurele rijkssubsidie beoogt voor het Nationaal Onderwijsmuseum; overwegende dat volgens artikel 2.3 van de Comptabiliteitswet 2016 als structureel beoogde wijzigingen van een begrotingsstaat tevens in de begrotingsstaten van de daaropvolgende jaren worden opgenomen, tenzij een zwaarwegende reden zich hiertegen verzet; constaterende dat het kabinet geen zwaarwegende reden, maar beleidsvoorkeuren aanvoert om geen subsidie meer te willen verlenen en daarmee inbreuk maakt op het budgetrecht van de Kamer; verzoekt de regering met het oog op de continuïteit van het Nationaal Onderwijsmuseum binnen twee weken aan het museum en de Kamer de door de Kamer vastgestelde structurele subsidie te bevestigen.
2 juli | SGP | Aangenomen: 84–66 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma SGP

Stemverwachting: tegen (onzeker, 50%)

Argumenten voor: De partij geeft aan dat het onderwijs lijdt onder de 'grilligheid van het beleid' [1]. Het waarborgen van structurele subsidies zou een manier kunnen zijn om dergelijke grilligheid tegen te gaan.

Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma bevat geen argumenten tegen de motie of tegen de financiering van het Nationaal Onderwijsmuseum.

Bronnen:

  1. "Het onderwijs zucht onder de groeiende last van wetten, regels en verantwoording, de versnippering van de bekostiging en de grilligheid van het beleid. Het is hoog tijd dat de overheid een meer bescheiden rol vervult. De overheid moet actiever zijn om het stelsel te bewaken en de juiste randvoorwaarden te scheppen, maar minder in detail de inrichting van het onderwijs bepalen. Binnen een duidelijk speelveld is het echt aan de spelers om het spel te spelen. Meer vertrouwen in professionele leerkrachten, bestuurders en ondersteuning is dus nodig. We zetten een dikke streep onder de status van hun beroep. Dat is ook onmisbaar om het lerarentekort structureel op te lossen."