De regering moet de personeelskorting binnen de werkkostenregeling (WKR: een regeling voor extra voordelen voor werknemers) behouden. Afschaffing zorgt voor minder koopkracht voor honderdduizenden gezinnen. Vooral mensen in de winkelbranche met een laag inkomen worden hierdoor hard geraakt. De kosten hiervoor moeten uit de algemene middelen worden betaald.
Motie van het lid Vermeer over afzien van de voorgenomen afschaffing van de gerichte vrijstelling op de personeelskorting
De kamer,
constaterende dat het kabinet voornemens is de gerichte vrijstelling op de
personeelskorting binnen de werkkostenregeling (WKR) af te schaffen;
constaterende dat deze maatregel met name werknemers in de retailsector raakt, een groep met veelal lagere inkomens voor wie het werk
fysiek en mentaal zwaar is en de lonen relatief laag zijn;
overwegende dat deze specifieke groep medewerkers juist in deze
economische tijden extra bescherming en een steuntje in de rug verdient;
overwegende dat het afschaffen van deze vrijstelling direct leidt tot een
verlies aan essentiële koopkracht voor honderdduizenden gezinnen;
verzoekt de regering om af te zien van de voorgenomen afschaffing van
de gerichte vrijstelling op de personeelskorting, zodat deze behouden
blijft voor medewerkers;
verzoekt de regering de hiermee gemoeide beperkte budgettaire derving
te dekken uit de algemene middelen.
Argumenten voor: De partij streeft naar koopkrachtverbetering [1] en wil dat maatregelen mensen met een laag inkomen ook werkelijk meer opleveren [2]. Daarnaast kan de partij rekenen op steun voor verhogingen van het minimumloon [3].
Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma bevat geen informatie over de werkkostenregeling of de personeelskorting.
Bronnen:
"Koopkrachtverbetering voor iedereen wordt alsnog in de nieuwe pensioenwet opgenomen."
"Een verlaging van het eigen risico zorg, op een manier die mensen met een laag inkomen ook werkelijk meer oplevert."
"Verhogingen van het minimumloon kan op onze steun rekenen."