De regering moet de personeelskorting binnen de werkkostenregeling (WKR: een regeling voor extra voordelen voor werknemers) behouden. Afschaffing zorgt voor minder koopkracht voor honderdduizenden gezinnen. Vooral mensen in de winkelbranche met een laag inkomen worden hierdoor hard geraakt. De kosten hiervoor moeten uit de algemene middelen worden betaald.
Motie van het lid Vermeer over afzien van de voorgenomen afschaffing van de gerichte vrijstelling op de personeelskorting
De kamer,
constaterende dat het kabinet voornemens is de gerichte vrijstelling op de
personeelskorting binnen de werkkostenregeling (WKR) af te schaffen;
constaterende dat deze maatregel met name werknemers in de retailsector raakt, een groep met veelal lagere inkomens voor wie het werk
fysiek en mentaal zwaar is en de lonen relatief laag zijn;
overwegende dat deze specifieke groep medewerkers juist in deze
economische tijden extra bescherming en een steuntje in de rug verdient;
overwegende dat het afschaffen van deze vrijstelling direct leidt tot een
verlies aan essentiële koopkracht voor honderdduizenden gezinnen;
verzoekt de regering om af te zien van de voorgenomen afschaffing van
de gerichte vrijstelling op de personeelskorting, zodat deze behouden
blijft voor medewerkers;
verzoekt de regering de hiermee gemoeide beperkte budgettaire derving
te dekken uit de algemene middelen.
Argumenten voor: De partij wil de positie van de werkende klasse structureel verbeteren [1] en vindt dat werken moet lonen [4]. Daarnaast streeft de partij ernaar dat mensen meer overhouden van het geld dat zij verdienen [2] en wil zij een socialer land waarin essentiële zaken betaalbaar blijven [3]. Het behouden van de personeelskorting draagt bij aan deze doelen door de koopkracht van werknemers te beschermen.
Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma bevat geen specifieke informatie over de werkkostenregeling of de personeelskorting, waardoor er geen direct argument tegen de motie uit de tekst te formuleren is.
Bronnen:
"De groei van de Nederlandse economie neemt al jaren af, terwijl we meer werken dan ooit. De werkloosheid is historisch laag en het aantal openstaande vacatures is groter dan de hoeveelheid mensen die een baan zoekt. Tegelijkertijd blijft de loonontwikkeling van werknemers achter bij de groei van vermogens en gaat een steeds groter deel van de winst naar kapitaal in plaats van arbeid. Het gevolg is toenemende ongelijkheid en een concentratie van economische en politieke macht. De afgelopen jaren verhoogden regeringen de pensioenleeftijd en maakten zij arbeid steeds onzekerder. Dit beleid is structureel onhoudbaar voor de werkende klasse. De economie van ons land vraagt volgens de SP om frisse, nieuwe en eerlijke politieke keuzes die de arbeidsproductiviteit van ons land en de positie van de werkende klasse structureel verbeteren."
"Werken moet lonen, belasting moet omlaag. We verlagen de inkomstenbelasting fors zodat je meer overhoudt van het geld dat jij verdient. Ook verlagen we de btw op basisproducten. Door het minimumloon te verhogen en het minimumjeugdloon af te schaffen zorgen we ervoor dat iedereen die werkt een inkomen krijgt waar je goed van kunt leven. Met werknemerszeggenschap zorgen we ervoor dat de vakmensen die het werk doen ook zeggenschap krijgen over het bedrijf."
"De SP wil dat Nederland een socialer land wordt. Een land waar het normaal is dat iedereen een betaalbaar huis heeft, menselijke zorg krijgt en voldoende, gezond en goed eten kan betalen. Daarvoor heeft de SP sociale alternatieven uitgewerkt zoals het SP-woonplan 'Wonen zonder Winst', een Nationaal ZorgFonds zonder eigen risico en betaalbare boodschappen door prijsverhogingen te blokkeren en de btw te verlagen."