Behoud van het Nationaal Onderwijsmuseum

De regering moet samen met de PO-Raad (voor het basisonderwijs) en de VO-raad (voor het voortgezet onderwijs) een nieuwe bestuurlijke structuur maken voor het Nationaal Onderwijsmuseum. Het museum heeft de grootste collectie over de geschiedenis van het onderwijs in Nederland. Als het museum sluit, gaat deze enorme hoeveelheid kennis verloren.

Motie van het lid Rooderkerk c.s. over een governancestructuur waarin het Nationaal Onderwijsmuseum vanuit de sector kan worden voortgezet

De kamer, constaterende dat het Nationaal Onderwijsmuseum in Dordrecht al langere tijd onzekerheid kent over zijn voortbestaan; constaterende dat de Kamer eerder via een amendement en een motie heeft uitgesproken dat het museum behouden moet blijven; overwegende dat het museum met ruim 325.000 objecten de grootste collectie onderwijserfgoed van Nederland beheert en deze kennis bij een sluiting verloren zou gaan; overwegende dat een duurzame toekomst voor het museum gebaat is bij een bredere verankering in de onderwijssector zelf om de geschiedenis van het onderwijs voor de toekomst te behouden; verzoekt de regering samen met de PO-Raad en de VO-raad aan de slag te gaan met een governancestructuur waarin het museum vanuit de sector kan worden voortgezet en de Kamer voor Prinsjesdag hierover te informeren.
2 juli | D66, SGP | Aangenomen: 101–49 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma SGP

Stemverwachting: voor (onzeker, 60%)

Argumenten voor: De partij wil dat de zeggenschap in het onderwijs zo dicht mogelijk bij het personeel blijft [1].

Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten tegen een governance-structuur die vanuit de onderwijssector wordt vormgegeven.

Bronnen:

  1. "De wetgeving stimuleert alternatieven voor bestuurlijke fusie en zorgt ervoor dat zeggenschap daardoor zoveel mogelijk zo dicht mogelijk bij ouders en personeel blijft."