De regering moet binnen twee weken de structurele subsidie voor het Nationaal Onderwijsmuseum bevestigen. Dit is nodig om het museum te laten voortbestaan. De regering schendt het budgetrecht van de Kamer: het recht van de Kamer om over de uitgaven van de overheid te beslissen. De regering stopt de subsidie nu op basis van eigen voorkeuren, terwijl de wet een zwaarwegende reden eist.
Motie van de leden Stoffer en Mohandis over aan het Nationaal Onderwijsmuseum en de Kamer de vastgestelde structurele subsidie bevestigen
De kamer,
overwegende dat het aangenomen amendement-Stoffer/Rooderkerk
(36 800 VIII, nr. 77) een structurele rijkssubsidie beoogt voor het Nationaal
Onderwijsmuseum;
overwegende dat volgens artikel 2.3 van de Comptabiliteitswet 2016 als
structureel beoogde wijzigingen van een begrotingsstaat tevens in de
begrotingsstaten van de daaropvolgende jaren worden opgenomen, tenzij
een zwaarwegende reden zich hiertegen verzet;
constaterende dat het kabinet geen zwaarwegende reden, maar beleidsvoorkeuren aanvoert om geen subsidie meer te willen verlenen en
daarmee inbreuk maakt op het budgetrecht van de Kamer;
verzoekt de regering met het oog op de continuïteit van het Nationaal
Onderwijsmuseum binnen twee weken aan het museum en de Kamer de
door de Kamer vastgestelde structurele subsidie te bevestigen.
Argumenten voor: De partij wil de culturele sector meer zekerheid en toekomstperspectief bieden door de subsidieperiode in de basisinfrastructuur te verlengen [4]. Daarnaast streeft de partij naar een structurele verhoging van het jaarlijkse subsidiebudget in de culturele basisinfrastructuur [2] en het vergroten van de budgetten voor onderwijs en wetenschap [3]. Ook wordt de structurele financiering van nationale instituten gesteund [1].
Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten om subsidies voor cultuur of onderwijs te beperken; de partij zet juist in op structurele verhogingen en het bieden van meer zekerheid [2][4][3].
Bronnen:
"Het Nationaal Instituut Nederlands Slavernijverleden en Erfenis (NiNsee) ontvangt structurele financiering, net zoals het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Deze financiering moet worden ingezet om het NiNsee te steunen om een volwaardig kenniscentrum te kunnen zijn dat kennis verzamelt, beheert en ontwikkelt over de geschiedenis van het trans-Atlantische slavernijverleden en het koloniale verleden."
"We verhogen structureel het jaarlijkse subsidiebudget in de basisinfrastructuur. Volt wil het subsidiestelsel daarbij ook toegankelijker en eerlijker maken voor makers en instellingen. Met het nieuwe extra budget zorgen we voor een betere spreiding van het cultuuraanbod over het land en geven we meer nieuwe of ondervertegenwoordigde kunstvormen, genres en kleine makers een kans op subsidie, zoals de Raad voor Cultuur voorstelt. Zo zorgen we voor verrijking in plaats van een verschuiving. Ook stellen we extra middelen beschikbaar voor eerlijkere beloning in de sector."
"We draaien per direct de bezuinigingen op het onderwijs terug en verhogen het totale budget voor onderwijs, onderzoek en wetenschap. We investeren dit geld in de basis van onze kenniseconomie, het menselijk kapitaal van ons land."
"We geven de culturele sector meer zekerheid en toekomstperspectief, door de subsidieperiode in de basisinfrastructuur te verlengen naar acht jaar. Culturele instellingen kunnen door een langere subsidierelatie met het Rijk hun toekomstvisie voor cultuur tot leven brengen en nieuwe financieringsvormen aantrekken. De Rijksfondsen krijgen door de langere subsidieperiode meer speelruimte om cultuurbeleid voor de lange termijn te combineren met afwisselende subsidievormen en -duur."